Waar is de premier?

COHERENT LANDSBESTUUR verhoudt zich moeilijk met verkiezingstijd. Er zit een kabinet dat zijn voorgenomen werkzaamheden ongeveer heeft afgerond en dat niet veel meer kan aanpakken omdat nieuw beleid moet wachten op de volgende ploeg.

Van de ministers weet een aantal dat hun taak er definitief op zit,

anderen hebben slechts de hoop dat ze hun werk in nog een termijn kunnen

voortzetten. Ondertussen worden de onderlinge verhoudingen in het kabinet op de proef gesteld als gevolg van de partijpolitieke profileringsdrang die nu eenmaal inherent is aan de periode voor de verkiezingen. Vandaar dat de 'pre-demissionaire fase' van een kabinet vaak de kenmerken van een zekere stuurloosheid vertoont. Aan de minister-president als primus inter pares de taak zijn club ondanks het naderende afscheid zo goed mogelijk bij elkaar te houden. Eenheid van beleid blijft immers geboden.

Dat is geen gemakkelijke positie. In de gegroeide praktijk fungeert de minister-president veelal ook als lijsttrekker van de grootste coalitiepartij. Het betekent dat hij aan de ene kant als leider van het kabinet boven de partijen moet staan, maar aan de andere als partijleider duidelijk stelling dient te nemen. Wellicht speelt deze dubbele rol premier Kok momenteel parten. Het zou althans een verklaring

kunnen zijn voor zijn toch wat opmerkelijke optreden van de afgelopen weken. ALLEREERST WAS ER het zoveelste deel in de justitiële gezagscrisis.

Los van de schuldvraag kon halverwege vorige maand worden geconstateerd dat in het geheel geen sprake meer was van een normale werkverhouding tussen de minister van Justitie en de top van het Openbaar ministerie. Inplaats van te apaiseren gooide Kok olie op het vuur door op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad frontaal stelling te nemen tegen de procureurs-generaal. De “crême de la crême van de Nederlandse rechtsstaat” had zich volgens hem schuldig gemaakt aan “kinderachtig en onvolwassen gedrag”. De premier voor alle Nederlanders was er op dat moment even niet voor de staande magistratuur.

Vervolgens was er de ophef rond het tegenvallende loonstrookje. In tegenstelling tot de op Prinsjesdag gedane belofte bleken vorige maand toch veel mensen er in inkomen op achteruit te zijn gegaan. Een probleem

voor het kabinet dus, maar een hanteerbaar probleem doordat de Tweede Kamer bijna unaniem om een hersteloperatie vroeg. Het gebeurt niet vaak dat een kabinet met brede parlementaire steun meer geld mag uitgeven. Desondanks is er binnen het kabinet een wekenlange strijd over alle mogelijke varianten ontstaan, die pas vannacht is afgesloten. De zaak kon zo doorzeuren doordat de noodzakelijke regie van de premier blijkbaar ontbrak.

Het derde punt betreft het IOC-lidmaatschap van kroonprins Willem-Alexander. Minister-president Kok was hierbij rechtstreeks betrokken. Mede dankzij de openlijk geventileerde frustraties van de gepasseerde kandidaat Huibregtsen, is duidelijk geworden dat het hier toch om een bijzondere benoeming gaat. Het is niet zozeer de vraag of Kok er verstandig aan heeft gedaan geen contact op te nemen met het Nederlands Olympisch Comité om de uitnodiging aan Willem-Alexander te bespreken. Veel meer is aan de orde of de premier niet veel te luchtigjes over de staatsrechtelijke consequenties van de benoeming is heengestapt. Volgens Kok is de afspraak gemaakt dat de kroonprins zich van stemming zal onthouden als er politiek gevoelige kwesties op de agenda staan. Maar worden er bij het IOC niet altijd politiek-gevoelige kwesties besproken? Het IOC is een mondiaal opererend

bedrijf geworden dat indirect over miljarden gaat. Dat het om belangen en veel geld gaat maakt ook de achtergrond van een aantal IOC-leden duidelijk. Nu wordt de vraag gesteld wat de kroonprins in dat gezelschap

te zoeken heeft. Kok had die vraag beter vooraf kunnen stellen. Zowel de

gevoeligheid die samenhangt met het IOC als met het koningshuis heeft hij onderschat. TENSLOTTE WAS ER dan nog deze week de wel/niet/een beetje toegezegde Nederlandse militaire bijstand bij een eventuele actie tegen Irak. Ook hier weer was er een hoofdrol weggelegd voor premier Kok. VVD-leider Bolkestein liep volgens hem te hard van stapel toen hij om daadwerkelijke Nederlandse steun vroeg, staatssecretaris Gmelich Meijling sprak voor zijn beurt toen hij begin deze week in Washington een fregat aanbood, maar het resultaat van het kabinetsberaad van gisteren is dat Nederland (geclausuleerd) meedoet aan een militaire actie. Een zaak die Kok afgelopen zondag reeds telefonisch met de Amerikaanse president Clinton heeft besproken. Natuurlijk moeten de juiste procedures bewandeld worden, maar door zijn gepikeerde interventies heeft Kok vooral internationaal verwarring gesticht over de

Nederlandse inzet.

Vier totaal verschillende kwesties met als constante de slordige dan wel

afwachtende houding van de minister-president. Regeren conform de afspraken in het regeerakkoord gaat Kok - zeker met de economische wind in de rug - soepel af, zo heeft hij laten zien. Moeilijker wordt het als

het om onverwachte zaken gaat. Kok was afwezig waar een initiërende

rol verwacht zou kunnen worden. SINDS HET AANTREDEN van het kabinet is binnen de PvdA al gespeculeerd op

de premier-bonus bij de volgende verkiezingen. Kijkend naar het recente verleden is die kans ook reëel. Zowel Den Uyl als Lubbers zagen hun

premierschap met een klinkende verkiezingswinning beloond. Maar een vanzelfsprekendheid is het niet. Den Uyl en Lubbers waren beide premiers

die initiatief durfden te nemen. Het is juist het initiatief dat bij Kok

de afgelopen weken ontbrak. De keuze voor een low profile kan een bewuste zijn. Maar die keuze is tevens een riskante. Slapend rijk worden

in de politiek is maar voor zeer weinigen weggelegd.

En nagesynchroniseerd: