Andreas Scholl is een zingende hobo

Concert: Andreas Scholl, countertenor; Markus Märkl, klavecimbel. Met o.m. muziek uit de Duitse barok. Gehoord: 13/2, Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: 25/2 20 uur VPRO Radio 4 .

Sinds jaar en dag spiegelen instrumentalisten zich in hun toonvorming aan de menselijke stem. Een zingende toon is het hoogst bereikbare ideaal voor de violist, voor de blazer, voor de pianist. De Duitse countertenor Andreas Scholl lijkt het tegenovergestelde na te streven. Zijn stem heeft de scherpte-dieptewerking van een hobotoon, meer nog: van de toon van een oboe d'amore.

Tijdens zijn recitaldebuut in de Kleine Zaal van het Concertgebouw maakte de 30-jarige Andreas Scholl duidelijk dat hij degene is met de meest instrumentaal aandoende techniek van alle mannenalten die in het hoge falsetregister zingen. Tevens onderstreepte Scholl dat hij van alle countertenoren op dit moment degene is met de meest natuurlijk aandoende zangtechniek. Strak, helder, zuiver en intens is zijn intonatie. De souplesse waarmee Scholl haarfijn de meest hoge noten in hun vlucht treft, is onovertroffen.

Het is dus niet verwonderlijk dat de carrière van Andreas Scholl zich voorspoedig ontwikkelt. Vorig seizoen werkte hij in ons land mee aan liefst drie verschillende passies van Johann Sebastian Bach. Hij zong onder René Jacobs, Sigiswald Kuyken, John Eliot Gardiner, William Christie en Philippe Herreweghe. En tussen de bedrijven door zingt hij, zij aan zij met de counters Dominique Visse en Pascal Bertin, een 'drie contratenorenprogramma' waarin muzikale ernst en muziekhistorische luim om voorrang vechten.

Scholls subtiele gevoel voor humor was ook manifest in zijn recital waarin Duitse barokliederen het grootste gedeelte van het programma vulden. In Kunst des küssens van Andreas Hammerschmidt - een gezongen vademecum voor mondvrienden zogezegd - lag de tekstuitbeelding met een ferme knipoog weliswaar voor de hand. Maar met zijn geraffineerde timing en zijn formidabele techniek kreeg Scholl de lachers snel op zijn hand.

Scholl presenteerde een barokprogramma met veel componisten van tweede of zelfs derde garnituur, zoals Johann Nauwach, Heinrich Albert en Johann Krieger. Niet de meest diepzinnige componisten, niet de meest ingenieuze liederen dus. Maar met Scholl als pleitbezorger (en klavecinist Markus Märkl als diens instrumentale schaduw) verdient dit goeddeels onbekende repertoire absoluut een brede kring luisteraars.

Andreas Scholl is op zijn best in het Duitstalige repertoire. In andere liederen miste hij tijdens het recital soms wat zeggingskracht. Technisch gaat hem de muziek van Purcell, van wie hij Music for a while en Sweeter than roses zong, probleemloos af. Maar juist de expressie, de dramatiek waarmee Scholl de Duitse barokliederen op een hoger plan tilde, bleef hier aan de vlakke kant. Als het gaat om het vertolken van Purcell, zal Scholl in dit stadium van zijn carrière in Michael Chance of Derek Lee Ragin zijn meerderen moeten erkennen.