Hockeyers Pinoké kunnen niet op water lopen

AMSTELVEEN, 16 FEBR. Met opgeheven hoofd betrad Egon Jesse gisteren de tribunes van het Wagener-stadion. Het bestuur van Pinoké zette hem begin vorige maand op straat, maar voor de ontslagen coach was dat geen reden om verstek te laten gaan bij de hervatting van de hockeycompetitie. “Gefaald heb ik niet en met die jongens kan ik nog steeds prima door de bocht. Dus waarom zou ik me verstoppen?”

Vanaf de zijlijn zag Jesse hoe Pinoké het gisteren opnam tegen Den Bosch, de nummer twee van de ranglijst. Vrolijk werd de voormalige doelman niet van de verrichtingen van de selectie die hij tot de winterstop onder zijn hoede had. Ondanks een veldoverwicht en een handvol scoringsmogelijkheden liep de ploeg uit Amsterdam tegen de achtste nederlaag van het seizoen op, 1-2. “Voorin kansen onbenut laten en achterin steken laten vallen, dat is vragen om problemen”, concludeerde Jesse na afloop.

Slagvaardig optreden is dit seizoen niet aan Pinoké besteed. Tot dusverre wist de ploeg slechts één keer te winnen, thuis tegen de nummer voorlaatst en mede-degradatiekandidaat Tilburg. Met tien punten uit achttien duels bezet de studentenclub, bijgenaamd De Steekneuzen, de laatste plaats in de hoofdklasse. De teleurstellende reeks was voor het bestuur begin vorige maand aanleiding om de samenwerking met debuterend hoofdcoach Jesse (32) voortijdig te verbreken.

Voor de oud-keeper van Amsterdam kwam het besluit niet als een volslagen verrassing, zo beweert hij. “Toen ze aandrongen op een gesprek, wist ik hoe laat het was. Ik ben niet op mijn achterhoofd gevallen.” Verbitterd zegt Jesse niet te zijn, al ontkomt hij niet aan de conclusie dat “het van weinig inzicht getuigt om zes wedstrijden voor het einde een schokeffect na te jagen zonder de spelers daarin te kennen”.

Volgens Jesse is het bestuur deels zelf verantwoordelijk voor de sportieve neergang. Vooral de overgang van het eigen zand- naar het waterkunstgras van buurman Amsterdam is in de ogen van de oud-international een beslissing waar niet goed over is nagedacht. “Ze hebben alles in het werk gesteld om dat voor mekaar te krijgen, maar het vervolgens op z'n beloop gelaten. Zo van: ach, dat komt wel goed.” Grijnzend: “Ze hebben zich zowel letterlijk als figuurlijk zand in de ogen laten strooien.”

Als een van de weinige clubs uit de hoofdklasse beschikt Pinoké, bij gebrek aan financiële middelen, niet over een waterkunstgrasveld. Omdat tophockey tegenwoordig op 'water' wordt gespeeld, deed het bestuur vorig voorjaar een beroep op de Nederlandse hockeybond, eigenaar van het aangrenzende Wagener-stadion waarin Amsterdam zijn thuisduels afwerkt. Tot groot ongenoegen van de landskampioen stond de bond toe dat ook Pinoké, in Amsterdam-kringen steevast aangeduid als Pinokkio, gebruik zou maken van Nederlands enige hockeystadion.

Sindsdien traint de selectie twee keer in de week op de nieuwe, snellere ondergrond. Dat gebeurt in de late avonduren, op het moment dat Amsterdam klaar is met de trainingen. Jesse: “Het gaat te ver om de tegenvallende prestaties te wijten aan de late tijdstippen. Maar dat het niet ideaal is om pas om negen uur of half tien op het veld te staan, lijkt me duidelijk. De meeste jongens moeten 's ochtends weer vroeg uit de veren.”

Jesse's taken zijn overgenomen door interim-coach Jeroen Ottevanger, een oud-speler van Pinoké (“Een stofzuiger van het type-Van de Kerkhof”) en binnen het bestuur belast met de portefeuille technische zaken. Vijf duels resteren Ottevanger (32) om “dit fantastische cluppie” te behoeden voor degradatie. “En dat gaat lukken, want deze ploeg heeft te veel kwaliteit om af te zakken naar de overgangsklasse. Dat niveau past ons niet.”

Ottevanger bestrijdt de lezing van Jesse dat de overschakeling van zand op water de belangrijkste reden is dat Pinoké dit seizoen niet voldoet aan de hooggespannen verwachtingen. “Dat vind ik te makkelijk. Bestuur en spelers stonden achter die beslissing en dat doen we nog steeds. Dat we niet op water spelen is niet dé reden dat het tot dusverre tegenzit.”

Wat die reden dan wel is, laat Ottevanger in het midden. De crisismanager weigert zijn voorganger in diskrediet te brengen, maar erkent na enig aandringen dat “er onderling te vaak en te veel werd gepraat en verkeerde aanwijzigingen werden gegeven”. Pinoké moet het hebben van vechtlust. “We moeten de tegenstander willen opvreten. Vandaag was die houding al een beetje zichtbaar, maar bleek het helaas nog niet voldoende.”

De huidige twaalfde plaats op de ranglijst is een hard gelag, temeer omdat de club vorig seizoen de competitie afsloot met de vijfde plaats in de eindrangschikking. Ondanks een recordaantal punten (28), waarvan het merendeel (16) werd behaald op het eigen zandveld, miste Pinoké de play-offs op doelsaldo. Dit seizoen werd gerekend op aansluiting met de topvier, erkent Jesse. “Zelf zat ik met mijn hoofd ook meer bij het linker- dan het rechterrijtje. Achteraf is dat een foute inschatting geweest.”