China en Shell beklinken megaproject

Het vanmorgen door de premiers Kok en Li Peng beklonken akkoord voor de bouw van een petrochemisch project even ten noorden van Hongkong vertegenwoordigt een waarde van 9 miljard gulden.

DEN HAAG, 16 FEBR. In het bijzijn van de bezoekende Chinese premier Li Peng en zijn Nederlandse gastheer minister-president Wim Kok, hebben vertegenwoordigers van de Koninklijke/Shell Groep en haar Chinese partners vanmorgen in het gebouw van de Tweede Kamer de overeenkomst voor het grootste buitenlandse investeringsproject in China in de geschiedenis getekend.

Het betreft volgens de partners een petrochemisch project “van wereldklasse” ter waarde van 9 miljard gulden in de Daya Bay Economische en Technologische Ontwikkelingszone in de gemeente Huizhou in de zuidelijke provincie Guangdong, 80 km ten noordoosten van Hongkong. Het complex zal een etheenkraker voor 800.000 ton per jaar omvatten, een van de grootste ter wereld en verreweg de grootste in China, een styreen-monomeerfabriek voor 560.000 ton, een polypropeenfabriek voor 240.000 ton en twee polyetheenfabrieken voor 300.000 en 150.000 ton per jaar. Dit zijn alle grondstoffen voor moderne plastics, in onder andere bedden, auto's, computers, cosmetica etc. Het project zal de meest geavanceerde technologieën toepassen en zal aan de hoogste eisen op het gebied van milieubescherming voldoen. In een latere fase zal, afhankelijk van de economische ontwikkeling in de raffinage-industrie, nog een grote raffinaderij met een capaciteit van 8 miljoen ton per jaar toegevoegd worden die naar schatting nog eens 3 miljard gulden zal kosten.

Partners in het project zijn Shell Nanhai (Zuidzee) Limited, een dochteronderneming van de Koninklijke/Shell Groep, (50 procent) en aan Chinese zijde de China National Offshore Oil Corporation (CNOOC) voor 40 procent, China Merchants Holdings, een Chinese financiële groep annex rederij voor 5 procent en de provincie Guangdong eveneens voor 5 procent. Ondertekenaars waren vanochtend in Den Haag Wang Yan, president van CNOOC en Evert Henkes, president van Shell Chemicals International.

Shell, al meer dan honderd jaar actief in China, is de grootste olieproducent in dat land. De ondertekening is de bekroning van een proces van tien jaar studies en onderhandelingen, begonnen in 1988 met het plan voor een raffinaderij met een capaciteit van vijf, later acht miljoen ton per jaar en een petrochemisch complex. De overeenkomst voor een haalbaarheidsstudie werd in 1991 getekend, eveneens in het bijzijn van premier Li Peng. De studie werd in 1994 aan de Staats Planning Commissie voorgelegd, maar vanwege wijzigingen in het Chinese energiebeleid werd in 1996 besloten het project ter waarde van 12 miljard gulden te herfaseren en de raffinaderij uit te stellen.

Jan van Dijk, tot voor kort algemeen directeur van Shell Nanhai, zegt in een toelichting dat de problemen onder andere waren: de kwaliteit van de Chinese ruwe olie en de te beperkte beschikbaarheid daarvan. Om de raffinaderij productief te maken moest er op ruime schaal ruwe olie uit het Midden-Oosten worden geïmporteerd. De Chinese oliemarkt is in 1993 en 1994 18 maanden geliberaliseerd geweest, waarbij olie- en olieproducten uit de hele wereld onbeperkt geïmporteerd werden. Prijzen daalden zo sterk dat Chinese raffinaderijen niet meer met de import konden concurreren. Het gevolg was dat in mei 1994 decreet no. 21 werd uitgevaardigd dat de markt weer ging reguleren. De grenzen gingen weer dicht, er kwam een quotasysteem met vastgestelde prijzen en de hele open markt stortte in elkaar.

Vanaf 1994 werden de raffinagemarges in Singapore, waar de markt bepaald wordt, gehalveerd van 4 naar 2 dollar per vat. Van Dijk zette verder uiteen dat op grond van deze overwegingen de raffinaderij economisch niet meer aantrekkelijk was, maar de chemie-kant van het project bleef dat wel. China heeft op dit moment een behoefte aan etheen en afgeleide producten van 5 à 6 miljoen ton per jaar en die vraag groeit zeer snel. Het land produceert zelf maar 3 tot 3,5 miljoen ton per jaar. Dat betekent grote invoer van chemische producten op alle gebieden, met als gevolg dat de wereldmarkt de prijs bepaalt.

“In 1996 is dan ook besloten om het project te faseren, ofwel de aantrekkelijke chemische faciliteiten eerder te bouwen en de minder aantrekkelijke raffinaderij uit te stellen totdat de olie-economie weer bijtrekt”, zegt Van Dijk. “We hebben vervolgens een amendement voorgesteld, dat in april 1997 is ingediend en na vele discussies is dat onlangs door de Staatsraad - het Chinese kabinet - goedgekeurd”.

De onderhandelingen over het opzetten van een joint venture en andere contracten zijn inmiddels in het eindstadium en zullen later dit jaar worden afgesloten. Volgende fase is het ontwerp van het project, dat ongeveer twee jaar zal vergen, evenals de regelingen voor de financiering door een consortium van banken. De feitelijke bouw, inclusief de bijbehorende infrastructuur waaronder nieuwe havenwerken in de nabije kustplaats Aotou, zal najaar 2000 beginnen en operaties zullen naar verwachting het derde kwartaal van het jaar 2003 van start gaan. Het project zal in de eerste fase 1.500 arbeidsplaatsen creëren maar na verloop van tijd zal het de kern worden voor de ontwikkeling van secundaire industrieën en een dienstensector, die uiteindelijk wel voor 100.000 industriebanen zal zorgen.