Militaire acties tegen Irak nu al toegestaan

Binnen het kabinet heerst onenigheid over de rechtsbasis van een eventueel militair optreden tegen Irak. In dat verband vinden sommigen een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad noodzakelijk om het gebruik van geweld expliciet te legitimeren. Premier Kok heeft gezegd dat een nieuwe resolutie weliswaar gewenst, maar niet dwingend noodzakelijk is.

Minister van Mierlo (Buitenlandse Zaken) schreef eerder in een brief aan de Tweede Kamer dat botsende standpunten in de Veiligheidsraad het 'vrijwel zeker' onmogelijk maken om in een nieuwe resolutie een actualisering te krijgen van 'de in voorgaande resoluties reeds gelegde juridische basis om Irak eventueel met militair optreden te dwingen tot volledige naleving van de voorwaarden van het staakt het vuren'.

Is een nieuwe resolutie noodzakelijk of niet? Die vraag is des te belangrijker nu vaststaat dat die zeker niet aanvaard zal worden omdat Rusland en China een dergelijke resolutie met hun veto zouden treffen. Waarop baseren de Verenigde Staten dan hun opvatting dat een nieuwe resolutie niet nodig is? Deze vraag is ook voor ons land van belang omdat een besluit tot inzet van het fregat bij militaire actie betekent dat ons land zich conformeert aan de Amerikaanse opstelling.

Voor een antwoord op deze vraag moeten we terug naar het eind van de Golfoorlog, zeven jaar geleden. Op 3 april 1991 nam de Veiligheidsraad resolutie 687 aan, die thans het kader vormt voor de bemoeienissen van de internationale gemeenschap met de situatie rond Irak. Deze resolutie voorzag in een staakt-het-vuren en legde Irak voorts een hele reeks verplichtingen op, waarvan de ontmanteling van zijn arsenaal aan massavernietigingswapens slechts één onderdeel uitmaakte.

Interessant is nu om te zien dat de Raad zo nadrukkelijk een onderscheid maakte tussen het ingaan van het staakt-het-vuren en het einddoel van zijn bemoeienissen: het herstel van de internationale vrede en veiligheid. De Raad gaf namelijk te kennen dat van herstel van de internationale vrede en veiligheid pas sprake kon zijn nadat Irak aan al die verplichtingen zou hebben voldaan.

Tot die tijd is Irak gehouden mee te werken aan de uitvoering van resolutie 687. Deze maatregelen worden Irak dwingend opgelegd (onder hoofdstuk VII van het VN-Handvest)en bovendien besloot de Raad daarbij zowel economische als militaire drukmiddelen te hanteren: de economische sancties werden gehandhaafd, terwijl het gebruik van militair geweld nadrukkelijk werd opengehouden.

Anders dan minister Van Mierlo suggereert in zijn brief, gaat het dus niet om Irak te dwingen tot volledige naleving van 'de voorwaarden van het staakt het vuren', maar om het bewerkstelligen van het herstel van internationale vrede en veiligheid - als einddoel van de inzet van de Veiligheidsraad.

In dit verband is essentieel dat paragraaf 1 van resolutie 687, die voorafgaat aan de algehele opsomming van maatregelen, de geldigheid van alle eerdere resoluties na de inval van Irak in Koeweit bevestigt. Deze hebben zowel betrekking op de economische strafmaatregelen (resolutie 661) als op resolutie 678, waarin lidstaten van de VN werden gemachtigd alle noodzakelijke middelen te gebruiken om een eind te maken aan de Iraakse bezetting van Koeweit.

Dit betekent dat de resolutie, die de basis legde voor de Golfoorlog van 1991, nooit formeel is ingetrokken en nog steeds kan worden ingeroepen om het beoogde doel, het herstel van de internationale vrede en veiligheid, te bereiken. Nu Irak, ondanks eerdere oproepen van de Veiligheidsraad, weigert te voldoen aan zijn eis inzake 'onmiddellijke, onvoorwaardelijke en onbeperkte toegang' voor UNSCOM 'tot alle gebieden, faciliteiten, uitrusting, documenten en transportmiddelen' die UNSCOM nodig acht om haar werk te kunnen doen, komt er een moment dat volgens de systematiek van resolutie 687 tot geweld moet worden besloten.

De conclusie moet dus luiden dat de Verenigde Staten c.s., als leden van de voormalige coalitie in de Golfoorlog, het recht hebben 'eenzijdig' militaire actie te ondernemen om Irak tot de orde te roepen in de inspectiekwestie. Het aannemen van een nadere resolutie met een actualisering van de geweldsbevoegdheid is geen absolute voorwaarde voor een legitiem optreden.