Kleine gezinnen goed voor economie; Wereldbank en bevolkingspolitiek

Een Amerikaanse onderzoekster heeft de betrokkenheid onderzocht van de Wereldbank bij programma's voor geboortebeperking. Ze concludeerde dat deze instelling op dit terrein veel meer kan doen.

AMSTERDAM, 17 FEBR. De groei van de wereldbevolking kan verder omlaag als invloedrijke, wereldomspannende instituties family planning structureel opnemen in hun beleid. Gezondheidsaspecten, waaronder abortus, moeten daarvan deel uitmaken. Kleinere gezinnen dragen bij tot een voorspoedige economische ontwikkeling van landen.

Dat zegt onderzoekster Shanti Conli van de Amerikaanse PAI, die zich bezighoudt met bevolkingsvraagstukken. Conli zegt dat in veel landen het geboortecijfer weliswaar daalt, maar dat de wereldbevolking in zijn geheel nog altijd toeneemt. “Wel is de groei de afgelopen jaren sterk afgenomen. In veel landen waar 20 jaar geleden een gezin zes kinderen kreeg, is dat getal gedaald naar gemiddeld twee kinderen. Twintig jaar geleden golden de hoge geboortecijfers voor pakweg het hele zuidelijk halfrond, nu hebben verschillende landen in bijvoorbeeld Zuid-Oost Azië geboortecijfers vergelijkbaar met Noord-Europese landen. Zo zijn Thailand, Singapore en Hongkong lang geleden begonnen met programma's om de omvang van gezinnen te verkleinen. Het is duidelijk dat in Thailand deze kleinere gezinnen en de als gevolg daarvan grotere zelfstandigheid van de vrouw aan het economische succes van dat land hebben bijgedragen.”

In andere landen van Zuid-Oost Azië is de situatie minder drastisch veranderd. In Cambodja, Laos, Vietnam en Birma liggen de cijfers aanmerkelijk hoger dan in sommige van hun buurlanden, maar zij blijven over het algemeen nog onder het niveau van Afrika, dat als enige continent nog ongebruikelijk hoge geboortecijfers kent. “Maar ook daar begint de situatie langzaam te veranderen”, zegt Conli. “Landen als Zimbabwe en Zuid-Afrika zijn committed de bevolkingsgroei te temperen. In ander landen worden taboes van vroeger afgeschaft. Niger, bijvoorbeeld, was 20 jaar geleden fel tegen het gebruik van voorbehoedsmiddelen, maar heeft nu een heel andere koers ingeslagen.” Volgens Conli speelt de verspreiding van aids daarbij “een rol”. Ook de groei van de bevolking wordt “een steeds belangrijker overweging” in Afrika om aan geboortebeperking te doen.

Volgens Conli is met name de Wereldbank geëquipeerd om bevolkingsbeleid structureel in beleid van ontwikkelingslanden te integreren. Zij onderzocht dan ook vooral de betrokkenheid van deze organisatie en kwam tot de conclusie dat de bank slechts incidenteel - uitsluitend wanneer een land daar uitdrukkelijk om vraagt - bereid is zich voor bevolkingspolitiek te interesseren. “Bijvoorbeeld in het geval van Bangladesh, waar geboortecijfers spectaculair gedaald zijn na een programma waaraan de Wereldbank wezenlijk heeft bijgedragen.” In Bangladesh leven ruim 100 miljoen mensen op een betrekkelijk klein gebied met een slechte infrastructuur. De regering vroeg hulp bij een programma voor verlaging van geboortecijfers. “Vrouwen in Bangladesh is een service package aangeboden”, zegt Conli, “een pakket aan diensten om het aantal geboortes terug te brengen. Dat bestond niet uitsluitend uit een keur aan voorbehoedsmiddelen, maar met name ook uit een uitvoerige begeleiding van vrouwen. Verder werden gezondheidaspecten rondom geboortes nadrukkelijk bij de planning betrokken”. Vrouwen werd een betere gezondheidszorg in het vooruitzicht gesteld, voor de kinderen - door middel van immunisatieprogramma's - en vooral op het moreel geladen gebied van abortussen. “Het sterftecijfer als gevolg van onveilige abortussen ligt nog altijd erg hoog. Abortus moet dan ook niet langer als een moreel vraagstuk worden gezien, maar als een gezondsheidsvraagstuk.”

Het rapport dat Conli opstelde is bij de Wereldbank welwillend ontvangen. “Het moeilijkste is geweest de economen van de bank te overtuigen dat er wel degelijk een relatie bestaat tussen geboortebeperking en economische groei. Een relatie tussen deze twee is altijd omstreden geweest. Ik denk iets bereikt te hebben”, aldus Conli.

Vooralsnog is het niet duidelijk of de Wereldbank ook daadwerkelijk de uitgaven voor bevolkingsbeleid zal verhogen van de huidige karige twee procent van het budget van 200 miljard dollar naar de door Conli gewenste 5 procent. Een begin van een beleidsverandering, bijvoorbeeld bevolkingsbeleid niet langer uitsluitend als een cultureel fenomeen beschouwen maar als een onderdeel van ontwikkelingspolitiek, is volgens Conli voorlopig al ruim voldoende.