Brits voetbalaandeel nu volwassen

Supporters die investeren in hun beursgenoteerde club lopen het risico op dubbel verdriet: koersdaling van het sportieve aandeel en verlies van hun club in de competitie. De Britten hebben er ervaring mee.

LONDEN, 17 FEBR. Continentale voetbalclubs mogen zich tactisch en technisch nog altijd superieur wanen aan hun Britse collega's. Maar als het aankomt op financiële exploitatie van het edele voetbal is Engeland de onbetwiste wereldkampioen. Daarom gaan clubbestuurders uit Duitsland, Spanje, Italië en Nederland wekelijks bij succesvolle voetbalbedrijven als Manchester United, Liverpool en Arsenal in de leer.

Hun interesse richt zich niet alleen op de commerciële nevenactiviteiten, die bij sommige van de Engelse clubs inmiddels hoofdmoot vormen. Al kijken ze met bewondering en verbazing naar de schaamteloze vindingrijkheid waarmee de voetbalsport wordt uitgebaat. Financieel is Manchester United de grootste voetbalclub ter wereld, met een omzet in het seizoen 1995-1996 van 53,3 miljoen pond (179 miljoen gulden). Niet meer dan eenderde van dat bedrag komt uit de verkoop van toegangskaartjes. Inkomsten uit televisierechten (14 procent), verhuur van vergaderruimte (6 procent) en de afzet van meest uiteenlopende producten onder het Unitedmerk (33 procent) leveren meer dan de helft.

Nog intrigerender vinden veel continentale clubbestuurders de beursgang die al achttien Engelse en Schotse clubs hebben gemaakt. Beursintroductie zien ze als een simpele manier om kapitaal aan te trekken en toegang te krijgen tot de financiële markten. Beursnotering beschouwen ze in toenemende mate als noodzaak om te kunnen blijven concurreren op de Europese markt.

De trek van voetbalclubs naar de beurs en de parallelmarkt heeft in Engeland pas de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Pas nadat de vorming van de Premier League, een soort BV Eredivisie, en de verkoop van tv-rechten aan het commerciële tv-conglomeraat BSkyB voor een forse financiële injectie hadden gezorgd. Pas nadat modernisering en beveiliging van de stadions het door vandalisme achtervolgde voetbal weer respectabel hadden gemaakt.

Tottenham Hotspur was in 1983 de eerste club die naar de beurs ging en bleef jarenlang de enige. Drie seizoenen geleden waren nog maar vijf Engelse clubs aan de beurs genoteerd.

Het gunstige beursklimaat en zachte aandrang van de City, Londens financiële centrum, verleidden afgelopen jaren nog eens dertien andere clubs de gok te wagen.

De ondernemingszin van deze verenigingen en hun nieuwe beleggers leek onmiddellijk te worden beloond. Vorig seizoen stegen de koersen van de clubs binnen enkele maanden met bijna vijftig procent. Iedere supporter wilde wel een aandeel nemen in zijn favoriete elftal. Investeren in voetbal was even modieus als veelbelovend. De inkomsten van de clubs zouden de komende jaren sterk stijgen met de introductie van 'pay-per-view' televisie, waarbij de tv-kijker voor elke voetbaluitzending apart betaalt.

Maar zo snel als de koersen voor de winterstop stegen, zo snel kelderden ze weer in de tweede helft van het seizoen. Veertien van de achttien clubs waren afgelopen zomer minder waard dan bij hun beursintroductie. Inclusief Tottenham Hotspur, dat vijftien jaar geleden een koers van 100 pence per aandeel hanteerde. Alleen de beleggers in Manchester United, Chelsea Preston North End en Leeds United bleken er financieel op vooruit gegaan.

Voor veel supporters betekende dat een gevoelig verlies, nog boven op de nederlagen die hun favoriete clubs onvermijdelijk leden in de competitie. Maar analisten in de City spraken van een gezonde correctie. Ze zeiden dat toekomstige inkomsten uit betaal-tv zwaar overschat waren en dat voetbalaandelen sterk waren overgewaardeerd.

Volgens Nick Knight, analist bij het effectenkantoor Nomura Securities, begint de handel in voetbalaandelen eindelijk volwassen te worden. Investeerders uit clubliefde wijken voor beleggers die alleen maar naar winstkansen kijken. Geldschieters leren ook steeds beter hoe prestaties van voetbalclubs financieel moeten worden gewaardeerd.

Daarbij onderscheidt verkoopdirecteur Justin Urquhart Stewart van Barclays Stockbrokers' twee soorten bedrijven. Allereerst de voetbalclubs die zich vrijwel uitsluitend met voetbal bezighouden. Zij kunnen worden beoordeeld naar hun positie op de ranglijst. Zij zijn ook het kwetsbaarst en hebben de minste winstpotentie. Een onverwachte nederlaag of de uitschakeling van een sterspeler drukt onmiddellijk de koers, zoals Newcastle United na de zware enkelblessure van Alan Shearer ondervond.

Meer gediversificeerde voetbalondernemingen zoals Bolton Wanderers en Chelsea moeten volgens Urquhart Stewart worden gezien als degelijke amusementsbedrijven. Het vertrek van Cantona bij Manchester United aan het eind van vorig seizoen had minder effect op de koers dan de introductie van een nieuwe kledinglijn door de landskampioen.