Oral history

Om Boutens' 'Goede dood wiens zuiver pijpen/ Door 't verstilde leven boort, [...]/ Voor wien kinderen en wijzen/ Lachend laten boek en spel' werd naar Wesselings weten nooit gelachen, gelezen zijn irenisch-ironische 'Oral history' (NRC Handelsblad, 12 februari). Hij veronderstelt, dat dat vandaag wel anders is.

Ik kan hem geruststellen: gegrinnikt wordt er nog steeds niet, wanneer ik deze regels op het bord schrijf om het chiasme te visualiseren en scholieren zo duidelijk te maken wat ze zich bij deze stijlfiguur moeten voorstellen. Vers 1281 van Gijsbreght van Aemstel [...] lezen ze met tragische ernst, terwijl ze naar Gezelle's 'Het schrijverke' vol ontzag luisteren want de meester declameert het, schaatsend door de klas, voor de vuist weg.

Zo te horen heeft die zogenoemde 'seksuele revolutie' haar heilzaam dienstwerk dus verricht: jongeren van nu zijn de puberale gniffel van toen ontstegen.