De Britpop klinkt en oogt vernieuwd

Concert: London Calling-festival met o.a. Earl Brutus, Catatonia, Strangelove. Gehoord: 13, 14/2 Paradiso, Amsterdam.

Britpop heeft een nieuw gezicht gekregen. Haar muzikanten presenteren zich niet meer in trainingsjacks met bijbehorende warrige bloempotkapsels, maar in een verscheidenheid aan dumpkleren, of, bij de vrouwen, satijnen jurkjes. Britpop vandaag de dag klìnkt ook anders dan pakweg een jaar geleden: niet meer in de eerste plaats pakkend en gemaakt voor het succes. Afgaand op wat er het afgelopen weekend in Amsterdam op het London Calling-festival was te horen, zijn de nieuwste Engelse bands op zoek naar een 'nieuw' eigen geluid.

Dat is een positieve ontwikkeling, het publiek kan niet te veel Supergrass-klonen verwerken. Maar nu de succesformule van frivool en springerig lijkt uitgeput, is er niet direct een alternatief voorhanden. Wordt, in navolging van Britpop-topper Blur, het Amerikaanse Pavement tot voorbeeld? Moet er lo-fi worden gemusiceerd en neuzelig gezongen? Of kan na The Beatles en The Kinks, David Bowie weer als inspiratiebron worden opgedolven? De vijftien groepen die op vrijdag en zaterdagavond aantraden waren er nog niet uit, en zo was de verscheidenheid groot maar de kwaliteit niet altijd hoog.

Het meest in de war waren de dertigers van Earl Brutus. Dit kwintet heeft vooral de gave van het woord, zoals blijkt uit de groepsnaam en de titel van de laatste single, Come Taste My Mind. Hun muziek moet fungeren als een bom onder de muziekhistorie. Glamrockcitaten, woeste drums en gitaarsolo's - de meeste voorgespeeld op tape - werden voorzien van zo'n lading echo en stofzuigerbrom dat er alleen een waas van lage tonen bleef hangen. In de loop van het optreden leken ook de groepsleden steeds meer ontmoedigd te raken door hun eigen destructieve geluid, en tegen het einde liepen ze alleen nog maar balorig te duwen en trekken op het podium. Shaun Ryder's Black Grape heeft er geduchte concurrenten bij.

De enige andere muzikant die ergens mee gooide dit weekeinde was zangeres Cerys Matthews van Catatonia. Zij staakte midden in een nummer haar ferme zang, smeet de microfoon op de grond en ging in de coulissen staan huilen. Het was het laatste liedje van de door stemproblemen geplaagde band. De rest van de groepen toonde zich juist triomfantelijk, want al is de muzikale richting niet helemaal duidelijk, de bravoure is als vanouds.

Zanger Patrick Duff van Strangelove stond al in het eerste nummer met zijn gitaar secondenlang boven het hoofd geheven, terwijl hij Bowie-achtig uithaalde: 'You.. Are.. A.. Suuuperstaaaar'. Strangelove's optreden werd een van de hoogtepunten van het festival: muzikaal licht bombastisch, maar in balans door de navrante gitaaraccenten. De enthousiaste Duff ontwikkelde zich tijdens het concert tot die superster, compleet met ontblote, witroze torso.

De Dandy's zwaaiden met instrumenten ter opluistering van hun archetypische Britpop-liedjes: brutaal en melodieus en direct gedateerd - Londen anno 1996. Zoals ook de lyrische opgewektheid van Supersub (Nederlands met Ierse zanger) aan die tijd herinnerde. Drugs waren een terugkerend thema op de tweede avond: in het loflied op marihuana van de weinig overtuigende crossover-band Bullyrag, bij de oproep tot het gebruik van 'magic mushrooms' van de weinig overtuigende crossover-band de Dust Junky's, en in het nummer Not If You Were The Last Junkie On Earth van de Dandy Warhols, met het meezing-refrein 'Heroin is so passe'.

Dankzij dit gestroomlijnde popliedje mocht de Amerikaanse band op het Britpop-festival spelen, maar de rest van hun repertoire was onverwacht dromerig en langzaam. Het werd prachtig uitgevoerd, met dubbele zang van gitarist en drummer die perspectief bracht in de monotonie. Toch trad er eenvormigheid op. De authentiek Engelse band Six By Seven experimenteerde ook met monotone instrumentatie. Maar hun variant was stekeliger, en de zang gedurfd in haar onvastheid.

De afsluiters van beide avonden waren terecht op die ereplaats geprogrammeerd. Het Pakistaans/Engelse Asian Dub Foundation bood vrijdagnacht geheel electronische dance, waarbij de indrukwekkende beats gesampeld leken van instortende gebouwen. Op een andere manier meeslepend was Stereophonics uit Wales. In de beste traditie van gedreven trio's (The Jam, Nirvana) toverden ze een big band uit slechts drie instrumenten - maar dan met de voordelen van dynamiek en wendbaarheid. Stereophonics hebben de juiste richting al gevonden.