IOC-kandidatuur (2)

Als Huibrechtsen zich had ingespannen een, breedgesteunde, Nederlandse kandidaat voor het IOC naar voren te schuiven, had hij zijn taak naar behoren vervuld. Was hij er in geslaagd bijvoorbeeld Ard Schenk hiervoor te nomineren en had hij niet, door ijdelheid gedreven, een situatie geschapen waarin zich een stuk of vijf kandidaten opwierpen voor een vacature die nog niet eens aan ons land was toegezegd, dan was het voor Samaranch veel moeilijker geweest daaraan voorbij te gaan en een eigen keuze te maken.

Waar hij nu groot gelijk in had.

Maar wat ik allerminst begrijp is, dat iemand als Max Pam hierin een aanleiding ziet republikeinse gevoelens te ventileren (13 februari). Zolang de Huibrechtsens onder ons zich als belangrijke kandidaten kunnen opwerpen voor representatieve functies, zijn wij niet rijp voor een republiek. Integendeel, veel pleit ervoor ook de vertegenwoordiging bij het IOC afhankelijk te maken van erfopvolging.