Belasting in China helpt Shell bij project

DEN HAAG, 17 FEBR. Tax holidays en andere aantrekkelijke belastingregelingen voor nieuwe investeerders hebben Shell en zijn drie partners enorm geholpen bij het akkoord om een petrochemisch complex ter waarde van 9 miljard gulden in Zuid-China.

Dat maakte de Nederlandse directievoorzitter van Shell Chemicals, Evert Henkes, gisteren bekend op een gezamenlijke persconferentie van Shell en zijn Chinese partners.

Als vestigingsplaats bij Daya Bay, ten noorden van Hongkong, is een maagdelijk terrein (greenfields site) gekozen waar nu alleen nog rijst wordt geteeld en kippen rondlopen, zei Jan van Dijk, tot voor kort algemeen directeur van Shell China. Daarom moet van de 4,5 miljard dollar aan investeringskosten 600 miljoen dollar besteed worden aan de aanleg van een haven, een wegennet en een spoorverbinding en de bouw van een kleine stad voor de huisvesting van 1.500 vaste personeelsleden en hun gezinnen.

Het project zorgt volgens Evert Henkes voor een veelvoud aan banen bij toeleveringsbedrijven, en in de bouwfase voor een groot aantal tijdelijke banen.

“We krijgen geen cent subsidie”, aldus Jan van Dijk. “Wel komen we in aanmerking voor de belastingregelingen die voor alle investeerders gelden, en dan praat je over zeer veel geld. “Op alle importgoederen, zoals bouwmaterialen en onderdelen als vaten en compressoren zijn geen invoerrechten of btw verschuldigd. De btw bedraagt in China 17 procent. Bij elkaar scheelt dit tussen de 20 en 30 procent op de kosten. Verder is de tax holiday voor nieuwe investeerders van toepassing: gemiddeld 15 procent winstbelasting in plaats van 30 procent. De eerste jaren val je in het nultarief, daarna betaal je een paar jaar 5 procent, vervolgens 7,5 procent en tenslotte 15 procent.”

Volgens president-directeur Wang Yan van de China National Offshore Oil Company (CNOOC) is Shell als partner gekozen wegens zijn “meest geavanceerde technologie” bij de winning en verwerking van olie en de succesvolle samenwerking in het chemieproject dat in 2003 moet gaan draaien.

De detentie in 1996 van medewerkster Edith Xu die voor 40 procent van haar arbeid door Shell wordt betaald en haar collega He van CNOOC heeft volgens Evert Henkes geen vertraging van het project opgeleverd. “Die vertraging hadden we toch al opgelopen door andere oorzaken.” Wel heeft Jan van Dijk 14 maanden besteed aan “stille diplomatie” om Xu en He vrij te krijgen, waarbij ook de top van de Koninklijke/Shell Groep was betrokken. “We hebben onze ups en downs gehad en dit was zeker geen hoogtepunt”, aldus Henkes. Uiteindelijk zijn de twee vrijgelaten zonder dat een proces tegen hen is gevoerd. “Ons is nooit uitgelegd wat de aanklacht was, alleen dat het iets van doen had met economische informatie.”