'Patiënt gebaat bij vrijer ziekenhuis'

De overheid moet zich niet te veel met het beleid van ziekenhuizen bemoeien. Sturen op hoofdlijnen is volgens topambtenaar H.J. Schneider voldoende.

DEN HAAG, 17 FEBR. De gezondheidszorg is geen vrije markt van zorgaanbieders, verzekeraars, leveranciers van geneesmiddelen en patiënten - en kan dat ook nooit worden. Maar de markt kan wel helpen de zorgsector te ordenen en beter te organiseren, zeker als dit lokaal of regionaal gebeurt. Dit vraagt om een andere rol van de overheid. Die moet volstaan met het vaststellen van randvoorwaarden, en het aan de sector overlaten hoe de zaak vervolgens wordt aangepakt. Belangrijke voorwaarde is dat achteraf steeds verantwoording wordt afgelegd: wat er gebeurt dient 'transparant' te zijn.

Van dit 'kantelen' in het denken heeft de patiënt veel voordeel, zo verwacht directeur-generaal volksgezondheid dr. H.J. Schneider op het ministerie van VWS. De patiënt komt centraal in de organisatie te staan en wordt sneller, met zo weinig mogelijk overlast door het hele zorgproces geloodst. “Uitgangspunt moet zijn wat de patiënt nodig heeft en hoe hem die zorg op de voor hem beste manier kan worden geboden. Dit betekent dat de patiënt niet gedwongen moet worden zich aan te passen aan de toevallige indeling van het ziekenhuis in afdelingen. Hij dient niet heen en weer te worden gestuurd omdat de behandeling in de ene afdeling niet aansluit op die bij de volgende. Hij mag niet dagen moeten wachten op onderzoek door de volgende specialist omdat het informeren van de ene door de andere dokter zoveel tijd vergt.”

Dit geldt niet alleen binnen het ziekenhuis, het is ook van toepassing als het gaat om de overgang van de patiënt van ziekenhuis naar thuiszorg, verpleeghuis of ouderenzorg. Daarbij moet volgens Schneider rekening worden gehouden met de 'couleur locale'. Zoals bijvoorbeeld de leefomgeving van de patiënt, maar ook de aanwezige voorzieningen. Welke zijn er en hoe sluiten die op elkaar aan, of doen ze dat niet? “Daarom moet je dus de sector regionaal of lokaal ordenen.”

Schneider leidde een projectgroep die onlangs minister Borst (Volksgezondheid) met het rapport Het ziekenhuis. A human enterprise adviseerde het 'nieuwe denken' voort te zetten. “De ziekenhuiszorg kan nooit volledig aan de tucht van de vrije markt worden overgelaten”, aldus de projectgroep, die daarmee een eerder advies van de nationale dereguleringscommissie nuanceert. Overwegingen van solidariteit, toegankelijkheid, kwaliteit en kostenbeheersing laten zo'n volledig vrije markt niet toe, meent de projectgroep. “De vrije markt mist daarnaast de prikkels om de zorgverzekeraars te dwingen zich inhoudelijk met de gang van zaken in de zorg te bemoeien. Dit is nodig omdat ze anders te veel 'schadeverzekeraars' blijven.”

“Dit alles vergt een geheel andere wijze van werken. Het gaat om een gigantisch veranderingsproces waarbij het ziekenhuis veranderbaar moet worden gemaakt”, aldus Schneider. De projectgroep stelt veranderingen voor die dit mogelijk maken. Ziekenhuizen moeten meer vrijheid krijgen en ook buiten de eigen muren aan de slag kunnen gaan. Ook zou de huisarts er zelf zijn patiënten moeten kunnen behandelen. Een andere financiering hoort eveneens bij de voorstellen. Daarnaast dienen de verzekeraars er inhoudelijk belang bij te krijgen dat de zorg naar behoren marcheert. Daartoe wordt voorgesteld in elke regio de dominante verzekeraar steeds voor een beperkte periode tot regiovertegenwoordiger van de zorgverzekeraars te maken.

Maar het belangrijkste is voor Schneider dat, gegeven de randvoorwoorwaarden die de overheid stelt, zoals bijvoorbeeld welke zorg uit de collectieve pot wordt betaald, 'het veld' zelf de gelegenheid krijgt die veranderingen in te vullen. “Geen precieze blauwdruk uit Den Haag dus, maar wel een schets van de uiteindelijke doelstelling. Sturen op hoofdlijnen, waarbij de verschillende partijen zich verantwoordelijk voelen voor de gang van zaken, hun verantwoordelijkheid nemen en verantwoording afleggen.”

Op tal van plaatsen wordt volgens Schneider al gewerkt aan de veranderingen. In Delft bijvoorbeeld, waar, door afspraken tussen de specialisten, vrouwen bij wie borstkanker wordt vermoed binnen een paar uur de zekerheid krijgen waar ze anders vaak meer dan drie weken op moeten wachten. Of in Alkmaar, waar door een andere programmering van operatiekamers de wachttijden (en wachtlijsten) aanzienlijk zijn verkort. En in Zwolle, waar een zorgvuldige analyse van de pre-operatieve screening leidt tot minder (belastend) onderzoek bij de patiënt en een aanzienlijke besparing op kosten.