'Het is niet vreemd als vrouwen gewichtheffen'

Een vrouw die vecht voor meer vrouwen in de sport. Dat is Anita Defrantz, Amerikaans lid van het IOC en de vrouw die de kroonprins van Oranje wilde beschermen tegen giftige slangen.

NAGANO, 16 FEBR. Om te beginnen wil Anita Defrantz een misverstand uit de weg ruimen. Ze heeft tijdens de Olympische Spelen van Atlanta in 1996 noch een klacht ingediend, noch kritiek geuit over het buitensporig euforische gedrag van prins Willem-Alexander nadat de roeiploeg van Holland Acht de gouden medaille had veroverd. “Ik heb er alleen maar voor gewaarschuwd dat de roeiers, de prins en een paar Nederlandse officials niet in het water moesten springen. Zij wisten niet dat er in dat water giftige slangen zwommen. Het leek me nogal gevaarlijk als al die Nederlanders inclusief de prins te water zouden gaan.”

De Amerikaanse, die sinds 1986 lid is van het IOC en sinds een paar jaar ook vice-voorzitter, zegt als ex-roeister het Nederlandse ritueel van roeiers te kennen. “Ik heb het weleens op de Bosbaan in Amsterdam meegemaakt. Heel leuk, maar zoals in Atlanta ook gevaarlijk. Ik heb daar tijdens het feest voor proberen te waarschuwen en dat ook tegen Anton Geesink gezegd, omdat het zijn taak is problemen en klachten te coördineren. Ik was destijds aangewezen verslag te doen van de olympische roeiwedstrijden. Ik heb het alleen voor de veiligheid gezegd, echt niet om de kritiek. Het was weliswaar tegen het protocol, maar daar heb ik me niet aan gestoord.”, zegt ze begeleid door een bulderende lach.

Defrantz won op de Spelen van 1976 een bronzen medaille. Na haar actieve carrière heeft ze zich lange tijd beziggehouden met de belangen van de roeisport in de wereld, later ook met die van sporters in het algemeen en vooral met die van vrouwen in de sport. Als juriste spande ze zelf in 1980 een rechtszaak tegen de regering van president Carter aan omdat deze de Amerikaanse sporters verbood aan de Spelen in Moskou mee te doen. Ze verloor. “Omdat de rechter mij een egoïst noemde. Hij wees op het ontbreken van zijn rechterarm. Die had hij als Amerikaanse soldaat verloren in de Koreaanse oorlog. Hij vond dat ik altijd mijn land en regering moest gehoorzamen en dienen, zeker wanneer het ging om een conflict met aartsvijand Sovjet-Unie.”

Tijdens de Spelen van 1984 in Los Angeles was ze lid van de organisatie en verantwoordelijk voor de behuizing en begeleiding van de sporters. Gevoegd bij haar andere verdiensten en betrokkenheid werd Defrantz in 1986 benoemd tot IOC-lid. Voorzitter Samaranch verzocht haar eerst zitting te nemen in de atletencommissie en op het IOC-congres van 1995 gaf hij haar de opdracht leiding te geven aan een werkgroep die studie moest maken over de rol van de vrouw in de sport. “Vrouwen zijn de giftige slangen in de sportwereld van de mannen”, probeert ze een relatie te leggen tussen het incident met de prins in Atlanta. “We gaan die slangen niet uitroeien maar temmen. Kijken of we ze voor ons doel kunnen winnen. Om te beginnen willen we dat in 2000 het bestuur van alle nationale en internationale comités en in alle internationale sportbonden op z'n minst voor tien procent uit vrouwen bestaat. Dat is mijn opdracht van het IOC en Samaranch in het bijzonder.”

Ze wijst op de verhouding mannen-vrouwen binnen het IOC. “Van de 118 leden zijn nu twaalf vrouwen lid. Dat is al meer dan tien procent. Dat is voor een groot deel het werk van Samaranch. Voor zijn komst was er maar één vrouw lid. In 2005 moet het comité voor twintig procent uit vrouwen bestaan. Daarnaast is vergeleken met de Winterspelen van Lillehammer in 1994 het aantal deelnemende vrouwensporters zelfs bijna verdubbeld: van 562 naar 850. Dat is ook onze verdienste. Ik geef toe dat de deelname van zes vrouwen-ijshockeyploegen daartoe heeft bijgedragen. Maar ijshockey voor vrouwen is niet voor niets toegevoegd aan de Spelen.”

Een vreemde ontwikkeling vindt Defrantz het allerminst dat vrouwenijshockey een olympisch onderdeel is geworden. “Die sport is sterk in opkomst. Het is vooralsnog alleen populair in Amerika, Canada en Scandinavische landen. Maar ook in China en Japan bestaat veel belangstelling. Nu spelen ze in Nagano voor het venster van de wereld. Daardoor kan de sport alleen maar groeien. Misschien dat veel meisjes het leuk vinden wanneer ze het op de televisie zien en gaan ze het ook doen. Het is niet alleen om ijshockey te helpen. Er is onderzoek gedaan. Er is een gezonde basis: meisjes voelen zich aangetrokken tot ijshockey.”

Eerder maakten al in Atlanta 1996 voetbal en softbal voor vrouwen een olympisch debuut. “En vooral voetbal bleek een groot succes”, meent Defrantz. “In 2000 in Sydney vieren we de honderdste verjaardag van vrouwelijke deelneemsters op de Olympische Spelen. Dan komen er drie nieuwe onderdelen voor vrouwen bij: waterpolo, moderne vijfkamp en gewichtheffen. Ja, gewichtheffen. Vreemd? Sluit je ogen, denk even na en zeg: Why not? Niks bijzonders. In 2000 zijn er nog maar een paar olympische onderdelen waaraan geen vrouwen deelnemen: boksen en worstelen. De boks- en worstelfederaties houden dat nog tegen. Maar in 2004 zijn ze er bij, dat weet ik zeker. Waarom niet? Vrouwen doen aan parachutespringen, autoracen, noem maar eens een zware sport waaraan geen vrouwen deelnemen.”

Het deelnemersaantal moet wel beheersbaar blijven, beseft Defrantz. “De ontwikkeling van elke sport wordt gevolgd. Na de Spelen worden de wedstrijden en de populariteit geëvalueerd. De sportfederaties moeten zich blijven inzetten om de herkenbaarheid en populariteit te bevorderen en zonodig spelregels veranderen. Het mag niet zo zijn dat alle sporten per definitie blijven bestaan. Er is een limiet. Maar er moet ook een evenwicht zijn tussen vrouwen en mannen in de sport, vind ik.”

Een belangrijk onderdeel in de olympische beweging is de olympic solidarity. Defrantz legt uit dat het een fonds is waaruit sporters van slecht ontwikkelde landen financieel worden ondersteund. Nationale olympische comités worden in de gelegenheid gesteld trainers en faciliteiten voor een of meer sporters te bekostigen.

Defrantz zegt dat ze veel hindernissen tegenkomt in het IOC. “Het is nu nog maar een werkgroep, die de installatie van een vrouwencommissie moet voorbereiden. Het gaat stroef. Heel langzaam beginnen mannen te begrijpen dat vrouwen ook een rol mogen vervullen in de mannenmaatschappij. De macht is niet alleen meer aan de mannen, zegt Samaranch vaak. Hoe vervelend die mannen het soms ook vinden. Af en toe word ik er moe van als mannen zeggen dat vrouwen dat iets niet kunnen. Als u zegt dat gewichtheffen, worstelen en boksen geen sport voor vrouwen is, ga ik lachen. Dom. Als u vindt dat bodybuilding voor vrouwen onsmakelijk is, is dat een kwestie van smaak. Daar gaat het niet om. Het gaat om het respect voor vrouwen die het graag doen. Wanneer ze ooit een plaats op de Olympische Spelen krijgen is dat een vorm van waardering. Voor die mensen vecht ik. Ik wil dat iedereen respect krijgt. Daar is de olympische beweging voor.”