Jongeren in Spanje ontduiken massaal de dienstplicht

Omstreeks 2003 wordt de diensplicht in Spanje afgeschaft. Jongeren trachten nu al massaal de dienstplicht te ontlopen.

MADRID, 17 FEBR. Keurig in het pak en met een glimlach van oor tot oor werd Taxio Ardanaz (19) vorige maand gehoord door een Militair Tribunaal in het noordwestelijk gelegen La Coruña. Blijmoedig overtuigd van zijn missie om het leger in het algemeen en de dienstplicht in het bijzonder te ondermijnen. Kort nadat hij als dienstplichtige was ingelijfd bij een eenheid Bergjagers wandelde Ardanaz, met plunjezak en al, de kazerne uit. “Ik wil de militaire waarden aan de kaak stellen, of het nu een leger van dienstplichtigen of een professioneel leger is”, verklaarde totaalweigeraar Ardanaz zijn daad.

Desertie, zo luidt het oordeel van de officier van justitie, en daar staat drie jaar op. De vijf maanden wegens het ontvreemden van staatseigendom is inmiddels komen te vervallen, nadat de ouders Ardanaz de plunjezak weer terugbezorgden. Op de hemden en de sokken na, want die waren toch niet meer te gebruiken door een ander.

“Die gaat hangen”, sombert Oscar Eligido van de Vereniging van Gewetensbezwaarden over de kansen van Ardanaz. “De eis van drie jaar is natuurlijk una barbaridad, maar ik denk dat ze een voorbeeld willen stellen. De regering wil zonder al te grote problemen naar het beroepsleger toe en als ze zich hierin terughoudend opstelt, stromen de kazernes leeg.”

Die angst lijkt niet ongegrond. Als het op dienstweigeren en een beroep op gewetensbezwaren aankomt is Spanje de absolute nummer één in Europa. Schommelde het aantal dienstweigeraars in de jaren tachtig nog ergens tussen de zes- en de twaalfduizend, de jaren negentig lieten een spectaculaire groei zien. Het afgelopen jaar brak werden records gebroken met een totaal van 127.304 jongeren die wegens gewetensbezwaren verzochten om vervangende dienstplicht. En dat op een totaal van rond de 150.000 dienstplichtigen die jaarlijks wel het leger dienen.

Het aanvragen van vervangende dienstplicht is in Spanje een eenvoudige zaak geworden, zegt Oscar Eligido. “Het overgrote deel krijgt zonder problemen vervangende dienstplicht. Je kunt ethische bezwaren aanvoeren of je geloof. Maar het is niet nodig om je verzoek uitvoerig toe te lichten,” zegt hij. Achter de officiële redenen die dienstweigeraars aanvoeren schuilt vaak een pragmatische keuze, meent Eligido. “Niemand vindt het leuk om gedwongen zijn haar te laten knippen. Maar belangrijker is dat ze door de dienstplicht hun werk verliezen. De alternatieve dienstplicht is vaak nog wel te combineren met een baan. Het is een rationele afweging.”

Antonio en Emilio, beginnende twintigers, vervullen hun vervangende dienstplicht in het Casa de Soria, een van de regionale clubhuizen in Madrid. Veel zin om in het leger te gaan hadden ze niet. “Tijdverspilling”, meent Emilio, die nu naast zijn administratieve baantje een cursus Engels volgt. “Ik ga daar negen maanden ergens volkomen geïsoleerd opgesloten zitten”, voegt Antonio er aan toe. Hier in Madrid kan hij tenminste nog proberen aan het werk te komen als acteur. Hij neemt de symbolische vergoeding van duizend peseta's die hij voor zijn vervangende dienstplicht krijgt graag voor lief.

Een probleem met de alternatieve dienstplicht, die bestaat uit werk bij een dienstverlenende of ideologische instelling, is de lange duur: dertien maanden in plaats van de negen maanden die in het leger doorgebracht moeten worden. Daar komt bij dat door de vloedgolf aan gewetensbezwaarden een tekort is ontstaan aan plaatsen in de vervangende dienstplicht. “We kennen gevallen van mensen die tien jaar op het verrichten van hun vervangende dienstplicht hebben gewacht”, vertelt Eligido. Het getreuzel met de toewijzingen heeft zijn Vereniging evenwel een belangrijk succes opgeleverd: tot groot plezier van de gewetensbezwaarden bepaalde de Hoge Raad eind oktober vorig jaar dat de overheid binnen 18 maanden met vervangende dienstplicht moet komen. Zo niet, dan blijft zij in gebreke en vervalt de dienstplicht.

Het imago van het Spaanse leger draagt weinig bij aan het enthousiasme van de gemiddelde dienstplichtige om zijn tijd in de kazerne door te brengen. Dodelijke ongelukken, zelfmoorden en mishandelingen bij wijze van ontgroeningsritueel haalden de afgelopen jaren met enige regelmaat de pers. Voorlopig dieptepunt vormde de zaak van sergeant Juan Carlos Miravete, die vorig jaar een rekruut met zijn dienstpistool doodschoot in de bar van een kazerne. Afgezien van een agressief karakter kampte de sergeant met een algemeen bekend en ernstig drankprobleem. Hij bleek reeds in 1984 in een dronken bui een collega te hebben doodgeschoten, maar kon na het uitzitten van zijn straf gewoon terugkeren in het leger.

“Het fundamentele probleem is het ontbreken van een aantal grondrechten die het mogelijk maken om een klacht in te dienen”, zegt Francisco Castañon van de Vereniging van dienstplichtigen. De afgelopen jaren is de situatie binnen de kazernes volgens hem overigens sterk verbeterd doordat steeds meer zaken publiekelijk werden aangekaart. Een rampjaar was 1991, toen volgens de statistieken van de Vereniging bij ruim drieduizend ongelukken in het leger 200 doden en bijna 4.000 gewonden vielen en 19 dienstplichtigen van pure ellende zelfmoord pleegden. “Het aantal ongelukken is sterk verminderd door verbetering van het materieel en betere instructies”, zegt Castañon. Het aantal zelfmoorden is gehalveerd.

De opheffing van de dienstplicht wordt in Spanje door nagenoeg de gehele bevolking ondersteund.