Twee Serviërs geven zich aan

DEN HAAG, 16 FEBR. In het Noord-Bosnische stadje Bosanski mac hebben zich zaterdag twee Bosnische Serviërs bij de politie gemeld voor berechting bij het tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië. Het duo is gisterochtend vroeg in Den Haag aangekomen.

Het is voor het eerst dat Bosnische Serviërs zich vrijwillig melden bij het tribunaal. De nieuwe, gematigde premier van de Bosnische Serviërs, Milorad Dodik, heeft verdachten opgeroepen zich vrijwillig te melden. Javier Solana, secretaris-generaal van de NAVO, noemde de overgave van het duo gisteren een voorbeeld dat navolging verdient.

Het gaat om de 39-jarige Milan SimiEÉc en de 60-jarige Miroslav TadiEÉc. Samen met nog vier anderen worden ze gezocht in verband met de etnische zuiveringen rond het Noord-Bosnische stadje Bosanski mac in de lente en zomer van 1992. In deze omgeving speelden zich de vroegste en felste gevechten van de Bosnische oorlog af. Bosanski mac ligt in de zogeheten 'Posavina-corridor', het rivierdal van de Sava dat een smalle levenslijn vormt tussen de twee Servische gebieden in Bosnië. De noordoever van de Sava maakt deel uit van Kroatië, ten zuiden begint het gebied van de moslims.

Op 17 april 1992 werd Bosanski mac ingenomen door een lokale Servische 'zelfverdedigingseenheid', het 'vierde detachement', en werd een crisisbestuur ingesteld. SimiEÉc en TadiEÉc worden ervan beticht een sleutelrol te hebben gespeeld in de etnische zuiveringen die daarop volgden. Waren voor de oorlog 17.000 van de 33.000 inwoners van het stadje moslims en Kroaten, nu zijn er nog nauwelijks driehonderd niet-Serviërs. Veel weerbare Kroaten en moslims werden in 1992 in verzamelkampen samengedreven en daar vernederd, mishandeld of vermoord. De overigen werden van hun bezittingen beroofd en gedeporteerd.

Pagina 4: Serviërs: lager kader

Volgens de dagvaarding heeft de econoom Milan SimiEÉc een hoofdrol gespeeld bij het plannen en uitvoeren van de zuiveringen. Ook wordt hij beschuldigd van het mishandelen van een moslim. SimiEÉc is aan een rolstoel gekluisterd sinds hij in 1993 gewond raakte door een landmijn. Caféhouder Miroslav TadiEÉc werd benoemd tot hoofd van het lokale 'comité voor bevolkingsuitwisseling'. Bij dergelijke comité's moesten de geterroriseerde moslims en Kroaten een verklaring ondertekenen dat ze geen aanspraak meer maakten op hun eigen huis en bezittingen en vervolgens betalen voor hun eigen deportatie.

Met dit duo heeft het tribunaal niet de hoofdverdachten van 'Bosanski mac' in handen, maar het 'tweede echelon'. Op de dagvaarding van juni 1995 staan zes namen. Als leiders van de burgerautoriteiten zoekt het tribunaal de arts en politicus Blagoje SimiEÉc, de oom van Milan SimiEÉc. Als leider van de militaire autoriteiten is Simo ZariEÉc gedagvaard, de commandant van het 'vierde detachement'.

De twee laatste verdachten van 'Bosanski mac' zijn 'uitvoerders'. Stevan TodoroviEÉc, alias 'Stiv' of 'Monstrum', was een productiemedewerker van een fabriekje voor bamboe-meubelen die zich in 1992 tot politiechef liet benoemen. Slobodan MiljkoviEÉc, alias 'Lugar', was een rondtrekkende Servische paramilitair die een slachting aanrichtte onder gevangenen in het dorp Crkvina. Hij zou op één avond 16 gevangenen hebben vermoord. MiljkoviEÉc bevindt zich in zijn geboortestad Kragujevac in Servië.

De 49-jarige Simo ZariEÉc, de toenmalige commandant van het 'vierde detachement', heeft in de Servische krant Dnevni Telegraf laten weten ook te overwegen zich over te geven. Hij zou die stap nog uitstellen wegens onduidelijkheid over juridisch-technische punten. ZariEÉc, tegenwoordig kruidenier, is woedend dat zijn naam voorkomt op een lijst van oorlogsmisdadigers. Hij gelooft dat hij met zijn machtsgreep in april 1992 een bloedbad heeft voorkomen en dat de latere excessen op het conto staan van ongeregelde Servische paramilitairen, die door de burgerautoriteiten werden uitgenodigd om huis te komen houden.