VN-topman stuurt team naar Bagdad

WASHINGTON, 14 FEBR. Secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties stuurt een “technisch team” naar Irak om acht zogeheten 'presidentiële' plekken te bekijken, die tot dusver verboden waren voor de VN-wapeninspecteurs. De ploeg zal morgen in Bagdad aankomen en “binnen drie tot vier dagen” rapport uitbrengen.

Annan heeft dat gisteravond in New York aangekondigd na overleg met

de vertegenwoordigers van de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad. Volgens Annan heeft het overleg met de de vijf - de VS, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk - “een gemeenschappelijke basis op veel terreinen” opgeleverd. Annan zei gisteren ook de mogelijkheid open te houden dat hij zelf naar Bagdad zal

gaan, in een poging de crisis met diplomatieke middelen op te lossen - iets waarop met name Rusland en Frankrijk aandringen.

De Amerikaanse president Clinton zei gisteren dat hij de bezwaren van Rusland tegen een eventuele Amerikaanse aanval op Irak respecteert, maar

dat ze de Verenigde Staten niet van militaire actie zullen weerhouden als de crisis niet kan worden opgelost met diplomatieke middelen. “Njet

is niet 'nee' voor de VS, onder deze omstandigheden'', aldus Clinton.

Clinton wees erop dat Washington en Moskou het erover eens zijn dat Irak

de VN-inspecteurs hun werk moet laten doen. “Onze betrekkingen met Rusland zijn erg belangrijk voor ons. Maar ik geloof niet dat het aanvaardbaar is om toe te staan dat Irak wegloopt van zijn verplichtingen”. Clinton zei dat hij zich “maandenlang heeft uitgesloofd” om een diplomatieke oplossing te vinden.

De Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur, Sandy Berger, zei gisteren: “Zolang Saddam Hussein aan de macht is moeten we bereid zijn krachtig te reageren op zijn roekeloze optreden”. Hij erkende dat ook andere landen dan Irak beschikken over wapens voor massavernietiging, maar “met Saddam Hussein is er één verschil: hij heeft ze

gebruikt, niet één keer, maar herhaaldelijk''.

Volgens generaal Henry Shelton, de voorzitter van de Amerikaanse chefs van staven, heeft Irak sinds de Golfoorlog in 1991 zijn luchtafweer hersteld, wat in geval van een aanval een ernstig risico is voor Amerikaanse en Britse piloten. “We zijn bezorgd over het mogelijke verlies van Amerikaanse levens dat hieruit voort kan vloeien”, aldus Shelton.

De uitlatingen van Clinton, Shelton en Berger waren bedoeld om de Amerikaanse publieke opinie beter voor te bereiden op een eventuele militaire actie tegen Irak. Met datzelfde doel zullen de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, Madeleine Albright en William Cohen, woensdag samen met Berger in een nog nader te bepalen Amerikaanse stad uitleg geven over het beleid in deze crisis. Ze zullen, aldus de woordvoerder van Albright, “met het Amerikaanse volk spreken over wat er op het spel staat in de Iraakse crisis, en waarom het eventueel nodig

zal zijn militaire middelen te gebruiken als de diplomatie faalt''.