Niemand weet of reïncarnatie bestaat

Wat in de 'moderne leer' van reïncarnatie aanspreekt, is dat het menselijke bestaan daardoor in een perspectief wordt geplaatst dat zich over meerdere levens uitstrekt. Zowel leven als dood alsook vrijwel alle zingevingsvragen komen daardoor in een nieuw licht te staan, zo schrijft de Rotterdamse oud-hoogleraar in het staats- en bestuursrecht, S.W. Couwenberg in een recente publicatie.

Als 'goed katholiek' is Couwenberg vele jaren werkzaam geweest bij het vroegere verzuilde katholieke dagblad De Tijd Maasbode. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij bovendien bekendheid met zijn stichting Civis Mundi, een stichting voor de bevordering van burgerschapsvorming in nationaal en internationaal verband. Verder hield dr. Couwenberg, die door conflicten met het katholieke universitaire establishment niet in Nijmegen had kunnen promoveren, in de jaren vijftig een warm pleidooi voor een confessionele doorbraak. Ook was hij al een van de eerste voorstanders van een Nederlandse Christen-Democratische Partij van katholieken en protestanten naar West-Duits voorbeeld. In de jaren zestig was hij in de Katholieke Volkspartij (KVP) actief als exponent van deconfessionalisering van de katholieke politiek.

Uiteindelijk heeft Servatius Wilhelmus Caspar Ignatius Maria Couwenberg (72) echter niet alleen de wereld van de katholieke politiek, maar ook het katholieke geloof achter zich gelaten. In de leer van karma en reïncarnatie zegt hij eindelijk gevonden te hebben wat hij zocht. Maar wat hij gevonden heeft, kan hij - zelfs met een aantal filosofen en wetenschappers aan zijn zij - niet precies uitleggen. Gaat het bij karma en reïncarnatie uitsluitend om een geloof of is het méér dan dat? Is het wetenschappelijk bewijsbaar dat reïncarnatie voorkomt?

Voor Couwenberg is het een innerlijk zeker weten. Na een lange weg kwam hij zo ver. “Als jongen en scholier was ik in Den Bosch nog opgegroeid in de middeleeuwse sfeer dat de kerk bepaalde wat de zin van het bestaan was. We zijn op aarde om God te dienen en om in de hemel te komen, heette het toen. Alles werd 'sub specie aeternitatis' (onder het licht der eeuwigheid) beschouwd. Prachtig was dat, ik heb er erg van genoten en natuurlijk ben ik ook nog koorknaap in de kathedrale basiliek van St. Jan van Den Bosch geweest.”

Sinds de jaren zestig en zeventig is hij echter religieus op drift geraakt. “Door de identiteitscrisis die me toen overkwam, ben ik naar een nieuwe geloofsoriëntatie op zoek gegaan. Op mijn betrekkelijk oude dag heb ik die nog gevonden. In ieder geval is me duidelijk geworden dat ik met de christelijke oerbegrippen van de erfzonde en over de opstanding van Christus niet meer kan leven. Hetzelfde geldt voor de leer van verzoening en verlossing en voor het idee van de wederkomst en het laatste oordeel. Nee, nee ik ben geen vrijdenker, maar met absolute geloofspretenties moet men mij niet lastig vallen. Tegenwoordig kun je niet anders constateren dan dat de moderne, westerse denkers met volkomen lege handen tegenover de grote levensvragen staan. Zo is het nu eenmaal. Steeds meer heb ik de indruk gekregen dat het zoeken-naar-waarheid veel beter is dan de waarheid zelf. Want die maakt je alleen maar traag en zelfgenoegzaam.”

Wat de oud-hoogleraar nu vooral bezighoudt is de vraag hoe het toch komt dat het noodlot mensen vaak op zo'n hoogst ongelukkig ogenblik treft, net als ze bezig zijn hun leven zo zinvol mogelijk in te richten. Dat is niet eerlijk. Als het leven eenmalig is, hoe dan klaar te komen met de schrijnende willekeur waarmee het levenslot zich pleegt te voltrekken en met het ongeluk dat mensen op zo ongelijke wijze treft, vraagt hij zich af in het boekje Karma, reïncarnatie en de roep om zingeving (Kampen, 1997, ISBN 9039107386). Maar wat is die reïncarnatieleer dan wel? Is het alleen maar een nuttig hulpmiddel om het leven en het levenslot te ontcijferen of gaat het om meer dan dat? Volgens veel aanhangers gaat het om 'een zeker weten' en volgens anderen om een mogelijkheid die plausibel lijkt en serieus genomen moet worden in de geest van de uitspraak van de Duitse filosoof Martin Heidegger (1899-1976): Höher als die Wirklichkeit steht die Möglichkeit.

Niemand weet of reïncarnatie bestaat. Hooguit kan zij zo nu en dan aannemelijk worden gemaakt. Juist door de uitbundige materiële consumptie van tegenwoordig waarin veel mensen volgens Couwenberg toch niet het laatste doel willen zien, zijn velen op zoek naar nieuwe geestelijke bronnen en naar een 'bezield bestaan'. Reïncarnatie is daarbij één van de opties die niet zonder meer als lachwekkend en als zweverige onzin terzijde mogen worden geschoven. Wat uit dit zoekproces overblijft, is wat Couwenberg intrigeert. Namelijk de vraag of reïncarnatie in de volgende eeuw misschien wel het religieus-politieke motief bij uitstek bij het zoeken naar zingeving wordt.