'Galeriehouders kijken klanten vaak de deur uit'; 'Kunstenaar moet brug slaan naar ondernemers'

AMSTERDAM, 17 FEBR. Als Chris Devries, de Amerikaanse directeurvan Citibank Nederland, buitenlandse relaties op bezoek heeft, neemt hij ze altijd mee naar huis. Zijn gasten zijn stomverbaasd als ze zien hoeveel kunst bij hem aan de muur hangt. Bij het derde glas komen de vragen. Waar doe je dat van? En wat kost dat wel niet? Devries vertelt dan dat moderne kunst in Nederland goedkoop is. En hij nodigt z'n gasten uit om de volgende keer in Amsterdam samen een weekendje kunst te gaan kijken.

Bijna elke zaterdag en zondag is hij met relaties op pad. Op gehuurde fietsen gaan ze de Amsterdamse galeries langs. Vaak wordt er flink gekocht. “Ik was laatst met vier gasten op stap. In één galerie kochten ze de helft van het tentoongestelde werk. Het ging om heel veel geld.”

Devries vindt dat Nederland, en met name Amsterdam, veel te weinig doet aan de promotie van de moderne kunst. “Ik heb tegen burgemeester Patijn gezegd dat het raar is dat buitenlanders wel van Rembrandt en Vermeer gehoord hebben, maar zo weinig van de hedendaagse Nederlandse kunst weten. Als ik de gemeente was, zou ik de allermooiste website van de wereld maken. Daar ben ik met ze over bezig. Buitenlanders zouden thuis al moeten kunnen bekijken welke galeries ze in Amsterdam willen bezoeken. Kopenhagen heeft al zoiets, maar dat functioneert nog niet helemaal goed.”

Het liefst zou Devries alle Nederlandse galeriehouders en kunsthandelaren een cursus klantgericht ondernemen geven. “Er is een enorme drempel om een galerie binnen te gaan. Dat komt door de houding van de houders. In de meeste galeries kijken ze de klanten gewoon de deur uit. Mijn gasten zijn mensen met grote ondernemingen. Ze hebben honderden, vaak zelfs duizenden mensen in dienst. Ze zijn hoog opgeleid, hebben geld, bereizen de hele wereld en toch durven ze in Amsterdam geen galerie binnen te lopen. Dat moet echt veranderen.”

In zijn streven ondernemers en kunst dichter bij elkaar te brengen bemoeit Devries zich sinds kort met het Amsterdamse kunstadviesbureau Kunst en Bedrijf. Op zijn initiatief organiseert dit bureau een serie avonden onder de noemer Business meets the Arts, waarbij vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in contact kunnen komen met kunstenaars. Op de eerste bijeenkomst gaf beeldend kunstenaar Peter Otto de aanwezige ondernemers onlangs een stimulerende les in kunst kijken.

Kunst en Bedrijf is in 1950 opgericht om kunstenaars aan opdrachten uit het bedrijfsleven te helpen. In het begin stonden de kunst en de kunstenaar centraal, nu draait alles om de opdrachtgever. “We zijn aan het professionaliseren”, zegt directeur Fleur Gieben. “Dat betekent dat we actiever op de markt zijn. We proberen erachter te komen wanneer een bedrijf behoefte zou kunnen hebben aan ons advies. We doen dat door ons netwerk uit te breiden en bij te houden welke bedrijven verhuizen, met nieuwbouw bezig zijn of een jubileum hebben. Want dat zijn de momenten waarop over de aankoop van kunst of relatiegeschenken wordt nagedacht.”

Sinds december vorig jaar is voormalig KLM-president Pieter Bouw commissaris bij Kunst en Bedrijf. Gieben: “Ik had behoefte aan iemand uit het bedrijfsleven om beter de ontwikkelingen in de markt te kunnen volgen. Ik wist dat Pieter voorzitter was van de kunstcommissie van de KLM. Toen ik hoorde dat hij wegging, heb ik hem gevraagd om commissaris te worden bij ons.”

Het commissariaat bij Kunst en Bedrijf is één van de vele activiteiten in het nieuwe leven van Pieter Bouw. Toen hij de KLM verliet, had hij zich voorgenomen een kwart van zijn tijd aan de wetenschap te besteden, een kwart aan commissariaten, een kwart aan advieswerk en een kwart aan nietsdoen. “Met niets doen bedoel ik dat ik tijd wil hebben voor mensen in mijn omgeving”, aldus Bouw. De driekwart van zijn tijd die voor werk is gereserveerd, is inmiddels volledig ingevuld. “Ik had met alle aanbiedingen die ik gekregen heb wel vier Pieter Bouws aan het werk kunnen zetten.”

Bouw is één dag in de week actief als hoogleraar bedrijfskunde aan de Universiteit Twente, hij doet advieswerk voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat en hij heeft, zoals gepland, een aantal commissariaten. Het commissariaat van Kunst en Bedrijf beschouwt hij niet als hobby, ook al heeft hij grote affiniteit met beeldende kunst. “Het past in mijn commissariatenkwart. Toen ze me hiervoor vroegen, heb ik gezegd: Durven jullie de bedrijfsmatige aanpak aan? Dat was voor mij een voorwaarde. Kunst en Bedrijf is begonnen vanuit liefde voor de kunst. Ik vind dat de insteek moet zijn: wat is de behoefte van bedrijven? Ik stimuleer ze om van buiten naar binnen te kijken.”

Kunst is belangrijk voor Bouw. Hij ontleent er creativiteit aan en het helpt hem te begrijpen wat er leeft in de samenleving. Onder zijn leiding is de afgelopen jaren bij de KLM veel aan kunst gedaan. “We hebben de mensen gestimuleerd kunst op hun werkplek neer te hangen. Niet alleen op de kantoren, maar ook in de kantines van de vrachtloodsen. We hebben bij de KLM nooit een onderzoek gedaan naar het rendement van kunst. Maar je merkt aan de reacties dat mensen het als een vorm van aandacht zien als je hun kunst aanbiedt. Het is het adresseren van de gevoelszijde van de mens, je laat zien dat je beseft dat er méér is. Het rendement van kunst is moeilijk te kwantificeren, maar als ik er niet van overtuigd was geweest dat het iets oplevert, had ik het niet gedaan. Als leiders van ondernemingen denken we graag dat beslissingen altijd rationeel zijn. Dat is natuurlijk niet zo, er zitten altijd irrationele elementen in. Je moet als organisatie leren om met elkaar over irrationele, of beter gezegd emotionele, dingen te communiceren. Kunst kan daarbij een hulpmiddel zijn. Natuurlijk mag het emotionele nooit ten koste gaan van de analyse, van de rationele kant. Maar een organisatie die uitsluitend rationeel is, doet zichzelf tekort”, aldus Bouw.