Lokale partijen willen succes '94 overtreffen

Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht blaken de lokale politieke partijen van zelfvertrouwen. Zullen zij het grote succes van 1994 weten te herhalen? Het succes van 'paars' kan roet in het eten gooien.

Nooit wonnen lokale partijen zoveel als bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994. In totaal behaalden ze 2.442 zetels, acht procent meer dan in 1990, bijna net zoveel als het CDA (2.702 zetels) en aanzienlijk meer dan de andere landelijke partijen.

Drie factoren waren volgens hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops van de Katholieke Universiteit Brabant van belang bij de doorbraak van lokale partijen. Vele wisten handig in te spelen op incidenten en relletjes in de gemeente. Daarnaast heeft de opkomst van de lokale en regionale radio en televisie een rol gespeeld. Tops: “Het electoraat is daardoor veel makkelijker te bereiken. Vooral lokale partijen, die anders geen toegang hebben tot de media, hebben daarvan geprofiteerd.”

Bovendien was het algemene gevoel van onbehagen over de politiek in 1994 een factor in het succes, waarbij vooral de PvdA en het CDA het moesten ontgelden. “Er werd toen veel gepraat over de kloof tussen burger en politiek”, zegt Tops. “Door het succes van paars is die malaisestemming nu nagenoeg verdwenen.” Hij verwacht dan ook niet dat de lokale partijen op 4 maart opnieuw zo'n eclatant succes zullen behalen. Maar hij verwacht wel dat zij hun posities zullen weten te consolideren. Dat is ook het beeld bij de tussentijdse verkiezingen die er door de gemeentelijke herindelingen zijn geweest. Zo gingen de lokale partijen bij de tussentijdse verkiezingen in Drenthe in oktober vorig jaar van 16,8 naar 18,7 procent van de uitgebrachte stemmen. Het taboe op het stemmen op lokale lijsten is volgens de hoogleraar definitief doorbroken. “Vroeger was je de sufferd van je vriendenkring als je op een lokale partij stemde. Dat is al lang niet meer zo.”

Zaterdag kwamen de lokale partijen, verenigd in de Landelijke Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG), bijeen voor een congres in Cultureel Centrum 't Voorhuys in Emmeloord. “Leek het een beetje op een echt congres”, vraagt voorzitter Herman Jansen aan het einde van de middag. Die vraag kan instemmend worden beantwoord. Er liepen cameraploegen en radioverslaggevers rond, er stonden soep en broodjes klaar en het congres werd afgesloten met een inspirerend lied. Niet het Wilhelmus of de Internationale, maar een lied op de melodie van The Wild Rover, voorzien van een toepasselijke tekst: Lokale partijen, samen hand in hand. Wij worden de grootste in heel Nederland.

Na het congreslied zet het Zeebodemkoor uit het plaatsje Ens nog een toegift in, Het kleine café aan de haven. Er wordt meegedeind door de ongeveer 150 congresdeelnemers en aanstekers gaan de lucht in. Het lijkt alsof de verwachte verkiezingsoverwinning van de lokale lijsten bij de gemeenteraadsverkiezingen op 4 maart al een feit is.

Een partij is de VPPG niet. De vereniging heeft een dienstverlenend karakter. Zo geeft de VPPG bijvoorbeeld een boek uit over het functioneren van gemeenteraden, bestemd voor nieuwe raadsleden. “Wij zijn een soort politieke ANWB”, zegt bestuurslid J. Kluglist. Van de ongeveer 750 lokale partijen zijn er 163 aangesloten bij de VPPG, de enige landelijke koepelorganisatie voor lokale partijen.

Over sommige zaken kunnen de leden het snel eens worden. Uit een enquête onder de aangesloten partijen blijkt dat bijna 90 procent van mening is dat de lokale partijen, net als de landelijke, in aanmerking moeten komen voor subsidies en voor zendtijd voor politieke partijen op lokale en regionale televisiezenders. Maar het overgrote deel van de leden (82 procent) blijkt er geen voorstander van te zijn om op landelijk niveau politiek actief te worden. Daarvoor loopt de politieke kleur van de partijen te veel uiteen, van radicaal links tot VVD-achtige partijen die zich verzetten tegen verhoging van de lokale lasten. Extreem-rechtse partijen worden geweerd door de VPPG.

Ook de vraag of de lokale partijen zich op provinciaal niveau gezamenlijk moeten manifesteren, zoals vooral in Limburg en Brabant al gebeurt, blijkt controversieel. “De kracht van lokale politiek is nu juist dat je precies weet wat er in je buurt gebeurt. Op het moment dat je dat niet meer hebt, word je een plucheklever”, zegt J. de Soeten, fractievoorzitter van Leefbaar Oestgeest. Niettemin beklagen veel lokale politici zich erover dat ze weinig gedaan krijgen op hogere bestuurlijke niveaus, omdat ze geen informele lijnen hebben naar geestverwanten in Provinciale Staten en de Tweede Kamer.

Uit NIPO-onderzoek in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) blijkt dat in de jaren tachtig één op de vijf kiezers zich liet leiden door lokale overwegingen bij raadsverkiezingen, in de jaren negentig is dit één op drie. Hoewel de nationale politiek dus nog dominant is, neemt het belang van de lokale politiek voor de kiezer toe. Ook het percentage mensen dat zegt belangstelling te hebben voor de lokale politiek is gestaag omhoog gegaan van 45 procent in 1982 naar 60 procent dit jaar. Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid over het lokale bestuur toe.

VVD-leider Frits Bolkestein is de gebeten hond op het congres van de lokale partijen. Hij heeft onlangs bij het begin van de campagne van zijn partij in Arnhem gezegd de groei van lokale partijen als een bedreiging te beschouwen. Lokale partijen zouden zich maar voor één issue inzetten, de band met het nationale parlement missen en bijdragen aan de versnippering van de politiek, waardoor de bestuurbaarheid van gemeenten volgens de VVD-leider zelfs in het geding zou kunnen komen.

Volgens de Leidse politicoloog Ruud Koole, die een inleiding verzorgde op het congres, kunnen de lokale partijen de uitval als een compliment opvatten. Bolkestein ziet hen blijkbaar als een reële electorale bedreiging. Koole wees erop dat van alle grote partijen de VVD relatief de meeste stemmen verliest aan lokale partijen. Het beeld dat Bolkestein schetst is bovendien eenzijdig. Veel lokale partijen zijn weliswaar begonnen als protest- en one-issuepartij, maar inmiddels leveren de lokale partijen volgens de VPPG in totaal meer dan 350 wethouders.

Ook het CDA moet het ontgelden op het congres vanwege de slogan van de christen-democraten: “De grootste lokale partij van Nederland.” De VPPG heeft zelfs een klacht ingediend bij de ReclameCode Commissie, omdat de slogan misleidend zou zijn. Volgens politicoloog Koole is het juist de verdienste van de lokale partijen dat de grote partijen weer sterker het lokale karakter van de raadsverkiezingen benadrukken. “De lokale partijen zouden een dergelijke ontwikkeling moeten verwelkomen en daar niet al te schamperig over moeten doen”, zei hij.

De enige 'onafhankelijke' burgemeester van Nederland, Th. Piersma van de gemeente Wûnseradiel, werd door de congresdeelnemers onthaald op een warm applaus. Ondanks dat hij vertegenwoordiger is van een provinciale partij, de Fryske Nasjonale Partij, en niet van een lokale. Niet uitgesloten is dat Piersma in de volgende raadsperiode gezelschap krijgt van andere burgemeesters die net als hij geen lid zijn van een landelijke partij. “Vooral bij kleinere gemeenten weegt de stem van vertrouwenscommissies bij benoemingen van burgemeesters zwaar”, zegt Piersma. “En de inbreng van lokale partijen in die commissies wordt steeds groter. Maar als lokale partijen burgemeesters willen leveren, moeten ze wel kandidaten hebben van voldoende kwaliteit.”