'Opa jaagt, papa jaagt, ik wil ook jagen'

De Franse jager mag veel, maar hij mag minder dan hij wil. Reden om de straat op te gaan, in een massademonstratie die zowel tegen de stad als tegen Europa was gericht.

PARIJS, 16 FEBR. De instructies van het bestuur zijn strikt: “Geen jagerskleding, geen geweren. Geef een sympathieke en folkloristische indruk van het landleven.” Dat laatste lukt wel in het wereldse Montparnasse, jachthoorns genoeg.

Maar het gebod 'nuchter blijven' is moeilijker van negen tot vijf vol te houden voor de 150.000 jagers die hun hart komen luchten in de hoofdstad. Joël is 's morgens om half vijf met de bus uit Nantes vertrokken. Hij jaagt haas, konijn en waterwild: eenden en patrijzen. Lachend naar zijn maten mompelt hij nog wat namen van trekvogeltjes die hij eigenlijk niet mag schieten, daarom wel zo leuk. “Wij hebben er geen behoefte aan dat de mensen uit de stad onze vrijheid aantasten met Natura 2000 en dat soort Europese bemoeiplannen. Ze willen de hele jacht afschaffen. Dat accepteren wij niet. Wij hebben al in de regio geprotesteerd, vandaag doen we 't in Parijs, morgen in Brussel!”

De boulevards van Parijs lijken aangelegd voor demonstraties. Jaar in jaar uit sjouwen verontruste groepen met hun grieven in rotten van twintig door de stad. Recentelijk claimden de werklozen, stratenmakers, vrachtwagenchauffeurs en illegalen hun recht op het asfalt. Rouwend Corsica bracht vorige week 30.000 vrouwen (en een paar mannen) op de been. Maar de laatste manif zo groot als die van de jagers was in najaar 1995, toen premier Alain Juppé met zijn hervorming van de sociale zekerheid stuitte op nationaal verzet.

In de diep-anti-Europese optocht van zaterdag liepen bijna alleen maar mannen, de meesten niet als jagers vermomd, maar groen waren hun pakken vaak wel. De voorhoede voerde een wild zwijn mee, het peloton volgde met opgezette duiven, hoeden, petten, honden en proviand - een grote Nederlandse brouwer is kennelijk tot diep in de provincie doorgedrongen.

De leuzen varieerden van 'Opa jaagt, papa jaagt, ik wil morgen ook jagen' en 'Nee tegen het groene gevaar' tot het filosofischer 'Wij willen in vrede leven en jagen op ons land', en 'Onze grond, onze cultuur'. Frankrijks 1,6 miljoen jagers verzetten zich tegen een Europese richtlijn die het jachtseizoen op trekvogels beperkt - tot eind januari in plaats van eind februari en vanaf half september in plaats van 14 juli.

Die richtlijn geldt al twintig jaar, maar wordt in Frankrijk (en Italië) genegeerd. Elf provinciale Franse rechtbanken hebben daar nu van gezegd: jammer, maar zo zijn de regels. De jagers moeten even weinig hebben van het Europese habitat-beleid dat jagen verbiedt in gevoelige natuurgebieden.

Volgens vogelbeschermers mogen de Franse jagers 51 soorten schieten, een record in Europa. Waar hun existentiële woede zich tegen richt is dus niet één-twee-drie vast te stellen.

De tienduizenden jagers doen in niets denken aan het Nederlandse stereotype van de welgestelde jagersman. Dit zijn zo te zien gewone tot zeer gewone Fransen.

Pagina 4: 'Ik jaag, ik stem'

Recent statistisch onderzoek bevestigt die indruk: 27 procent van de Franse jagers zijn arbeiders, 19 procent andere lagere werknemers, 14,5 procent boeren, 14,5 procent middelbare functionarissen, 11 procent kleine zelfstandigen, 13 procent hoger personeel en vrije beroepen. Het lijkt een dwarsdoorsnee van niet-stedelijk Frankrijk. Geen toeval dat de demonstratie ook uitdrukkelijk is omhelsd door het extreem-rechtse Front National en de Franse Communistische Partij. Plaatselijke politici van andere rechtse partijen lopen veiligheidshalve mee met hun rood-wit-blauwe sjerpen.

Terwijl Parijs afgelopen zaterdag massaal met auto's en extra TGV's richting sneeuwvakantie is vertrokken, zette la France profonde tweeduizend bussen en speciale treinen in. Waarom precies? Om een gevoel van miskenning, angst voor de toekomst uit te dragen? Achttien bussen raken op de heenweg 's morgens in dichte mist verzeild in een kettingbotsing (twee doden, 80 gewonden), maar de protestmachine draait door. De jagersbonden hebben hun vertoon van kracht niet toevallig nu gepland, een maand voordat regionale en departementale verkiezingen worden gehouden.

Sinds zes jaar doet daarbij ook Chasse, Pêche, Nature et Traditions (CPNT) mee. Die partij heeft bij de Europese verkiezingen van 1989 haar entrée gemaakt. Vooral in het landelijke midden-zuiden en zuid-westen (Gironde, Cantal, Lot-et-Garonne, Pyrénées-Atlantique) kwam het CPNT boven de tien procent. Politici van andere kleuren kunnen zich in zulke streken niet onttrekken aan de electorale zeggingskracht van het dubbelloops geweer. 'Ik jaag, ik vis, ik stem', luidt één spandoek.

Parijs is nauwelijks voorbereid op deze belegering. De linkse regering heeft het woord jacht nog niet één keer in de mond genomen. Bij gebrek aan ander aanknopingspunt hebben de jagers een favoriet haatobject gevonden in de Groene minister van milieuzaken, Dominique Voynet. 'Jospin, Groenen kunnen genezen worden' is één van de minder bedreigende uitingen aan haar adres. Voynets bekentenis dat ze wel eens hash heeft gerookt wordt dankbaar aangegrepen: 'Onze drug is de eend (canard), niet de joint (pétard)'.

Vier jagers met Entre Deux Mers-vaandels puffen even uit langs de Avenue des Gobelins. Waarom bent u hier, vraag ik. Waarom nu? Ze zijn om kwart over één in de nacht uit de buurt van Bordeaux vertrokken, dus erg veel weten ze niet meer, maar ze zijn bang dat een wet wordt afgeschaft die kleine jagers het recht geeft op andermans grond te jagen. Zoiets. Eén van hen heeft een rapport over de houtduivenjacht gemaakt, met een ringband erdoor. Daar staat alles in. Op de meegekopieerde knipsels uit de plaatselijke krant ontbreekt zelden een foto van een goed besprenkelde maaltijd.

Een verdwaalde jager zoekt zaterdag laat in de middag op een plattegrond van Parijs de weg terug naar de bus. Zijn kartonnen bord 'Jacht = ecologie = vrijheid' helpt hem ook niet. Buiten tussen de watersnippen en de ortolaantjes zou hij niet verdwaald zijn. Vroeger zou hij niets hoeven uitleggen over tradities. Nu is zestig procent van de Fransen het niet met hem eens. De verstedelijking gaat gewoon verder.