Thomas en Verdi hadden Hamlet moeten ruilen

Concert: Hamlet van A. Thomas door het Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Louis Langrée. Gehoord: 14/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 7/3 19 uur Radio 4.

Wat zou het fijn zijn om alsnog de muziekgeschiedenis te reorganiseren via een libretto-ruilbeurs of een postuum opdrachtenbeleid. Dan zou Shakespeare-liefhebber Giuseppe Verdi (Macbeth, Otello, Falstaff) alsnog kunnen worden belast met de compositie van Hamlet in plaats van Abroise Thomas, die het stuk in de jaren 1859-1868 componeerde. Thomas had zich beter aan een ander Verdi-libretto had kunnen wijden, al is het nog lastig aan te geven wat we niet van Verdi hadden willen hebben.

Helaas, al zijn er ook Hamlets van Searle en Szokolay, we moesten het in de Matinee op de Vrije Zaterdag doen met de Hamlet van Thomas, nog maar zelden te horen. Shakespeare zou zijn eigen lange stuk nauwelijks hebben herkend in dit late Franse grand opéra-antwoord op de 'Engelse' opera's van Donizetti. Ondanks coupures duren de vijf actes nog zo'n drie uur.

Van het Hamlet-verhaal, naar een bewerking van de oude Dumas en Meurice, resteert slechts het skelet: geen opgraving van de schedel van Yorrick, geen 'words, words, words', Rosencrantz en Guildenstern zijn geanonimiseerd in het koor. Al het gif is opgegaan aan de vorige koningsmoord, dus drie van de vijf doden (Polonius, de koningin en Hamlet) leven hier voort, terwijl slechts Ophelia en de koning sneven. Hamlet is aan het slot wel half dood: “Mijn ziel is thans begraven, Helaas! en ik ben vorst!”

Voor de Engelsen, die hun Hamlet beter kenden dan de Fransen, werd nog een versie gemaakt, waarin Hamlet aan het slot zelfmoord pleegt. Richard Bonynge, de man van Joan Sutherland, liet in 1982 in Sydney Hamlet dodelijk verwonden door Laërtes en sterven op het lijk van Ophelia, vertolkt door Sutherland.

Al hebben we geen Hamlet van Verdi, we hebben wel diens Don Carlo naar Schiller - ook een drama rond een koningszoon, die te gronde gaat aan zijn twijfels over bijna alles. Soms weerklinkt in Thomas' Hamlet met zijn suggestieve effecten een vleugje Verdi, de muziek kan niet bij hem halen en de meeste hoofdrollen worden te weinig uitgediept. Ophelia is met haar water-waanzinscène, die bijna de hele vierde acte beslaat, dramatisch beter bediend dan Hamlet, wiens beroemde monoloog over het zijn en het niet-zijn te beknopt en muzikaal te onbeduidend is.

Deze Hamlet, onder leiding van Louis Langrée stijlvast ten gehore gebracht, werd dan ook de luid toegejuichte triomf van de Koreaanse sopraan Sumi Jo, die als Ophelia eindelijk haar sensationele Nederlandse debuut maakte. Na Sutherlands terugtreden is Sumi Jo, naast Edita Gruberova, de enige die kan gloriëren in zo'n scène. Jo, een frêle en kwetsbaar roze poppetje, schiep in de abrupt wisselende stemmingen met virtuoze, verbluffend zuivere techniek een fascinerend beeld van een in onwaarschijnlijke pianissimi wegglijdende geest.

Hamlet, een bariton en géén tenor, werd gezongen door de Engelse Anthony Michaels-Moore, een voortreffelijk zanger met een fraai getimbreerde stem, maar ook met te weinig theatrale uitstraling in een concertante uitvoering. Uitstekende rollen waren er verder voor Alain Vernhes (Claudius) en Stefania Toczyska (Gertrude). De tenor Marcel Reijans maakte als Laërtes zijn Matinee-debuut: zijn lichte en niet erg volumineuze stem klonk niettemin prominent.