Buurtbewoners maken zelf 33 verkeersplannen

Het grotestedenbeleid begint vruchten af te werpen, berichtte staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) deze week aan de Tweede Kamer. Een praktijkvoorbeeld: Deventer maakt 33 buurtverkeers- circulatieplannen.

DEVENTER, 17 FEBR. Een winterzonnetje schijnt op de nieuwe, roze klinkers voor het wijkcentrum in de Deventer buurt De Hoven, die door de IJssel wordt gescheiden van de rest van de stad. Het pleintje voor het wijkcentrum, vertelt buurtbewoner Hylle de Beer, vormt de afronding van jarenlang denken en doen in deze buurt. Bewoners hebben het wijkcentrum zelf ontworpen en deels met eigen handen gebouwd, en ook het pleintje is een initiatief uit de buurt. Het kon worden aangelegd met geld uit het grotestedenbeleid.

In de tijd van de sociale vernieuwing, begin jaren negentig, heeft Deventer een traditie van bewonersparticipatie in de wijken opgebouwd die nu goed van pas komt, zo licht burgemeester James van Lith de Jeude toe. In elk van de vijf wijken in Deventer draagt een zogeheten wijkteam van twintig gewone burgers zelf de verantwoordelijkheid om verbeteringen in hun buurt aan te brengen. Zij kunnen daarbij rekenen op de hulp van professionals en gemeentelijke diensten. Het wijkteam heeft daarvoor ook een eigen budget. De leden van het wijkteam vormen geen mini-gemeenteraadje, ze vertegenwoordigen niemand. Beslissingen over de besteding van het wijkbudget komen dan ook tot stand op basis van enquêtes. Ze gaan in elke straat vragen: wat moet er beter in de buurt, elk jaar opnieuw.

Wat er beter moest in De Hoven, dat wisten de bewoners wel: zestig procent van alle klachten ging over het verkeer, vertelt Jan Dijkstra, een van de leden van het wijkteam. Scheurende auto's en spelende kinderen hebben nu eenmaal een wat moeizame verhouding tot elkaar, temeer daar de eigenaren van de auto's en de ouders van de kinderen niet zelden dezelfde mensen zijn.

Klachten over het verkeer bleken in meer buurten het meest voor te komen, reden waarom de toenmalige wethouder van verkeer heeft voorgesteld in alle 33 buurten de verkeersproblemen te inventariseren. Dijkstra: “We hebben toen voor onze buurt plannen gemaakt. Daarmee zijn we de buurt in gegaan. Iedereen die kritiek had werd meteen uitgenodigd om mee te doen met de verdere ontwikkeling. Zo zijn de plannen bijgesteld en zijn we weer de buurt in gegaan. Toen mochten bewoners nog wel commentaar leveren, maar voor ingrijpende wijzigingen was het te laat.”

Op die manier zijn in Deventer 33 buurtverkeerscirculatieplannen opgesteld. Die zijn voorgelegd aan burgemeester en wethouders, die ze vrijwel allemaal ongewijzigd hebben vastgesteld. In drie gevallen speelden er onoplosbare conflicten tussen bewoners en middenstanders en moest het college een knoop doorhakken. “De uitvoering van die plannen zou jaren gaan duren, in verband met de kosten”, zegt coördinator grotestedenbeleid Maarten Schuttert. “Dankzij het geld van het grotestedenbeleid kon de uitvoering worden versneld.”

Deventer kon als het ware een vliegende start maken, omdat die wijkteams al bezig waren toen het grotestedenbeleid werd ingevoerd, aldus burgemeester Van Lith de Jeude. In de geest van het grotestedenbeleid wordt de uitvoering van de plannen 'ontkokerd' aangepakt. De burgemeester: “We financieren een deel uit de middelen voor het rioleringsplan. Daarvoor moeten de straten toch open.”

Nu de uitvoering van de buurtverkeerscirculatieplannen een flink eind op streek is, verandert het karakter van de problemen die buurtbewoners signaleren, merkt coördinator Schuttert op. Klachten over verkeer verdwijnen zoals verwacht naar de achtergrond, terwijl sociale kwesties prominenter op de agenda komen. Rondhangende jongeren bijvoorbeeld. Buurtbewoner Hylle de Beer: “Als er eenmaal zestig à tachtig jongeren bij elkaar staan, maak je als ouder niks meer klaar. Dan heb je professionele aandacht nodig.” Maar niet alleen maar professionele aandacht, benadrukt Schuttert. Het gaat er ook om zo'n probleem in de buurt bespreekbaar te maken, tussen jongeren en ouderen, tussen alle bewoners. “Dat kost tijd, want vaak is er jarenlang gezwegen. We willen proberen gesprekken in de buurt op gang te krijgen, niet alleen over wat er moet gebeuren - zoals bij de verkeerscirculatieplannen - maar ook over wie je bent en wat je van elkaar vindt.”

Hoewel de wijkgerichte aanpak een prominente rol speelt in het Deventer grotestedenbeleid, is dat daar niet helemaal toe te herleiden. Sommige zaken worden op het niveau van de hele stad aangepakt. Probleemjongeren bijvoorbeeld. Dan gaat het niet om 'gewone' rondhangers, maar om voortijdige schoolverlaters, jonge criminelen, enzovoorts. Zulke jongeren komen vaak met een hele trits hulpverleners in aanraking die soms langs elkaar heen werken, soms tegen elkaar worden uitgespeeld. In andere gevallen zwerven ze van wachtlijst naar wachtlijst en bereiken ze nooit, of veel te laat, de hulpverlener die ze nodig hadden.

Om die verkokering te bestrijden heeft Deventer een zogeheten coach-project opgericht. In haar net geopende, nog naar verf ruikende kantoor vertelt coördinator Gerda Buys wat het coach-project inhoudt: een aantal functionarissen, de coaches, moeten ervoor zorgen dat kwetsbare jongeren in de stad begeleiding op maat krijgen. Zo'n coach begeleidt een jongere, zorgt dat hij bij de juiste instanties terechtkomt, controleert ook of de hulpverlening wat oplevert, en hij kan door wachtlijsten heenbreken. De coaches komen wekelijks bij elkaar om concrete gevallen te bespreken. Op die manier willen zij voorkomen dat jongeren tussen wal en schip raken.

De doelstelling is ambitieus, meent Buys: “We moeten 120 jongeren per jaar op een traject zetten.” Kortom, ervoor zorgen dat ze uiteindelijk een baan krijgen en een bestaan kunnen opbouwen. Nog ambitieuzer is de achterliggende doelstelling: “Als dit goed werkt, leidt het ertoe dat al die instanties - scholen, politie, Riagg, randgroepjongerenwerk, jeugdzorg - uit zichzelf goed gaan samenwerken. Dit project moet zichzelf binnen twee jaar overbodig maken.”

Voor burgemeester Van Lith de Jeude is dit exemplarisch voor de aanpak van het grotestedenbeleid in zijn stad: “Het systeemdenken van organisaties doorbreken ten gunste van de burger.”