'Grote-stedenbeleid helpt zwakke wijken te weinig'

DEN HAAG, 16 FEBR. Het grote-stedenbeleid, een verzameling kabinetsmaatregelen op het gebied van werken, wonen en veiligheid, zorgt nog onvoldoende voor verbetering van de situatie in achterstandswijken. Extra aandacht voor deze zwakke wijken blijft nodig.

Dit staat in een rapport van de Erasmus Universiteit, gemaakt in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Staatssecrataris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) heeft het rapport vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden. Kohnstamm wijst erop dat de resultaten van het grote-stedenbeleid over het algemeen “hoopgevend” zijn. Zo wijst hij op de daling van het aantal (langdurige) werklozen. In driekwart van de steden is de werkgelegenheid gestegen, mede als gevolg van de “opmerkelijke” groei in het midden- en kleinbedrijf. Vrouwen, vijftig-plussers en allochtonen profiteren echter minder van de daling van de werkloosheid, zo schrijft het departement in een bijgevoegde verklaring.

Uit slachtofferenquêtes en onderzoek van de politie blijkt dat inwoners van de (middel)grote steden zich steeds veiliger voelen - behalve in de achterstandswijken. Kohnstamm benadrukt dat concrete afspraken tussen scholen, politie en jeugdhulpverlening hebben bijgedragen tot grotere veiligheid op straat. Ook de toezichthouders hebben daarbij een rol gespeeld.

Vier jaar geleden besloot het kabinet-Kok speciale aandacht te richten op negentien (middel) grote steden. De verpaupering van de binnensteden, de opeenhoping van sociale problemen, de hoge werkloosheid en de achterstanden van veel burgers moest een halt worden toegeroepen. Tegelijkertijd moesten de economische mogelijkheden van de binnensteden worden uitgebuit. Voor de negentien steden werd tot nu toe 3,5 miljard gulden uitgetrokken.