Wie zijn gezin goed bestuurt maakt kans op winst; Verdienen aan opvoeding

Het geld groeit ouders niet op de rug, maar 'familie-opbrengsten' maken de opvoeding financieel minder zwaar. Wie zijn gezin financieel goed bestuurt, maakt op den duur zelfs kans op 'winst'.

Kinderen duur? De ouder die slechts kostencijfers bekijkt, zou danig in paniek kunnen raken. Neem de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Uitgaande daarvan besteedt een modaal gezin snel een ton per kind aan opvoeding. De vraag is echter of dat kostbaar is. Die ton lijkt wel prijzig, maar net als in de handel gaat ook in gezinnen de kost uit voor de baat. Familie-opbrengsten beginnen na elke geboorte met wat kinderbijslag en soms forse belastingvoordelen. Zo'n twaalf jaar later zijn weliswaar de uitgaven, maar ook de inkomsten per kind opgelopen. Naast kinderbijslag krijgen veel ouders tegemoetkomingen

in de studiekosten. Daarnaast genieten steeds meer scholieren vanaf zo'n

twaalf jaar eigen verdiensten uit klusjes en baantjes. Alle opbrengsten tezamen doen de opvoedkosten aanzienlijk dalen. Sterker: wie zijn gezin financieel goed bestuurt, maakt op den duur zelfs kans op 'winst'. Wie dat ook beoogt, rekent even mee.

De kinderbijslag vormt de basisopbrengst van kinderen tot achttien jaar.

Afhankelijk van de gezinsomvang en de leeftijden van de kinderen beloopt

die uitkering voor thuiswonenden zo'n 1.260 tot 3.285 gulden per kind per jaar. Een gezin met twee kinderen van twaalf en vijftien ontvangt jaarlijks bijvoorbeeld netto 4.749 gulden. Hebben ze ook nog een tienjarige, dan kan dit bedrag oplopen tot 7.107 gulden. Als enige voorwaarde geldt dat de kinderen elk niet meer dan 2.291 gulden netto per kwartaal bijverdienen. Bovenop dat bedrag van ruim 500 gulden per maand mogen scholiertjes in juni, juli en augustus nog eens netto 1.700 gulden aan inkomsten beuren voordat de kinderbijslag in gevaar komt. Totaal mag een kind tot achttien jaar dus, naast de kinderbijslag, jaarlijks netto 10.864 gulden verdienen.

Die bijverdienmogelijkheden worden steeds meer benut, constateert het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) in zijn tweejaarlijkse Nationaal Scholierenonderzoek. 'Schoolgaand Nederland klust er massaal op los', schrijven de onderzoekers. Van de 210 gulden die scholieren onder de achttien maandelijks te besteden hebben, betalen

de ouders slechts een kwart; de rest komt uit baantjes, vakantiewerk en de Tegemoetkoming in de Studiekosten. Het aantal uren dat scholieren werken, neemt toe met hun leeftijd. Werkt een twaalfjarige gemiddeld 'slechts' 6 uur per week, een doorsnee 18-jarige maakt al werkweken van 10,3 uur. Het werk varieert van losse klusjes als babysitten en autowassen tot krantenwijken en officiële banen in supermarkten en hamburgerrestaurants. Een enkeling exploiteert een eigen bedrijfje.

Naast baantjes floreert vakantiewerk, mede doordat de leeftijdsgrens waarop officieel gewerkt mag worden onlangs is verlaagd. Al de helft van

alle twaalf- tot veertienjarigen en zeventig procent van de vijftienjarigen stort zich gedurende 3,5 tot 5 zomerweken in het bijverdienen, meldt het NIBUD-rapport. De gemiddelde netto-opbrengst bedraagt 646 gulden. Scholieren die een vast baantje hebben, kunnen relatief voordelig in het ziekenfonds. Ze betalen dan de nominale ziekenfondspremie van 20 gulden per maand en verder een eigen bijdrage van maximaal 200 gulden per jaar. Bij korter dan drie maanden werken, kan een kind particulier verzekerd blijven; de ouders kunnen de betaalde

premies via een speciaal formulier terugvragen bij het ziekenfonds.

Scholieren tot achttien jaar in het voortgezet of beroepsonderwijs leveren voorts geld op via de Tegemoetkoming in de Studiekosten. Ouders wier belastbaar inkomen in 1994 maximaal 51.168 gulden bedroeg, krijgen 1.507 gulden per kind als bijdrage aan cursusgeld. Was het belastbaar inkomen maximaal 40.149 gulden, dan kan daar een vergoeding voor overige

studiekosten bijkomen. Bij voortgezet onderwijs is dat 805 gulden; bij beroepsonderwijs 1.278 gulden per jaar. In sommige gevallen kunnen verzorgers voor schoolkosten een beroep doen op een gemeentelijk studiefonds of op een studiefonds van de werkgever.

Ten slotte brengt nageslacht soms belastingvoordelen met zich mee. Een alleenstaande ouder die in 1998 een inwonend kind tot 27 jaar voor ten minste 56 gulden per week onderhoudt, valt in tariefgroep 4 en krijgt daardoor een extra belastingvrije som van 6.566 gulden. Werkt die alleenstaande ouder buitenshuis en heeft zij of hij minstens 1 inwonend kind onder de 12, dan valt men in tariefgroep 5. De ouder mag daardoor nog eens 12 procent extra van het arbeidsinkomen aftrekken met een maximum van 6.566 gulden. Ouders die hun minderjarige kinderen voorts geld schuldig erkennen of schenken, hoeven over de eerste 500 gulden rente die het kind ontvangt geen belasting te betalen. Dat soort schenkingen zijn eigenlijk besparingen, indien het geld, in het geval er

geen kinderen waren, uitgegeven zou zijn aan consumptieve doeleinden als

etentjes of vakanties.

De totale opbrengst van kinderen hangt dus onder meer af van het belastbaar inkomen, de (bestedings)gewoontes, de arbeidsmoraal en de samenstelling van een gezin. Voor een gemiddelde familie met twee kinderen kan de opbrengst als volgt uitpakken. De eerste twaalf jaar vormt de kinderbijslag de belangrijkste opbrengstenbron. Van nul tot achttien jaar kunnen de uitkeringen globaal 34.000 gulden netto per kind

opleveren.

De tegemoetkomingen in de studiekosten (voor kinderen van twaalf tot achttien jaar) kunnen, bij een bescheiden belastbaar inkomen, circa 14.000 gulden per kind opleveren. Voorts kunnen kinderverdiensten fors aan het gezamenlijke gezinsinkomen bijdragen. Uitgaande van de huidige gemiddelde bijverdiensten, levert Nederlandse 'kinderarbeid' netto zo'n 20.000 gulden per kind op.

Deze globale berekening brengt de gezinsopbrengsten reeds op 68.000 per kind tot achttien jaar. Wie daarnaast belastingvoordelen en extra rentevrijstellingen krijgt en z'n kinderen tot fors bijverdienen weet over te halen, kan de opbrengsten opkrikken tot meer dan een ton. Verdienen aan de opvoeding is aldus eenvoudiger dan algemeen gedacht.