Weekend

Ids en Marianne. Daar zou het om moeten gaan, maar de gouden prestaties spelen zich af in de schaduw van een van de meest ordinaire rellen uit de nationale sporthistorie.

'Mickey had niet gedronken', verzekerde een wederzijdse vriend ons gisteren.

'Des te erger', zou ik willen zeggen. Mijn Herman heeft laatst van een zakenrelatie een horloge gekregen en daarop kan je zien hoeveel uur we nog verwijderd zijn van het nieuwe millennium. Je kan het hebbedingetje ook zelf instellen. Op je trouwdag, je eindexamen of het jubileum van je echtscheiding. 'Zullen we er een aan Mickey geven', opperde Herman gisteren, 'en hem dan instellen op de eerstvolgende NOC*NSF-vergadering.'

'De landing op Schiphol is al genoeg', zei ik.

We kwamen amper aan bridgen toe. Bij ons op de club praat men over niets anders. Het gaat over Alex, over Mickey, over Ard en over Anton. En Alex wordt per dag sneuer. Je zal als jonge vent van dertig toch om de twee regels over jezelf moeten lezen dat je niets anders bent dan een zielige etalagepop en dat dat je leven lang je rol blijft. Zelfs de bondscoach van de hockeyvrouwen viel hem zaterdagavond af. Dan is de republiek nabij.

Vannacht droomde ik van hem. Zag die arme jongen in zijn Japanse suite. Grote druppels op zijn bolle prinsenwangen. Uitgemaakt voor saboteur, judas en lafaard en ondertussen denkt hij maar één ding: Had ik maar de kans om een van de drie echt te zijn, dan had ik een veel leuker leven.

Mijn Herman (kleine belegger) wil aandelen Ajax kopen. Als Vitesse-supporter. Dat wordt raar juichen.