Paars kabinet vreest 'AOW-trauma'

Volgens bronnen in het kabinet was premier Kok niet erg bij de les, toen vrijdagnacht een discussie over het herstel van de koopkracht zich op ouderwetse wijze voortsleepte. Maar was het niet al eerder misgegaan, op Prinsjesdag, toen beloften werden gedaan die wellicht niet houdbaar zijn.

DEN HAAG, 16 FEBR. Het was alsof de tijden van de kabinetten Biesheuvel en Den Uyl herleefden, toen de ministerraad afgelopen vrijdagnacht en zaterdagochtend een besluit nam over een koopkrachtreparatie. Beide premiers zeurden tijdens hun vrijdagse ministerraden net zo lang totdat ze hun zin kregen. Van hen keek minister Melkert (Sociale Zaken) de kunst af. Hij wist zijn collega Zalm van Financiën op een vergelijkbare manier uit te roken. Waar onderhandelingen Melkert veelal niet lang genoeg kunnen duren, is Zalm er alles aan gelegen om zo min mogelijk tijd te verliezen.

Na een hevige strijd vonden de PvdA'er en VVD'er elkaar uiteindelijk om een uur of één zaterdagochtend op 850 miljoen gulden die voor het grootste deel naar ouderen gaat. Toen dat eenmaal was afgesproken, probeerde Melkert op het laatste moment nog heel even er iets meer uit te slepen. Tevergeefs, het enige effect was dat de verhoudingen nog verder op scherp werden gezet.

Gedurende de hele avond en nacht hield premier Kok zich volgens enkele bewindslieden afzijdig. Hij was bovendien 's morgens al “niet bij de les” en liet discussies “erg lopen”, aldus enkele betrokken bewindslieden die niet met name genoemd willen worden. Deze bewindslieden hadden de indruk dat hij geraakt is door de kritiek in de media dat hij de regie in een aantal zaken kwijt is, zoals de dicussie rond het IOC-lidmaatschap van de kroonprins, de Nederlandse inzet in de Golfcrisis en de zich al weken voortslepende discussie over de 'koopkrachtreparatie' zelf.

Volgens een minister zijn de onderhandelingen over het bedrag waarmee de koopkracht gerepareerd moest worden, vlotgetrokken door 25 miljoen gulden meer uit te trekken dan eerder was afgesproken voor het terugdringen van de wachtlijsten in de gezondheidszorg. Melkert had dit bedrag aanvankelijk ook opgeëist voor de koopkrachtverbetering.

Bovendien zou uit nieuwe cijfers blijken dat de inkomensachteruitgang van enkele inkomensgroepen lager was dan eerder aangenomen. Enkele bewindslieden spreken van een “optische” verslechtering van de koopkracht, omdat uit deze nieuwe cijfers blijkt dat de economie en daarmee de koopkracht nog steeds groeit. De reden om toch tot maatregelen over te gaan die de koopkracht moeten verbeteren, zou zijn gelegen in het feit dat de drie coalitiepartijen een “AOW-trauma” vrezen. Daarin kwam het CDA vier jaar geleden terecht toen het vlak voor de verkiezingen opperde om de AOW-uitkeringen te bevriezen. Het kwam de christen-democraten op een historische verkiezingsnederlaag te staan.

Veel bewindslieden zijn het erover eens dat het kabinet vorig jaar rond Prinsjesdag nooit had mogen beloven dat de koopkracht er voor iedere Nederlander op vooruit zou mogen gaan. Een dergelijk streven zou teveel overkomen als een garantie, terwijl de koopkracht ook wordt bepaald door zaken waarop de politiek geen enkele invloed heeft.

Ook het Kamerlid Bakker van D66 waarschuwt het volgende kabinet dat “de afstand tussen de Prinsjesdag-presentatie en de loonstrookjes van januari” niet te groot mag zijn. “Van de andere kant is het grosso modo nog steeds waar dat de koopkracht er over het hele jaar genomen op vooruit zal gaan.” Wat Bakker betreft stemt de oplossing van 850 miljoen waarmee het kabinet is gekomen tot tevredenheid. “Men is niet krenterig geweest.”

PvdA'er Van Zijl is dezelfde mening toegedaan “met dien verstande dat ik de brief waarin Melkert uitlegt wie hoeveel krijgt nog niet ken”. Van Zijl diende tijdens het debat twee weken geleden over de tegenvallende koopkracht een door een unanieme Tweede Kamer gesteunde motie in waarin het kabinet werd opgeroepen niet alleen met een tijdelijke oplossing te komen. De beslissingen die het kabinet heeft genomen, zijn volgens Van Zijl ook blijvend. “Alle maatregelen lopen via de belastingen en premies en zijn daarmee per definitie structureel ofwel blijvend.”