Moeder

Mijn moeder is jarig. Ze is 72 geworden. De hele nacht doe ik geen oog dicht. Ik kijk alleen maar naar haar. Ze hangt vlak naast mijn hoofd. Net als in Spanje. Het is dezelfde foto, alleen de bajes is anders. In het begin gaat het nog wel. We praten en lachen wat en we doen alsof er niks aan de hand is. Gewoon een verjaardag met niemand er bij: alleen zij en ik en af en toe wat bajes er omheen - een kreet, een voetstap, gemompel, gerinkel, allah-geschreeuw.

Soms zeg ik ook helemaal niks en volg met mijn vinger alleen maar de lijnen van haar gezicht, lager en lager, tot ik weer op de muur zit. En een keer, als ik haar kus, lijkt het zelfs alsof er helemaal geen bajes meer is.

Maar als je je moeder zoveel verdriet hebt gedaan, kun je niet lang doen alsof. Het is net als een vulkaan, één verkeerde trilling en alles komt los. “Weet je nog hoe trots ik op je was, toen je het atheneum had afgemaakt”, zegt ze opeens.

Het is weer die vervloekte zin die ik al duizenden malen heb gehoord en die er ook altijd zal zijn, zo lang ze leeft, en waarin alles wat fout is gegaan tezamen komt: twee jaar bajes in Spanje, een jaar hier en alle in rook opgegane verwachtingen en vergeefse illusies eromheen.

Ze houdt het niet meer en barst in tranen uit. Veel te vroeg. Want ik had nog van alles willen zeggen: over goeie bedoelingen, nieuwe kansen, nieuw geluk; en meer van dat soort dingen.

Er valt een blinde woede over me heen. De muren worden zwart, de tralies stormen op me af, het plafond dondert op mijn kop, en ik begin als een wilde om me heen te rammen, harder en harder, tot ook dat niet meer helpt. Huilend val ik op bed.

“Wat is hier in godsnaam aan de hand?” Er staat een bewaker in de deuropening.

“Niks”, snik ik, “mijn moeder is jarig.”

Zachtjes doet hij de deur weer dicht.

Langzaam kom ik tot bedaren en ook mijn moeder komt weer terug. Voorzichtig haal ik haar van de muur en leg haar op mijn borst.

“Het komt allemaal wel in orde, kalm maar”, wil ik fluisteren. Maar ik zeg niks. Zulke zinnen krijg ik niet meer door mijn strot. Maar ook zij zegt geen woord. Ze lacht alleen maar.

“Ik houd van je”, sprankelen haar ogen.

“Ik ook”, strelen mijn handen.

De hele nacht blijven we zo liggen. Er komt geen woord meer aan te pas, alleen maar mijn moeder en ik, voor de rest helemaal niks.