Genuanceerd portret van Van Hall

Een dochter van de Amsterdamse oud-burgemeester Gijsbert van Hall toonde zich vorige week in Het Parool weinig ingenomen met de hernieuwde aandacht voor het lot van haar vader. “Waarom moet het allemaal weer? Wat is het belang?”

Ze doelde op de VPRO-documentaire De Ondergang van Burgemeester Van Hall, die gisteravond werd uitgezonden en die ze nog niet had gezien toen ze haar sceptische zinnen uitsprak.

Als ze haar weerzin bedwongen heeft en toch gekeken heeft, zal ze nu wat milder zijn gestemd. Want regisseur Hans Keller, die samen met Henk Hofland ook het scenario schreef, bleek een genuanceerd portret te hebben vervaardigd waarin haar vader niet alleen de kritiek, maar ook de eer kreeg die hem toekwam.

Niet dat de film, zoals ik ergens las, uitmondde in een pleidooi voor rehabilitatie. Zó heb ik althans deze film niet ervaren. De makers hadden genoeg oog voor de zwakke kanten van de bestuurder Van Hall om zich van zo'n pleidooi te onthouden.

Ze schetsten hem als een moedig man ('verzetsheld van het eerste uur') en een aanvankelijk daadkrachtig bestuurder, die echter twintig jaar na de oorlog 'de greep op een nieuwe tijd volledig kwijtraakte'. “Hij had beter op de sociale veranderingen in het stadsleven moeten letten”, zegt de commentaarstem van Ton Lutz in de film, “dan was hij als een van de beste Amsterdamse burgemeesters de geschiedenis ingegaan.”

Van Hall kwam halverwege de jaren zestig klem te zitten tussen politiek Den Haag, dat weinig begreep van zijn problemen, en een onrustige stad die hem van de ene crisis naar de andere sleepte. Hij verloor het overzicht, liet het initiatief te veel aan anderen over en moest ten slotte ondervinden dat 'Amsterdam een zaak van de regering' (woorden van minster Samkalden) was geworden.

In de filmische reconstructie van de voor Van Hall fatale gebeurtenissen draaide het vooral om 14 juni 1966, toen bouwvakkers het gebouw van De Telegraaf bestormden en de politie veel te laat ter plekke verscheen. Van Hall was niet de enige die op die dag faalde, maar hij was wel de hoofdverantwoordelijke, en dus moest het met hem als burgemeester wel slecht aflopen - zoals het ook die Groningse collega ruim dertig jaar later terecht de kop kostte toen hij in het heetst van de nacht het gedrag van de struisvogel imiteerde.

Het weifelende optreden van Van Hall gaf zijn tegenspelers in Den Haag de kans Amsterdam op haar nummer te zetten. Die lastige, weinig gezagsgetrouwe stad moest maar eens een kopje kleiner worden gemaakt. “Amsterdam was een staat in de staat geworden”, zei VVD'er Toxopeus. “En als het ergens onrustig is, moet je de voorman aanpakken”, vond premier De Jong.

En zo geschiedde.

Keller en Hofland lijken in hun film niet zozeer bezwaar te maken tegen het (gedwongen) ontslag van Van Hall, alswel tegen de nogal smoezelige manier waarop dat door de regering gebeurde: met lekken naar de pers, het toedekken van de eigen fouten - Cals die in 1966 de inzegening van 'het huwelijk' in Amsterdam tegen de zin van Van Hall doordreef - en de nodige hypocrisie.

Deze documentaire was de tweede uit een veelbelovende reeks die als titel kreeg: Verhalen uit het Land van de voldongen Feiten. Het is een variant op de ondertitel die Hofland in 1972 aan zijn boek Tegels lichten meegaf: 'Ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten'.

Omstreeks de jaarwisseling konden we de eerste aflevering zien: De Zaak van Sergeant Meijer. Die film maakte een grotere indruk op mij dan de documentaire over Van Hall. Hij was compacter, afwisselender en dramatischer - wat ongetwijfeld ook met de aard van het gegeven te maken had. Keller is op zijn beste momenten een briljante vormgever, die met ingenieuze regievondsten de kijker behoedt voor een lawine van dorre feiten. Maar hij heeft, als wel meer VPRO-documentaristen, ook een hang naar wijdlopigheid. Zo had de film over Van Hall, zonder aan betekenis in te boeten, een half uur korter gekund. We moesten nu ruim een uur wachten voor de roerige jaren zestig aan bod kwamen. Alleen de dochter van Van Hall zal daar geen bezwaar tegen hebben gehad.