'Inspectie met de witte handschoenen'; Heel klein beetje hoop in crisis-Irak

Een diplomatieke oplossing van de confrontatie tussen de VS en de VN met Irak is niet helemaal uitgesloten. Een glimpje hoop gloort.

AMSTERDAM, 17 FEBR. Zelfs in het State Department in Washington was er gisteren een glimpje hoop dat de problemen met Irak alsnog door een diplomatieke oplossing verholpen zouden kunnen worden. En dat de beloofde zware Amerikaanse bombardementen dus niet hoeven te worden uitgevoerd.

De vertolkers van een héél, héél voorzichtig optimisme eisten volstrekte anonimiteit omdat zij weten dat hun regering geen spoor van zwakte wil laten zien. Een van hen zei: “Als wij ons doel niet voor 100 procent bereiken - en dat is de onbelemmerde en onvoorwaardelijke toegang voor een onaangetaste UNSCOM (de Ontwapeningscommissie van de VN) - en met twee procent minder genoegen nemen, dan hebben wij bijna een doelpunt gescoord. Maar bijna een doelpunt is geen doelpunt.”

Vrijdag al gingen de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad (de VS, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk) akkoord met het sturen van een 'technische commissie' naar Irak. Deze commissie, bestaande uit drie cartografen, onderzoekt nu wat Irak precies verstaat onder de acht 'presidentiële plaatsen', waar UNSCOM haar controlewerkzaamheden niet mag uitvoeren. Tot dusverre hielden de Irakezen de definitie van deze 'presidentiële plaatsen' zo onduidelijk mogelijk. Volgens de UNSCOM-inspecteurs beslaan zij niet alleen Saddams paleizen, maar ook vele gebouwen in de nabijheid en grote lappen grond.

Een reden om enig licht in de duisternis te zien, was - ironisch genoeg - dat de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Mohammed Said al-Sahhaf, Richard Butler wederom “een leugenaar” had genoemd, ditmaal omdat deze had aangegeven hoe enorm groot het voor UNSCOM ontoegankelijke gebied is. Daarmee gaf Sahhaf impliciet aan dat het verboden gebied plotseling aanzienlijk in omvang is afgenomen. Richard Butler is de chef van UNSCOM, en heeft zich in die hoedanigheid, evenals zijn voorganger Rolf Ekeus, de eeuwige vijandschap van de Iraakse overheid op de hals gehaald, omdat beiden in hun rapportage aan de Veiligheidsraad de leugens, sabotage en tegenwerking van de Iraakse overheid vermeldden en weigerden Irak 'schoon' van massavernietigingswapens te verklaren.

Nog een reden voor het mini-optimisme is dat Irak met grote nadruk erop aandringt dat Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN, naar Bagdad komt om daar over een diplomatieke oplossing van het conflict te praten.

De diplomatieke oplossing, waarover thans binnen de Veiligheidsraad wordt onderhandeld, wordt door de Britten aangeduid als “de inspectie met de witte handschoenen”. Zij moet ervoor zorgen dat 'de waardigheid van Irak' wordt gerespecteerd en het werk van UNSCOM (de ontwapening van Irak) onbelemmerd doorgaat. UNSCOM zou volgens deze opzet onder leiding of onder begeleiding - daarover wordt nog geruzied - van diplomaten uit de landen die in de Veiligheidsraad van de VN zitten, Saddams persoonlijke paleizen mogen controleren. Niet echter gedurende maximaal zestig dagen, zoals Saddams woordvoerders hebben geëist, maar voor onbepaalde tijd. In ruil voor deze “UNSCOM+ oplossing” zouden de UNSCOM-inspecteurs vrije toegang krijgen tot de overige gebouwen in de 'presidentiële plaatsen'.

Tegen deze optimistische geluiden pleit dat er - voor zover bekend - nog helemaal niet wordt gepraat over, wat Irak noemt, de 'soevereine plaatsen'. Dat zijn de talloze ministeries en regeringsgebouwen, die UNSCOM evenmin mag inspecteren. Ook heeft Kofi Annan nog niet het fiat van de Amerikanen gekregen om naar Bagdad te gaan. Tegenover diverse diplomaten heeft hij verklaard dat hij pas vertrekt na goedkeuring van de Grote Vijf en als hij enige zekerheid heeft van een redelijke respons van Saddam. Anders zou hij, precies zoals zijn voorganger Perez de Cuellar in januari 1991, voor niets naar Bagdad gaan, achteraf voor gek staan en beschadigde relaties met de VS overhouden.

Er is buitengewoon weinig tijd voor de onderhandelingen, omdat de Amerikaanse militaire bevelhebbers de maanloze nachten van de komende week voor hun aanvallen willen gebruiken. Bovendien moeten zij hun campagne vóór eind maart hebben afgerond, omdat dan voor de moslims in de wereld de Grote Haj begint, een periode waarin de Amerikanen niet met een moslim-land in oorlog willen zijn. Voor de Russen is dat voldoende reden om de onderhandelingen slepende te houden.

Intussen moet ook Saddam nog eens goed nadenken hoever hij de confrontatie doorzet. In eerste instantie zijn de door de Amerikanen aangekondigde bombardementen voor hem niet zo erg. Ze zullen de bevolking treffen en een deel van zijn militaire infrastructuur. Maar naarmate Saddam doorgaat de Held en de Martelaar te spelen en daarvan de Arabisch-islamitische dividenden probeert te incasseren, worden de risico's voor hem steeds groter. Want dan zit er voor president Clinton niets anders op dan de oorlog - met andere middelen - op te voeren. Clinton kan het zich als leider van een supermogendheid immers domweg niet veroorloven om politiek van Saddam te verliezen.

Vandaar dat er nu in Washington hardop gedacht wordt om heel Irak zowel een no fly zone als een no drive zone op te leggen, als de aanvankelijke bombardementen Saddam niet tot wijziging van zijn politiek brengen. Daarmee zouden alle helikopters, tanks en pantserwagens van Saddam geïmmobiliseerd worden, waardoor oppositiegroepen veel gemakkelijker in opstand kunnen komen.

Tot dusverre was de Amerikaanse politiek erop gericht Saddam te vervloeken, maar hem, gekooid en wel, in het zadel te houden. Die politiek zal men in Washington niet voortzetten als Saddam erin slaagt UNSCOM straffeloos te blijven bruskeren.