Bos: 'Mijn benen hielden gewoon op'

NAGANO, 16 FEBR. Sinds de 1.000 meter in 1976 aan het olympische schaatsprogramma werd toegevoegd, had een Nederlander nooit een medaille op die afstand gewonnen. Gisteren eindigden in Nagano drie Nederlanders bij de eerste vier, van wie er twee samen met bronzen medaillewinnaar Hiroyasu Shimizu op het podium stonden. Goud voor Ids Postma, zilver voor Jan Bos en een eervolle vierde plaats voor Jakko Jan Leeuwangh.

Als de spreekwoordelijke boer met kiespijn stond Bos op het erepodium. Zilveren medaille om de nek, bosje bloemen in de hand. Naast hem, op de hoogste trede, stond een echte boer met goud om zijn nek. De teleurstelling droop van het gezicht van de wereldkampioen sprint, want juist de 1.000 meter is zijn specialiteit. Op die afstand had hij goud willen winnen.

“Ids was voor voor mij zeker een medaillekandidaat”, zei Bos, voor wie de Spelen nu voorbij zijn. “Op de NK afstanden heeft hij nog laten zien dat hij een goeie 1.000 meter kan rijden. Hij had hier een goeie slotronde en daar heb ik het laten liggen. Mijn race verliep volgens schema, maar op de laatste 200 meter had ik geen benen meer over. Ze hielden gewoon op.”

De nacht voor de race had de sprinter nog last van zijn luchtwegen, waarschijnlijk nog een gevolg van de 1.500 meter die hij donderdag als vervanger van de onfortuinlijke Erben Wennemars reed. “Ik denk dat dat me opgebroken heeft”, zei Bos, die niet van mening was dat hij zich heeft blindgestaard op een gouden medaille op de 1.000 meter. “Na het WK geloofde ik heilig in goud. Het is altijd goed om een doel voor ogen te houden. Tja, en als het puntje dan bij het paaltje komt, lukt het net niet.”

Op de 500 meter eindigde Bos als twaalfde, op de 1.500 meter belandde hij net naast het podium op de vierde plaats. “De Olympische Spelen zijn niet geworden wat ik ervan had gehoopt. Toch ben ik blij dat hier een Nederlander gewonnen heeft. Ids is de terechte kampioen.” Bos, die binnen een jaar uitgroeide tot een wereldtopper op de 500 en 1.000 meter, denkt niet aan stoppen. “Nu heb ik tenminste iets om nog vier jaar voor door te gaan”, zei hij met een verwijzing naar Salt Lake City, waar de volgende Winterspelen worden gehouden. “Anders was het niet meer zo leuk geweest.”

Bij de race op de 1.000 meter tussen Bos en Patrick Bouchard stond Wennemars langs de baan om de rondetijden door te geven, met die ene gezonde arm die hij tot zijn beschikking had. Door een schouderblessure die hij opliep bij een valpartij op de 500 meter moest Wennemars lijdzaam toezien op zijn favoriete afstanden, de 1.000 en de 1.500 meter meter. Zoals Wennemars kort daarvoor de rondetijden voor ploeggenoot Jakko Jan Leeuwangh had doorgegeven, deed hij dat ook voor zijn vriend Bos. Wennemars leefde zo met Bos mee dat hij tegelijkertijd de starthouding aannam en bij het startschot een schokkende beweging naar voren maakte.

Leeuwangh, die dit seizoen officieel geen deel meer uitmaakt van de kernploeg van Mueller maar sindsdien wel voortdurend meetrainde, verwacht dat hij na zijn successen in Berlijn bij de WK sprint (zevende) en op de 1.000 meter (vierde) weer in de kernploeg zal worden opgenomen.

“In het begin baalde ik van die vierde plaats. Maar als je nagaat dat ik eerst niet eens een nominatie had? Ik was al lang blij dat ik naar de Spelen kon. Ik zit nu twee jaar bij Peter, Jan en Erben een jaar. We hebben ontzettend veel vooruitgang geboekt. Als we zo doorgaan, hebben we over een paar jaar misschien helemaal geen tegenstand meer”, zei Leeuwangh, die ten minste nog één jaar blijft schaatsen. “Ik moet echt wat kunnen verdienen met schaatsen, anders heeft het geen zin. Ik moet ook m'n studie nog afmaken.”

Waarschijnlijk tekent Mueller binnenkort een contract dat hem nog tot en met de Olympische Spelen van 2002 in Salt Lake City aan de Nederlandse sprintploeg bindt. Het contract ligt al klaar voor de man die in 1976 de eerste olympische winnaar van de 1.000 meter was. Waarom hij nog niet getekend heeft? Op het gezicht van de Amerikaan tekende zich een flauwe glimlach af. “Mijn echtgenote is jurist. Zij is de baas en kijkt er nog even naar.”