Europese munt

Een groep van 155 Duitse economen heeft gepleit voor uitstel van de Economische en Monetaire Unie. In het hoofdartikel van 10 februari wuift NRC Handelsblad de bezwaren wel erg lichtzinnig terzijde. De komst van de EMU is niet de reden van de hoge werkloosheid, wordt gesteld. Dat klopt, maar dat beweren de 155 economen ook niet.

Uw tweede argument om gewoon door te gaan, is dat het bedrijfsleven reeds zoveel geïnvesteerd heeft in de komst van de EMU. Nu niet doorgaan wordt onbehoorlijk bestuur genoemd. Met die redenering wordt voorbijgegaan aan het feit dat het definitieve besluit over doorgaan van de EMU nog moet worden genomen, mede op basis van welke landen zich kwalificeren. Zouden enkele belangrijke landen zich niet kwalificeren, dan gaat de EMU niet door. Het bedrijfsleven weet dat. En overigens zijn veel van de zogenaamde investeringen voor de EMU in de praktijk niet veel meer dan het vormen van financiële potjes nu de winstgevendheid zo hoog is.

Als laatste en belangrijkste argument staat in het hoofdartikel dat de voorbereidingen voor de EMU alle Europese landen hebben gedwongen om hun overheidsfinanciën te saneren. Zonder de politieke druk van een invoeringsdatum zal die discipline zonder twijfel verdampen, wordt gesteld.

Me dunkt dat u met die stelling juist de zorg van de Duitse economen onderschrijft: immers als u vreest dat die discipline zal verdampen, zou u ook bevreesd moeten zijn dat die discipline meteen zal verdwijnen zodra de betreffende landen tot de EMU zijn toegelaten. En die vrees is nu juist de kern van de Duitse angst en zou een zorg moeten zijn voor alle landen die nu de economische vruchten plukken van een over een lange reeks van jaren door een strak monetair beleid verkregen harde munt.

Harde sancties na de invoeringsdatum zijn er immers niet. De vraag die gesteld zou moeten worden is of Nederland de harde gulden (plus de in de jaren opgebouwde financiële reserves van De Nederlansche Bank) in wil leveren voor een per definitie veel zwakkere euro, die alleen de lidstaten zonder traditie van zorgvuldig monetair beleid voordelen oplevert. Inmiddels is immers zonder meer duidelijk dat het tien jaar geleden gepubliceerde 'Cecchini-rapport' over de voordelen van een Europese Muntunie, niet meer is dan gebakken lucht. Voeg daarbij het gegeven dat de waarde van de 'euro' bewaakt moet worden door een Europese Centrale Bank die aan geen enkele parlementaire controle onderhevig is en in een staatsrechtelijk vacuüm opereert. Redenen genoeg om de weldoordachte zorg van 155 professoren te onderschrijven of in ieder geval serieus te nemen, dunkt me.