O, u bent in de o...

- Is deze stoel nog vrij, mevrouw?

- Pfff. Zeker meneer.

- Frisjes vandaag, niet?

- Niet bepaald, pfff, pfff. Ik stik. Ach meneer, mag ik even uw krant?

- Maar ik heb hem zelf nog niet gelezen.

- Heel even maar. U krijgt hem zo terug. Pfff, alstublieft.

- Liever niet.

- Sorry, meneer, ik moet hem even hebben.

- Mevrouw, geef terug. Laat los. Zo! Helemaal gekreukt verdomme.

- Pfff, pfff, pfff, pfff, pfff.

- Zeg, wat krijgen we nou? Mevrouw, wilt u ogenblikkelijk die bloes weer aantrekken. En doe die rits dicht.

- Mag ik dan even uw krant, alstublieft, alstublieft, ik stik!

- Doe die rits dicht, zeg ik u. En laat die panty... stop, stop, stop! Hier, pak aan!

- Eindelijk, hè hè, daar knap ik van op. Dank u wel, meneer. Heel aardig van u.

- Ach, zit het zo. Hebt u hem dáárvoor nodig. Dat kon ik toch niet weten. Zal ik het anders even voor u doen?

- Heel graag. Vouw hem uit, dat geeft nog meer wind.

- Zo goed?

- Vlugger, vlugger.

- Beter, ja. Ja, o, heerlijk. Ik begin weer helemaal bij te komen. Nog eventjes en ik kleed mij weer aan.

- Dat lijkt mij wenselijk. Heb ik het mis, als ik mij herinner dat dames in vroeger tijden waaiers droegen om zich koelte toe te wuiven wanneer ze last kregen van... Waarom zei u trouwens niet meteen dat u in de o...?

- In de wat?

- Dat u de leeftijd hebt waarop u... ik bedoel, waarop vrouwen...?

- Waarop vrouwen wat?