Bill Clinton zwemt in twee fuiken

Louter om ergens een dictatuur op te heffen, zal geen land een oorlog beginnen. De steun voor de VS is in de Irak-crisis dan ook vooralsnog gering. Ook binnenslands worden steeds kritischer kanttekeningen bij een interventie geplaatst. H.J.A. Hofland schetst twee zwarte scenario's.

De grote angst die sinds Vietnam ieder Amerikaans militair ingrijpen begeleidt is dat het land terecht zal komen in een moeras, met steeds meer strijdkrachten die zich ten behoeve van de overwinning in penibeler situaties begeven terwijl de overwinning verder uit het zicht raakt.

Zeven jaar geleden heeft de moerasmythe president Bush er vanaf doen zien, de grondoorlog in Irak voort te zetten tot de bezetting van Bagdad en de verwijdering van Saddam Hussein. De les van Vietnam ligt ten grondslag aan het begin en aan het einde van de Golfoorlog.

Toen in januari 1991 de coalitie van de Verenigde Naties onder Amerikaanse leiding de aanval op de Iraakse strijdkrachten opende, had Bush een zeer sterk uitgangspunt. Saddam had door de verovering van Koeweit de internationale rechtsorde geschonden. Dat was de juridische rechtvaardiging om actie tegen hem te ondernemen. Vervolgens heeft Washington er vier tot vijf maanden over gedaan om een coalitie te vormen waarin ook Arabische staten een belangrijke rol speelden. Saoedi-Arabië was de uitvalsbasis voor de landstrijdkrachten.

Intussen werd de Amerikaanse publieke opinie stelselmatig en met toenemende intensiteit op de kans van een oorlog voorbereid. Militaire, diplomatieke en propagandistische voorbereidingen waren de onderdelen van een escalatie die Saddam van de Amerikaanse ernst moesten overtuigen, en tegelijkertijd het Amerikaanse publiek doen begrijpen dat oorlog als laatste optie onvermijdelijk zou kunnen worden. Toch heeft pas een week voor de aanval het Amerikaanse Congres zijn instemming met een oorlog betuigd.

Heel anders is de situatie nu. Om te beginnen is de Saddam van nu geen schaduw meer van wat hij in 1990 en 1991 was. Zeker: een lastig man in de internationale politiek, een dictator die zich waarschijnlijk met terreur staande houdt. Misschien zelfs iemand onder wiens gezag de Iraakse wetenschap die daarvoor dienstbaar is, verschrikkelijke chemische en bacteriologische wapens probeert te maken. Dat zal dan één van de redenen zijn waarom hij de inspecteurs van de VN weigert, al zijn paleizen te laten bekijken.

Maar een verboden wapen in ontwikkeling te hebben is iets anders dan een veroveringsoorlog beginnen. Had de 'internationale gemeenschap' hem het bezit van Koeweit gegund, dan was dat een premie op agressie geweest. Uit zelfbehoud heeft een aantal Arabische staten zich bij de coalitie van 1990 gevoegd.

Geheime wapens met verschrikkelijke uitwerking (zoals beschreven in The New York Times van 8 februari) zouden in Saddams expansiepolitiek kunnen dienen om zijn Arabische buren of Iran concessies af te dwingen. Maar welke, en voor hoe lang? De geheime wapens dienen misschien zijn politiek, maar alleen zolang ze strikt geheim blijven en niet gebruikt worden. Ieder werkelijk bewijs van hun bestaan (nog niet geleverd) en ieder gebruik, zou de coalitie doen herleven, in een hechtere vorm dan die van 1990.

Louter om een dictatuur op te heffen, zal geen land een oorlog beginnen. Evenmin om voor de inspecteurs van de VN toegang te forceren tot een paar paleizen waarin misschien iets onheilspellends ligt opgeslagen. De gevaren moeten groter en directer zijn om de 'internationale gemeenschap' of een regionale vereniging van staten tot zo'n actie te bewegen. De overtuiging van een belang bij een interventie, gedeeld door een aantal Arabische staten, is er niet.

Het gevoel van noodzaak komt pas als de bewijzen daartoe zijn geleverd. En er zijn geen bewijzen. Eerder is er het vooruitzicht op grote diplomatieke schade. Een strikt Amerikaans-Britse interventie zal het welgezinde deel van de Arabische wereld, in het bijzonder Egypte, nog moeilijker op maken, deze welgezindheid te bewaren. In hoeverre de regering-Netanyahu onder deze omstandigheden daartoe bijdraagt laat ik buiten beschouwing. Zolang hij aan het bewind is, belemmert hij al de ontplooiing van de Amerikaanse politiek in de regio. En als Saddam wordt aangevallen kan hij aanmerkelijk gevaarlijker zijn dan wanneer hij met een zekere rust wordt gelaten.

Nadat het Amerikaanse publiek is voorbereid op een nieuwe Golfoorlog, en iedere avond op de televisie meer vliegdekschepen, bommenwerpers en preciesiewapens zijn vertoond, beginnen kritische politici zich ernstiger af te vragen, wat het doel van de interventie zou kunnen zijn. Saddam te doen sneuvelen? Dat is niet de uitdrukkelijke en openlijke bedoeling. De wapenfabricage te treffen? Zeker, als men de plaatsen zou kennen. Saddam ertoe te dwingen, de inspecteurs van de VN overal toegang te verlenen? De VN zelf tonen zich niet begerig om daarvoor de Amerikanen bombardementen te laten uitvoeren. Zo komt Washington tot een positie waarin het door de opdrachtgever die het zichzelf heeft toegemeten, op zijn minst met reserve wordt bejegend. Dat is een heel verschil met het mandaat van Bush.

De alerter wordende kritiek vraagt zich ook af, hoe men zich dan een strategie, een krijgsplan moet voorstellen, als Saddam tenslotte in zijn bewind toch ongemoeid wordt gelaten. En vooral: waartoe zo'n krijgsplan dan eigenlijk dient. Want blijft Saddam, dan betekent dat voortzetting van de problemen waaraan een eind had moeten komen. Een andere mogelijkheid die nu wordt geopperd is dat er nog geen doordacht krijgsplan is, maar dat de regering is begonnen met een opbouw van zeer dreigende lucht- en zeestrijdkrachten, in de hoop dat Saddam bij de aanblik daarvan zou toegeven, zodat zo'n plan ook niet gemaakt hoeft te worden. Zoals het er nu uitziet, heeft alleen de zenuwenoorlog vorderingen gemaakt, en dit voornamelijk aan het thuisfront.

Als Saddam niet toegeeft (en in deze situatie zijn er geen dringender redenen voor hem dan die waaraan hij gewend is), tekenen zich voor de Amerikaanse president twee zwarte scenario's af. In het eerste begint hij, zonder Arabische bondgenoten, en feitelijk alleen met de Britten aan zijn kant, de interventie met de kans op het veroorzaken van een internationale chaos, van het soort dat in de Suez-crisis van 1956 de wereld heeft bezig gehouden. In het tweede geval ziet hij, bij gebrek aan binnenlandse steun, van interventie af. Dit betekent dat de wekenlange opbouw van de strijdkrachten en vooral de ontwikkeling van de zenuwenoorlog voor niets zijn geweest. Dat is, zacht uitgedrukt, een formidabel gezichtsverlies, en niet alleen voor de president maar voor de natie. En de natie zal hem dat niet vergeven.

Dan is er nog het andere zwarte scenario. Het zou te klein zijn geweest om het in één adem met de problemen van de wereldpolitiek te noemen. Maar wel seks of geen seks in het Witte Huis, ziedaar de andere vraag waarom het in de toekomst van dit presidentschap gaat. Linda Tripp, Monica Lewinsky, Kenneth Starr en Saddam Hussein zijn, hoe absurd dat ook mag klinken, als factoren in de politieke toekomst van de president door onvergelijkbare samenlopen van omstandigheden, op één lijn terecht gekomen. Deze Amerikaanse president doet wat nog niemand voor hem heeft gedaan: hij zwemt in twee fuiken tegelijk.

Bill Clinton is een flexibele doorzetter. Het zal dus interessant zijn, te zien hoe hij er weer uit zwemt. Het aanzien van de wereldmacht als wereldmacht gaat er niet mee op vooruit, en daarvan krijgt hij, hoe dan ook de schuld.