Huisprinsessen met een leeg nest

Voorstelling: De rode urn, van Carolina Mout en Bodil de la Parra, door Bellevue Lunchtheater. Regie: Matthijs Rümke; vormgeving: Arien de Vries; spel: Margôt Ros, Wimie Wilhelm, Carolina Mout, Bodil de la Parra. Gezien: 11/2 Theater Bellevue, Amsterdam. T/m 8/3 aldaar, aanvang 12u30. Tournee t/m 9/5; inl 020-6277555.

Ze zien elkaar iedere week, de vier vriendinnen Coosje, Stille, Ien en Hillie. Zoals altijd hebben ze zelfgemaakt gebak meegebracht, maar die gezellige gewoonte kan niet verdoezelen dat ze van slag zijn. Want de vijfde vriendin van de club is er niet bij, of liever: ze is er in de vorm van een urn. Die hebben de dames zojuist bij het crematorium opgehaald en de gedachte aan de as van Martha brengt hen een beschouwelijke stemming.

Zoveel mogelijk van henzelf proberen zij voor het nageslacht te bewaren, in een gezamenlijk boek. En daar begint de ellende, want wat de een per se genoteerd wil zien vindt de ander bespottelijk. De vriendinnen vallen elkaar in de rede, corrigeren elkaars herinneringen en trachten elkaar het clubboek te ontfutselen; oude ruzies laaien op en slecht genezen wonden barsten open.

Emmers vol vrouwenleed worden over de toeschouwer uitgestort en het verdriet reikt van nooit gekuste siliconenborsten tot en met het grootmoederschap dat maar niet komt.

Voor deze met het lege-nest-syndroom kampende huisprinsessen is oma-zijn de hoogst denkbare status en als een van hen na een zorgvuldig opgebouwd zwijgen toch ineens de zwangerschap van haar dochter vermeldt slaat dat nieuws in als een bom, temeer daar Ien triomfantelijk haar buik naar voren steekt. Daar, op haar witte t-shirt, prijkt een uitdagend plaatje: de echografie van haar vers geconcipieerde kleinkind.

De actrices in De rode urn zijn nog vrij jong. Kijken we naar een verbeelding van hoe zij níet willen worden? De frustraties en gemiste kansen, de haat en nijd en trutterigheid van hun moeders generatie geven zij haarscherp weer - maar niet zonder mededogen. Want wat is die Coos aandoenlijk onzeker en wat houdt die Stille zichzelf lieftallig voor de gek!

Margôt Ros en Bodil de la Parra, vooral bekend van hun kluchtige acteerprestaties in het Amsterdamse Bos, hebben in de beslotenheid van de kleine zaal een subtielere manier van komediespelen ontwikkeld. Niet ingehouden zoals je dat tegenwoordig zo vaak ziet maar wel fijnzinnig balancerend op de rand van de gekte.

De la Parra neemt trouwens twee rollen voor haar rekening: in de proloog speelt zij die ene dochter over wie we later horen dat ze verloren is... Zoveel treurnis tegen een decor van stralende zonnebloemen: wrange contrasten te over.

Samen met Carolina Mout schreef De la Parra de tekst en niet alleen wat die contrasten betreft lijkt De rode urn op Orgeade Overzee. Ook de veelheid aan stijlen en speelse ideetjes doet aan hun vorige lunchvoorstelling denken. Strak verteltheater wordt afgewisseld met anarchistisch gezang, poëtisch solotoneel met spetterend groepswerk. En soms spoelen de actrices domweg een eindje terug: dan doen ze de tekst nog eens dunnetjes over, compleet met donkerslagen.

Dit samenraapsel vormt bij elkaar een hechte eenheid - zonder ook maar één zwak moment.