Zapman

De sport is het strijdtoneel van deze tijd, en geen ander die dat zo goed begrepen heeft als onze prins Willem-Alexander. In vroeger tijden had hij het krijgsberaad voorgezeten, vanaf een heuvel zou hij veldslagen hebben gadegeslagen, nu zit hij op de tribune en neemt plaats in een olympische commissie.

Een goede tijdbesteding, zeer vredelievend ook. Zou je denken. Maar nu komt het: onze prins zit nog niet in die commissie of meteen laait de strijd op. Er is iemand die zich voor dezelfde commissie kandidaat heeft gesteld. Die begint amok te maken omdat hij zich gepasseerd voelt. Tenminste, dat heb ik ervan begrepen.

Het zijn kwesties die me nooit langer kunnen boeien dan de kop van het krantenartikel en een paar eerste regels. Een commissie is toch iets waarin je morrend plaatsneemt omdat niemand anders zich beschikbaar wil stellen? Zodra de vergadering geopend is laat je weten dat je over een uur al weer weg moet om het oeverloos geouwehoer een beetje binnen de perken te houden. Mensen die zo graag in een commissie zitten, zouden de laatsten moeten zijn die erin plaats mogen nemen. Het doet er niet toe wie ons vertegenwoordigt in het IOC. Zo belangrijk is dat mondiale gehijg om medailles niet. Het gaat maar om het idee. Wat kan het bommen waar de volgende Spelen worden gehouden? Wat maakt het uit welke nationaliteit de snelste 1.000 meter schaatst? Ik gun het Ids Postma van harte, die jongen is oké. Maar dat hitsige gedoe er omheen.

Gisteravond op Studio Sport de samenvatting van zijn winnende rit. Ids Postma in slow motion door de laatste bocht. Een muziekje eronder dat doet denken aan een populair filmgenre waarin sprakeloze bodybuilders alles aan flarden schieten wat tussen hen en hun heilig doel in staat. Als Ids op het podium stapt, verstomt het rambodeuntje. Een grafstem neemt het stokje over. Of we niet willen vergeten wat een ramp het was toen Ids vorige week na twee misslagen op de 1.500 meter slechts een zilveren plak in ontvangst mocht nemen. “Hij stond op het podium alsof hij voor het vuurpeloton stond.” Gemankeerde dichters willen ons laten geloven dat sport een kwestie van leven of dood is. Trap er niet in. Sport is geen oorlog. Het gaat maar om het idee.