zijn meer dan de boodschapper van de minister'

Arthur Docters van Leeuwen is magistraat en blijft dat. Hij spreekt

niet laatdunkend over minister Sorgdrager die van hem af wil. Alleen heeft zij geen goede reden voor zijn - kostbare - ontslag. En ook de leden van de Tweede Kamer hebben er niet veel van begrepen. Docters slaat terug, als het moet tot aan de rechter.

Het Haagse woonhuis ligt “vlak bij een begrafenisonderneming” had

hij telefonisch uitgelegd. Want het zijn dan wel donkere tijden, procureur-generaal Arthur Docters van Leeuwen (52) heeft zijn zwarte humor nog niet verloren.

Officieel is hij al ruim twee weken ziek. Maar een bedlegerige indruk wekt de hoogste vertegenwoordiger van het openbaar ministerie deze donderdagmiddag allerminst. In vrijetijdskleding bemant 'Docters' - ietwat bleekjes, dat wel - een werkkamer op de eerste etage die dienst doet als een soort commandocentrum. Van hieruit vecht de super-PG voor zijn ambtelijk leven nadat hij een dag eerder het aanbod van minister Sorgdrager van Justitie heeft afgewezen om met een voordelige afvloeiingsregeling geruisloos van het justitiële toneel te verdwijnen.

Onder een portret van Erasmus maakt de fax overuren. Er rollen persberichten binnen, verzoeken om interviews en andere correspondentie.

Midden in het gesprek overhandigt zijn vrouw hem een zojuist binnengekomen gelukstelegram. Collega's zeggen hem te missen. “Het huis

van Docters van Leeuwen is één bloemenzee. Zet dat er maar

in”, dicteert Docters. “Ik heb al laten weten dat ik liever cd-bonnen ontvang, maar dat is echt een grapje.”

De hier en daar gelanceerde suggestie dat de aanklager sinds maandag 26 januari schoolziek is om te ontsnappen aan verder arbeidsrechtelijk onheil irriteert hem. Toen de secretaris-generaal van Justitie, Harry Borghouts, hem de zondag daarvoor had ontboden voor een “ernstig gesprek” op het ministerie van Justitie, was bij Docters van Leeuwen het licht uitgegaan. “Die nacht heb ik niet geslapen. Ik stond 's ochtends hondsberoerd op. Ik heb suiker, op mijn 32ste heb ik een hartaanval gehad en na een bezoek aan mijn dokter bleek dat ik een aanzienlijk te hoge bloeddruk had. Toen dacht ik: ik ben toch niet gek dat ik nu een dergelijk ingrijpend gesprek ga voeren. Dat kon ik echt niet.”

Inmiddels is de procureur-generaal een en al strijdbaarheid. “Het is ook wel interessant, zo'n crisis”, mompelt hij als hij weer een telefoontje heeft afgewimpeld. Maar verwacht niet dat hij met de vuist op tafel slaat, of scheldend zijn tegenstanders de oren wast. “Ik wil geen klaagzang, geen verhaal van: ik heb toch lekker altijd gelijk gehad. Of, mevrouw Sorgdrager is een puntje, puntje, puntje. Niets van dat alles. Ik ben magistraat en dat blijf ik.”

Het enige dat Docters van Leeuwen wil, is “een paar vragen op tafel leggen”. Hij wenst “ruimte voor analyse” en wil “onderbelichte feiten” melden. Aan het eind van het gesprek permitteert hij zich slechts één verzuchting: “Ik ben niet boos, maar wel onaangenaam getroffen.”

Drie jaar geleden stelde Sorgdrager Docters van Leeuwen aan als voorzitter van het college van procureurs-generaal om het door de IRT-affaire zo gehavende openbaar ministerie nieuw leven in te blazen. Er was behoefte aan frisse wind van buiten, een Macher, een mannetjesputter die het OM zou reorganiseren tot een strak geleide organisatie.

Het voormalige hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) kweet zich met grote toewijding van zijn taak. Het OM ging op de schop. Docters was zo succesvol dat hem al kansen werden toegedicht om partijgenoot Sorgdrager (D66) op te volgen. Maar vorige maand ging het razendsnel mis. Met grote voortvarendheid is Docters de wacht aangezegd.

Het “persoonlijke en institutionele vertrouwen” dat Sorgdrager volgens

haar in de hoogste baas van het OM moet hebben, heeft Docters van Leeuwen beschaamd. Zij verwijt de super-PG dat hij zich als belangenbehartiger van de in opspraak geraakte collega-PG Dato Steenhuis

heeft opgesteld in plaats van als verantwoordelijk gezagsdrager. Docters

moet met pensioen.

Het verwijt is een van de vele 'misverstanden' die Docters nu graag de wereld wil uithelpen. Hij overhandigt een brief die hij afgelopen woensdag aan Sorgdrager richtte - en die zij ondanks zijn verzoek net als twee eerdere brieven niet aan de Kamer doorstuurde. In die brief ontkent hij zich als een soort monomane OM-vakbondsman te hebben gedragen.

“U veronderstelt dat ik de heer Steenhuis zijn voornemen niet zou hebben ontraden,” schrijft hij. “Dat is niet juist. Ik heb hem voorgehouden dat een kort geding de verhoudingen op scherp zet en deze juridificeert, zodat het maar de vraag zou zijn of er een weg terug zou zijn.” Het is een van de vele passages waarin Docters een ander beeld schetst van de toedracht van het justitiële conflict dan minister Sorgdrager doet. Hij vindt het van belang dat de Kamer er kennis van neemt, maar Sorgdrager weigerde gisteravond te beantwoorden aan de verzoeken van de SP en de PvdA omdat de brieven personeelsvertrouwelijk zouden zijn.

Docters oordeelt overigens mild over 'zijn' minister. “Ze is voortvarend bezig geweest met een structurele aanpak van de problemen. Maar nu ik met haar in deze kwestie verzeild ben geraakt, heb ik het maar liever niet over haar aanpak van andere incidenten”, zegt hij na enig nadenken.

Vervolgens spreekt Docters over de rol van de vrije pers. Dat tv-ploegen

hem de laatste weken hinderlijk voor zijn huis opwachten, is onbeschoft.

Een ontoelaatbare inbreuk op het recht op privacy van hem en zijn gezin.

Maar goed, dat is tot daar aan toe. Erger is dat een groot aantal journalisten volgens hem weigert te erkennen dat ze “veel boter op hun hoofd hebben” bij de uiteindelijke escalatie van het conflict tussen de

top van het OM en Sorgdrager.

Het ging mis toen een batterij camera-ploegen en reporters donderdag 22 januari massaal het departement van Justitie belegerden. Het verhaal deed de ronde dat binnen een muiterij gaande was. De vier PG's zouden Sorgdrager gijzelen met een kort geding als ze zou weigeren Steenhuis 48

uur de tijd te geven om het rapport-Dolman te lezen. Dat rapport ging over de vermeende belangenverstrengeling van Steenhuis, die adviseur was

van het onderzoeksbureau Bakkenist. Dit bureau had de verhouding onderzocht tussen politie en justitie in Groningen, zijn ressort.

Volgens Docters heeft de pers zich door een vooralsnog onduidelijke bron

onder valse voorwendselen naar het departement laten lokken. “Men heeft

zich willig laten mobiliseren en kritiekloos het beeld gelanceerd van een opstand, een college dat rebelleerde tegen de verantwoordelijke bewindspersoon. Doordat mijn voorlichters niet aanwezig waren, was de pers ook niet in de gelegenheid wederhoor toe te passen.

“Vervolgens heeft de pers zich lopen opfokken. Ik begrijp dat wel, want

een rel is een rel. Ik ben het ook niet met Dittrich (Tweede Kamerlid van D66) eens die het journalisten verwijt dat men daar te hoop liep. Als je als media te horen krijgt dat er een muiterij gaande is, zou je wel gestoord zijn als je dan zegt: ik blijf thuis.

“Maar het is wel raar dat de pers na die bonte avond niet de moeite heeft genomen om uit te zoeken wat er werkelijk aan de hand was. Waren de journalisten soms bang contacten te verliezen, een bron prijs te geven? De pers is niet bereid geweest de hand in eigen boezem te steken.

Een aantal commentatoren heeft vervolgens treffende analyses gemaakt, maar de nieuwsgarende pers heeft het goeddeels laten afweten.''

Neem bijvoorbeeld het feit dat het tv-programma Nova in een ongebruikelijke, schriftelijke verklaring vorige week heeft tegengesproken dat men op de fatale donderdag al om drie uur 's middags het departement belde om te informeren naar het kort geding dat Steenhuis zou aanspannen. Dat had Sorgdrager eerder aan de Kamer meegedeeld. Ze noemde het incident als illustratie voor de wijze waarop door het 'lekken van informatie' de afhandeling van de affaire onder druk werd gezet en er dus heel snel handelen geboden was. “De media wisten dus niets van een muiterij, maar bijna geen krant heeft de ontkenning van Nova afgedrukt.”

Veel journalisten zijn volgens Docters vervolgens alleen maar bezig geweest materiaal te verzamelen dat het zelf gemaakte beeld moest ondersteunen. Dat Docters na afloop van de besprekingen met Sorgdrager van een briefje voorlas dat hij het gezag van de minister erkende, werd uitgelegd als een ultiem blijk van minachting. Docters geeft een andere verklaring.

“De minister ging in op mijn voorstel dat ik een verklaring zou voorlezen. Ze heeft nog wijzigingen aangebracht in de tekst die ik opstelde. Ik heb nog gevraagd: moet dat er wel in dat we je gezag accepteren, dat spreekt toch voor zich? Maar zij vond dat beter. Toen ik

buiten kwam, werd ik agressief bejegend. Onder de voet gelopen door de pers. En ik dacht toen, dit is niet het moment om te improviseren.''

De OM-topman zegt ook werkelijk niet te hebben kunnen vermoeden dat het beeld ontstond van een opstand. De media-oploop was hem ontgaan en bovendien verkeerde hij sinds twee dagen in de veronderstelling dat een minnelijke oplossing van de kwestie-Steenhuis binnen handbereik lag.

Op 20 januari, het onderzoek naar het handelen van Steenhuis was toen nog gaande, formuleerde de hoogste ambtenaar van Sorgdrager, Borghouts, tegenover Docters drie eisen. Steenhuis moest weg uit het ressort Leeuwarden, en moest zijn bijbanen en de automatiseringsportefeuille opgeven. Een dag later belde Docters Borghouts. “Ik heb hem gevraagd of

het zou helpen om aan de hem overgebrachte eisen te voldoen, als wij met

vijf PG's (een nieuwe PG erbij, red.) verder zouden gaan. Hij antwoordde

dat dat zeker zou helpen'', aldus Docters in een brief aan Sorgdrager waarin hij 'zijn' feiten nog eens op een rijtje zet.

Later die dag besprak Docters het compromis met Sorgdrager. “Ik vroeg U

of ik even met U mee mocht lopen. Bij Uw kamerdeur aangekomen heb ik U gevraagd of U inmiddels vernomen had van mijn suggestie om tot uitbreiding met een vijfde PG over te gaan. U hebt geantwoord dat U dat inmiddels van de heer Borghouts vernomen had. U zei het een goed idee te

vinden en blij te zijn dat ik (...) positief meedacht. Ik was verheugd met Uw reactie. Immers mijn collega's waren nog niet overtuigd. Zou Uzelf er niets in gezien hebben, dan zou ik niet op deze suggestie zijn doorgegaan'', aldus Docters. Voor verdere ruzie, laat staan een heuse rebellie was volgens Docters dan ook geen enkele reden.

En natuurlijk wilde hij eerst het rapport-Dolman kennen vooraleer hij zou instemmen met welke maatregel dan ook tegen Steenhuis. Docters is tenslotte een jurist, geen politicus. “Mijns inziens behoort U niet van

mij als procureur-generaal tevens voorzitter van het College te verlangen dat ik tot een oordeel over de feiten kom zonder alle feiten te kennen en ze in hun onderling verband en in hun context te wegen'', aldus Docters in zijn brief van afgelopen woensdag.

Maar de publieke opinie oordeelde al snel anders. Typisch mannelijk haantjesgedrag, dat was het. Mannen met te grote ego's die zich niet wensen te schikken naar het gezag van een vrouw, was de volgende dag het

verwijt dat Docters en de zijnen vanuit de boezem van het kabinet werd gemaakt. Nog zo'n idiote conclusie, schampert Docters. “Ik heb eerst vier jaar als plaatsvervangend directeur-generaal rampenbestrijding in goede verhouding onder staatssecretaris Djoeke de Graaff gewerkt. Daarna

heb ik vier jaar lang als BVD-hoofd gediend onder minister Ien Dales. Een bijzondere minister die niet bepaald makkelijk was. Ik bewaar dierbare herinneringen aan haar. Ik heb er nooit last van gehad met vrouwen te moeten werken. Integendeel''.

Een andere vrouw vult het woonhuis inmiddels met prachtige klanken. Op haar zolderkamer speelt de jongste dochter op cello het concert in C Dur

van Joseph Haydn. Pa steekt zijn zoveelste Justus van Maurik-sigaartje op: een merk dat maar moeilijk wil branden.

Docters is toe aan een beschouwing over de volksvertegenwoordigers: de 'merkwaardige verlamming' in de Kamer. “Mij bekruipt het gevoel ongewild het lijdend voorwerp te zijn van een staatkundige ontwikkeling ten kwade”, zegt Docters. “Op CDA'er Koekkoek na hebben alle parlementariërs hun plicht verzaakt. Waarom hebben ze de feiten niet getoetst? Waarom pasten ze geen wederhoor toe? Hoe kan het toch dat

men niet de volledige toedracht wilde weten? Waarom slikte de Kamer voor

zoete koek dat Sorgdrager op de avond van de vermeende muiterij zelf zegt dat het 'een misverstand' was en een paar dagen later mij een brief

stuurde waarin het tegendeel wordt beweerd? De aanleiding voor deze affaire was de zaak-Lancée. Toen heeft het parlement bijna tweehonderd vragen gesteld, maar over deze kwestie niets. Geen vragen. En let wel: het gaat niet om mij, maar om de vraag of de Kamer om welke reden dan ook kan afzien van haar taak.''

Docters wordt geslachtofferd vanwege coalitiebelangen, vermoedt hij. “Korthals van de VVD heeft dat zelf ook al gezegd”. Maar erger is nog dat “de politiek geen behoefte heeft aan feiten. Men wil alleen maar het primaat van de politiek bevestigen. En er is toch al veel irritatie over de rechterlijke macht. De politiek neemt steeds minder afstand ten aanzien van het rechterlijk apparaat. We moeten wekelijks vijftien Kamervragen beantwoorden, vaak over nog lopende onderzoeken.

“Natuurlijk valt het OM onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Dat is ook goed, gelet op onze discretionaire bevoegdheid iemand te vervolgen, waardoor ook de rechter ons handelen niet altijd kan controleren. En er mag geen ongetoetst domein ontstaan. Maar wij zijn meer dan de boodschapper van de minister. We moeten als magistraat ook de vriend van de rechter kunnen zijn.”

Hier ligt volgens Docters een “niet uitgesproken” kern van het conflict. Op verzoek van de Kamer is het OM verzelfstandigd en dat steekt het departement en de politiek. “Vroeger was de secretaris-generaal van Justitie de baas over het OM. Het departement regelde het beheer en wij hadden geen beleidsvormend orgaan. Maar de Tweede Kamer stond erop dat het rapport-Donner over het openbaar ministerie werd uitgevoerd. En dat betekende dat wij van een ambt dat door individuen werd uitgeoefend een institutie moesten maken. Dat heeft

grote gevolgen voor onze verhouding tot het ministerie. Het departement en de politiek kunnen kennelijk toch geen vrede hebben met de zelfs in het regeerakkoord afgesproken verzelfstandiging van het OM.''

Slechts één kwestie weigert Docters te bespreken. Hoe verklaart hij de opmerkingen van premier Kok die de crème de la crème van het justitiële apparaat kinderachtig gedrag verweet? Was Kok soms verkeerd geïnformeerd door Sorgdrager en leefde hij ten onrechte in de veronderstelling dat er zich een muiterij had afgespeeld?

Docters van Leeuwen weigert resoluut er publiekelijk op in te gaan. Maar

in een eveneens nog niet geopenbaarde brief van 6 februari aan Sorgdrager geeft Docters een begin van een verklaring voor de afwikkeling van de gebeurtenissen. Hij beschrijft een telefoongesprek op

dinsdagavond 20 januari toen Borghouts hem in een restaurant in Voorburg

opbelde. “De heer Borghouts hield mij voor dat er op politiek niveau bemoeienis met deze zaak was. Hij wees erop dat er van politieke zijde gezegd zou zijn dat er drie dingen zouden moeten gebeuren”. Waarna een opsomming volgt van disciplinaire maatregelen tegen Steenhuis. Met andere woorden: nog voordat het rapport Dolman gereed was, had de 'hogere politiek' bepaald dat er hoe dan ook wat moest gebeuren.

De Haagse procureur-generaal ontkent in ieder geval nadrukkelijk dat er zich tussen hem en Sorgdrager in het verleden incidenten hebben voorgedaan die verklaren dat voor haar nu de maat vol zou zijn. De suggestie dat de minister hem verwijt wat al te voortvarend de dagvaarding van Bouterse vorig jaar via de tv te hebben aangekondigd, kan volgens hem niet kloppen. “Mijn mededelingen over de strafzaak-Bouterse gebeurden volledig met instemming van Borghouts en Sorgdrager. Sorgdrager en ik hebben wel eens van mening verschild over sommige zaken, maar we zijn het altijd gemakkelijk eens geworden. En voor zover er incidenten waren, werden die gemediatiseerd, opgeblazen.”

Het is om die reden dat Docters van Leeuwen ook geen enkele reden ziet het veld te ruimen, zoals Sorgdrager hem nu heeft voorgesteld. “Ik verzoek U met klem uw voor mij pijnlijk verrassende conclusies te heroverwegen. (...) Mijn waardering voor U heb ik een en andermaal geuit”, schreef de PG woensdag aan Sorgdrager.

Over zijn kansen op behoud van zijn baan, wil Docters zich niet uitlaten. Maar als het niet anders kan, moet de ambtenarenrechter maar oordelen. “De rechter is de enige die in deze kwestie nog niet aan de beurt is geweest”. Docters van Leeuwen gaat niet vrijwillig. “Ik zie werkelijk niet in wat ik in objectieve termen echt verkeerd heb gedaan. Waarom moet ik op kosten van de belastingbetaler gaan rentenieren? Ik wil werken voor mijn geld, net zoals degenen die mijn salaris moeten opbrengen. Ik streef naar mijn terugkeer.”