Verharding is geen bevrijding

Toen The Exorcist destijds in de bioscopen kwam, werd overal duidelijk gemaakt dat het hier een zeer, zeer griezelige film betrof. Er werd over geschreven, er werden foto's afgedrukt (het door de duivel bezeten meisje dat als een plank boven haar bed zweeft) en er werden scènes naverteld. De film trok veel bezoekers.

Ik was daar niet bij - ik lag elke nacht met het licht aan te sidderen van angst om wat ik niet eens gezien had, alleen maar gehoord en gelezen.

Dat was kinderachtig. Maar lang geleden. Nu draait in de bioscopen Funny games van de Zweedse regisseur Michael Haneke. Vorig jaar werd deze, overal als 'gruwelijk' en 'wreed' beschreven film al in Cannes gedraaid. Toen al verschenen interviews met de regisseur en navertellingen van de film die laat zien hoe een Zweeds gezin, in een buitenhuisje geterroriseerd, gemarteld en ten slotte vermoord wordt door twee jongens die daarvoor geen enkele reden hebben. De film, zo zei Haneke in interviews, wil laten zien hoe vernederend geweld is voor wie het moet ondergaan, dat een klap echt pijn doet, en dat er aan geweld niets is om te lachen zoals gretige geweldfilmkijkers misschien zouden denken.

Eerlijk gezegd is mijn reactie weer net zo primitief als destijds bij The exorcist: rillend van afschuw en misselijk van angst denk ik aan die film die ik onder geen beding wil gaan zien. Zelfs werd ik aanvankelijk kwaad om het bestaan ervan: wat dacht die Haneke wel, dat we er geen idee van hadden dat slaan pijn doet? Dat niemand zich kan voorstellen dat het absolute dieptepunt van een leven is bereikt als een kind in aanwezigheid van de ouders vermoord wordt? Wat voor botterik was daar aan het filmen die serieus kon menen dat wij wat dat betreft 'wakker geschud' zouden moeten worden? Kijkt die man niet naar het journaal? Is die te stom of te ongevoelig om zich ooit in iets in te leven als het hem niet breeduit in speelfilmbeelden voorgeschoteld wordt?

Allemaal voornamelijk boze en geschrokken gedachten, waar niemand in wil blijven steken.

Recensies herhaalden braaf wat de meester zelf gezegd had: dat het een waarschuwing was tegen het klakkeloos accepteren van geweld in films. Dat hielp de gedachten niet verder. Wel wat Bianca Stigter in deze krant in haar recensie over de film schreef. Zij begon bij Laurel & Hardy: hoe sommige kinderen niet in staat zijn om het grappig te vinden als de dikke een piano op zijn kop krijgt of de dunne een reusachtige smak maakt. Omdat ze zich inleven en schrikken. Later leren ze inzien dat dit geen geweld is dat iemand pijn doet, maar een gestileerde vorm, en dan valt erom te lachen. “Maar”, schreef ze, “tussen het genieten van slapstick en van ergere vormen van filmgeweld bestaat geen absoluut verschil; het is een kwestie van gewenning en van smaak.”

Wreedheid is in de kunst altijd vormgegeven. Denk aan de middeleeuwse schilderijen waarop het martelen van heiligen wordt afgebeeld, denk aan de moordpartijen in de Griekse tragedies - misschien zou je van die laatste kunnen zeggen dat ze in ieder geval de goede smaak hadden om een en ander niet te tonen. Maar juist wel tonen, juist dwingen tot kijken, tot helemaal bewust maken en door laten dringen, dat is een van de dingen die kunst doet. Je zou met gemak talloze schitterende romans, verhalen, gedichten, toneelstukken kunnen noemen waarin de vreselijkste dingen gebeuren. Er bestaat geen neiging om te roepen dat die kunstwerken niet zouden moeten bestaan en men voelt zich niet te teerbesnaard om die aan te kunnen.

Film heeft het nadeel zo direct en overweldigend te zijn dat het moeilijker is om zich eraan te onttrekken, om wat men ziet, te zien als een vorm, een maaksel, een gestileerde emotie. Wie dat niet aankan als het film betreft die is kunstzinnig, of filmisch, niet zo erg ontwikkeld.

Toch valt er niet aan te ontkomen dat men zich afvraagt wat de bedoeling is van het laten zien van geweld. Daar zijn verschillende verklaringen over in omloop. De ene is de min-of-meer opvoedende: laten zien hoe erg het is. De andere is de sublimatie: geweld in de kunst geeft vorm aan datgene waar men bang voor is en bezweert dat zo, of stileert dat waar men naar verlangt en heimelijk genoegen aan beleeft, zodat het 'in het echt' niet meer hoeft plaats te vinden. Zoals heidense rituelen vroeger ook wel deden: iets uitbeelden wat in het dagelijks leven geen plaats kan vinden om het op die manier toch een bestaan te geven zonder dat het de orde verstoort. Dat zijn allemaal redelijke en ook wel overtuigende verklaringen.

In Het Parool stond enige tijd geleden een gesprek met twee filmmakers en een cultuurfilosoof naar aanleiding van de film van Haneke. De verslaggever had bleek en met klamme handen naar de film zitten kijken, maar zijn drie gesprekspartners helemaal niet. Die vonden het een vervelende film. Moraliserend. De beelden hadden ze niets gedaan. Ze verwierpen al dat gezanik over geweld in films als 'politiek correct', mensen waren heel goed in staat om onderscheid te maken tussen geweld op straat of geweld in een film. Het was heel irritant dat daar 'zo moeilijk over wordt gedaan'.

Of er dan nooit eens een film was waar zij zelf op morele gronden tegen waren, vroeg de verslaggever. Ja dat wel. Perverse films bestonden ook. En alle drie kwamen ze met hetzelfde voorbeeld van iets dat ze liever niet zagen: verkrachting. De verfilming daarvan ging ze al snel te ver.

Ik moet zeggen dat mij dat erg verbaasde. Niet omdat ik die afkeer niet begrijp - die begrijp ik maar al te goed. Maar gaat voor verkrachtingsscènes niet alles op dat ook voor ander geweld geldt: dat veel mensen er stiekem naar verlangen of over fantaseren maar het in het echt niet doen? En zou dat dan niet juist een reden zijn om er in kunst vorm aan te geven? Blijkbaar niet. Blijkbaar ligt hier - nog - een grens. Maar die is precies even willekeurig als de geweldsgrens. Daar lag de drempel vroeger ook veel hoger. Moeten de grote verkrachtingsfilms, waarbij we er zelfs om zullen kunnen lachen, nog komen? Zal het ook intellectueel in orde worden om daar geen enkele moeite mee te hebben, zoals dat met geweld al gebeurd is?

Hans Ree gaf vorige week in zijn column op de Achterpagina van deze krant het voorbeeld van de voorlezing van Kafka's verhaal 'In de strafkolonie' waarbij mensen flauw vielen. Dat is nu onvoorstelbaar, maar dat pleit niet voor ons. Verharding op dit gebied is geen bevrijding. Het is alleen maar grover.