Europees Hof stelt homo's teleur

Het Hof van Justitie in Luxemburg heeft vanmorgen bepaald dat de geldende Europese verdragen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid toestaan.

ROTTERDAM, 17 FEBR. De opwinding onder homo-organisaties in Europa was de laatste weken tot een hoogtepunt gestegen: zou het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in Luxemburg het aandurven om discriminatie van homoseksuelen op de werkplek onwettig te verklaren? Vanmorgen bleek echter dat de champagneflessen voorlopig nog niet ontkurkt hoeven te worden. Er is vooralsnog niets in het Europees recht dat discriminatie op grond van seksuele gerichtheid verbiedt, bepaalde het Hof. Daarom heeft de Britse regionale spoorwegmaatschappij South-West Trains het volste recht om vervoersconcessies aan te bieden aan de partners van ongehuwde heteroseksuele medewerkers (als ze langer dan twee jaar samenwonen) en dat te weigeren aan de partners van homoseksuele employés. De Britse lesbienne Lisa Grant, die een rechtszaak tegen South-West Trains was begonnen, werd daarmee in het ongelijk gesteld.

Natuurlijk wisten ook homo-organisaties dat discriminatie op grond van seksuele gerichtheid niet expliciet in de Europese verdragen wordt verboden. Maar twee jaar geleden had het Hof een Britse transseksueel die ontslagen was omdat hij zich wilde laten ombouwen, in het gelijk gesteld. In dat vonnis bepaalde het Hof toen dat discriminatie wegens transseksualiteit een vorm van seksediscriminatie is. Discriminatie wegens geslacht wordt - in tegenstelling tot discriminatie op grond van seksuele gerichtheid - wel door de Europese Verdragen verboden.

Homo-organisaties hadden gehoopt dat het Hof discriminatie op grond van homoseksualiteit ook als een vorm van seksediscriminatie zou zien. “Als de partner van de homoseksueel een ander geslacht had zou er immers geen reden zijn voor de ongelijke behandeling”, aldus Kees Waaldijk, een Nederlandse expert op het gebied van het homorecht. Die hoop is dus vanmorgen niet bewaarheid.

De advocaat-generaal, die tot taak heeft de rechters te adviseren met betrekking tot hun vonnis, had zich op de zaak van de transseksueel beroepen om te beargumenteren dat het Hof Lisa Grant in het gelijk zou moeten stellen. De rechters van het Hof in Luxemburg hoeven in hun vonnis de aanbeveling van de advocaat-generaal niet te volgen maar doen dat in ongeveer 75 procent van de gevallen wel. Het is niet geheel duidelijk waarom het Hof in dit geval het advies van de advocaat-generaal naast zich neer heeft gelegd. In het verleden heeft het Hof immers wel vaker uitspraken gedaan die grote politieke (en economische) gevolgen hadden. In 1979 velde het Hof het zogeheten Cassis de Dijon-arrest. Daarin bepaalde het Hof dat produkten die in één lidstaat van de Europese Gemeenschappen door de autoriteiten zijn goedgekeurd zijn, in beginsel op alle 'nationale' markten toegelaten moesten worden. Het vonnis was een belangrijke stimulans voor de totstandkoming van de 'interne markt', waarin goederen, diensten, personen en kapitaal vrij mogen circuleren.

Stelde het Hof vanmorgen South-West Trains in het gelijk omdat het niet op de politieke besluitvorming in de Europese Unie vooruit wilde lopen? In het Verdrag van Amsterdam is immers voor het eerst de mogelijkheid geschapen om maatregelen te treffen tegen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid. De besluitvorming dient echter bij unanimiteit in de Raad van ministers plaats te hebben. Gezien de bezwaren die een aantal landen tijdens de onderhandelingen over het verdrag tegen het desbetreffende artikel kenbaar maakten, ligt het niet voor de hand dat op korte termijn Europese regels tegen homodiscriminatie te verwachten zijn.

Als het Hof Lisa Grant in het gelijk had gesteld, zou dat een doorbraak zijn geweest in de emancipatie van de naar schatting 35 miljoen homoseksuelen in de Europese Unie. Zeven lidstaten van de EU hebben geen nationale wetgeving om homoseksuelen tegen discriminatie te beschermen. De uitspraak van het Hof zou voor die landen het eerste stuk wetgeving tegen homodiscriminatie zijn geweest. Voor Nederland zou een uitspraak ten voordele van Lisa Grant weinig gevolgen hebben gehad: de emancipatie van homoseksuelen is hier zo snel gegaan dat zij min of meer parallel liep met die van ongehuwd samenwonende heteroseksuelen. Het komt dus niet of nauwelijks voor dat ongehuwde heterostellen in arbeidsregelingen rechten hebben die aan homostellen zijn ontzegd. In landen als bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk ligt dat heel anders. De aanbeveling van de advocaat-generaal repte overigens met geen woord over discriminatie tussen gehuwde stellen en homo-paren.

De uitspraak van vanmorgen is vooral een tegenslag voor de Britse homobeweging. In het Verenigd Koninkrijk kreeg de zaak van Lisa Grant veel aandacht, mede omdat de Britse in de eerste stadia van het proces werd verdedigd door Cherie Booth, de echtgenote van de huidige Britse premier, Tony Blair. Op Internet stonden vorige week al oproepen aan Britse homoseksuelen om massaal naar de (Britse) rechter toe te stappen, als ze vonden dat ze op de werkplek werden gediscrimineerd. De uitspraak is ook een grote tegenslag voor de Brit Perkins, wiens zaak binnenkort ook in Luxemburg aan de orde komt. Perkins werd wegens zijn seksuele geaardheid ontslagen uit de Britse marine. Na de uitspraak van vanmorgen lijken zijn kansen om in Luxemburg te winnen, aanzienlijk verkleind.