Eis zeven jaar voor doodslag na scheldpartij

De 20-jarige Hakan E. stond gisteren in Den Haag terecht voor het doodsteken van de 22-jarige David Zegwaard. Hakan wilde wraak nemen op een aantal Nederlandse jongens die racistische opmerkingen tegen hem hadden gemaakt.

DEN HAAG, 17 FEBR. “Ze scholden me uit voor vieze, vuile kankerturk. Ik heb wat teruggeroepen en ben doorgelopen. Ze gingen maar door. Toen ze riepen dat 'alle buitenlanders hoerenkinderen zijn', werd ik boos. Mijn moeder is heilig voor me. Ik heb wat vrienden gebeld om klappen aan die Hollandse jongens uit te delen”, zegt Hakan E. (20 jaar).

Hakan en een paar van zijn vrienden beperkten zich op de bewuste vrijdagavond van 8 augustus vorig jaar aan de Zeekant in Scheveningen niet tot het uitdelen van klappen. 'De brede Marokkaan', zoals hij door zijn vrienden wordt genoemd, trekt een mes als hij “de agressiefste jongen” denkt te zien. Hij steekt hem een paar keer met zijn twintig centimeter lange fileermes en rent weg. Het mes gooit hij in een putje. Een paar dagen later verbrandt hij zijn kleren.

Het slachtoffer, de 22-jarige David Zegwaard, overlijdt de volgende dag in het ziekenhuis. “Je hebt de verkeerde”, zou het slachtoffer zijn aanvaller nog hebben toegeroepen. “Nee, dat heb ik niet gehoord”, zei Hakan gisteren voor de Haagse rechtbank. “Het slachtoffer was er bij en hoorde er dus bij.” Uit tal van getuigenverklaringen blijkt echter dat David zich pas na de scheldpartij bij zijn vrienden had gevoegd. Degene die zich verbaal het meest had laten gelden en eerder op afstand met een vlindermes had gezwaaid tegen Hakan, was toen al vertrokken.

Hakan probeerde gisteren voor de rechtbank zijn eerdere verklaringen wat bij te stellen. “Ik was in een shocktoestand en ik zag de zaak niet helder. Ik weet nu dat ik iets zag glinsteren en toen heb ik uit een reflex mijn mes getrokken. Uit angst dat hij mijn leven weg zou nemen”, zegt hij koeltjes. “Bullshit”, roepen vrienden van David op de publieke tribune. David Zegwaard bleek geen mes bij zich te hebben.

“Waarom draagt u eigenlijk een mes bij zich?”, vraagt de president van de rechtbank S. Donker aan de verdachte. “Voor mijn eigen veiligheid, om me te beschermen. Ik heb vroeger een hoop dingen gedaan die ik nooit had mogen doen. Ik kan nog altijd mensen uit die tijd tegenkomen”, zegt hij.

Hakan is in 1995 veroordeeld tot 24 maanden cel waarvan zes voorwaardelijk. Hij had op 17-jarige leeftijd op gewelddadige wijze een snorfiets geroofd waarbij hij het slachtoffer had gestoken, een diefstal met geweld gepleegd en een jongen die hij voor zich had laten knielen met een mes in het hoofd gekerfd.

“Ik ben veranderd”, zegt hij nu. “Ik weet hoe ik me moet gedragen. Ik ben niet agressief en ik ben niet dom.” De rechter raakt een beetje geïrriteerd door het koele optreden van Hakan. Donker: “U staat hier nu voor een zeer agressieve daad, die lijkt op de dingen die u in het verleden heeft begaan.”

Hakan: “Ik was op de goede weg, behalve dit dan. Denkt u dat het leuk voor mij is dat ik zoiets op mijn geweten heb?”

Uit psychiatrische en psychologische rapporten blijkt dat Hakan “volledig toerekeningsvatbaar is”. Een behandeling heeft volgens de rapporten geen zin. Mogelijkheden om te veranderen zouden niet aanwezig zijn. De oorzaak van zijn daden zoekt Hakan doorgaans bij anderen. “Hoe moet het verder met u?”, vraagt de rechter. Hakan: “Ik was van plan om te gaan trouwen en dat wil ik nog steeds. Op 2 maart zullen we weten hoe we verder gaan.” Op die dag zal de rechter uitspraak doen.

Officier van justitie I. Breman haalt een psychiatrisch rapport van twee jaar geleden aan. “Ik ben bang dat hij ooit nog eens iemand doodslaat”, is een van de dingen die over Hakan worden gezegd. Breman: “U heeft niet in een impuls gestoken. U heeft het slachtoffer meerdere malen gestoken en de gevolgen zijn zeer gruwelijk.” Ze eist een gevangenisstraf van zeven jaar.

Heeft u nog iets te zeggen, vraagt de rechter. “Nee, jullie zien me toch als het zondebokje.”