Uitbarsting van geweld in Indonesië

JAKARTA, 14 FEBR. Bij de ernstigste golf van geweldsuitbarstingen sinds het uitbreken van de crisis in Indonesië is gisteren een dode

gevallen. Opnieuw richtte de woede van de volksmassa zich vooral op winkels, kerken en andere bezittingen van Chinezen.

Niet bekend

Meldingen van ongeregeldheden kwamen onder andere ook uit de steden Gebang, Pamanukan, Ciasem, Tanjung, Bulukamba en Jatiwangi in West-Java.

In Jatiwanga braken eerder deze week ook al onrusten uit, gericht tegen etnische Chinezen. Volgens de politie hielden tientallen winkeliers in de Bandung, de provinciale hoofdstad van West-Java, hun zaak gesloten uit angst voor plunderingen. Maar volgens een politiewoordvoerder was het gisteravond rustig in die stad.

Het oplaaien van het geweld komt een dag nadat de Indonesische president

Soeharto, die volgende maand herkozen moet worden, het leger de opdracht

heeft gegeven demonstranten hard aan te pakken, omdat deze uit zouden zijn op “nationale disintegratie”.

De woede-uitbarstingen, die steeds meer het karakter krijgen van regelrechte pogroms, leiden tot grote angst onder de etnische Chinezen. Volgens ooggetuigen zoeken Chinese gezinnen een veilig heenkomen in politieburo's of vluchten ze naar elders. Sommige bewoners schrijven het

woord 'moslim' op hun deur in de hoop dat hun woning niet wordt aangevallen. “Mijn kinderen en ik zijn nog steeds te bang om uit ons huis te komen. Mijn buren zitten net zo in angst”, zei een vrouw uit Pamanukan door door de telefoon.

In Pamanukan, ongeveer 90 kilometer ten oosten van Jakarta, gingen demonstranten een door Chinezen bezochte kerk binnen, sleepten ze meubilair naar buiten en staken dat in brand. Ook werden in de stad 23 winkels, een huis, alsmede auto's en bromfietsen aangestoken. Er zouden ongeveer 160 mensen zijn gearresteerd.

Een inwoner van Losari zei dat de Chinese eigenaars vluchtten toen hun winkels werd aangevallen. “Ik zag hoe plunderaars ten minste drie gestolen vaten met kerosine op straat in brand staken. Minstens zeven winkels in de buurt van mijn huis werden beschadigd. Uit drie winkels zag ik rook opstijgen.” Na verloop van tijd werden honderden soldaten en politie-agenten aangevoerd, onder andere afkomstig van een nabij gelegen luchtmachtbasis, die de menigte begonnen te verspreiden. Andere getuigen zeiden dat de straten in Losari bezaaid waren met stenen en puin.

In Gebang, zeven kilometer van Losari, begonnen de ongeregeldheden afgelopen donderdagavond. “Toen werden er nog alleen maar stenen naar winkels gegooid. Maar nu (gisteren) wordt er van alles in brand gestoken, ook meubiliar uit huizen van Chinezen”, aldus een politie-officier.

De crisis in Indonesië is verscherpt nadat eerder dit jaar met het IMF een nieuw akkoord werd gesloten over een internationaal hulppakket van ruim 40 miljard dollar. In de Westerse wereld en bij het Internationale Monetaire Fonds groeit opnieuw de kritiek op de Indonesische regering over de manier waarop zij uitvoering geeft aan dat

programma. Gisteren verklaarde IMF-directeur Camdessus onverholen dat de

regering in Jakarta eerst maar eens een reeks economische hervormingen moet uitvoeren alvorens over te gaan tot koppeling van de rupia aan de dollar. Eerder al nam onderdirecteur Fischer van het IMF dat voornemen op de korrel. “Het falen van een currency board zal de geloofwaardigheid en het beleid volledig ondermijnen, en het zal ernstige schade toebrengen aan de groeivooruitzichten van het land”, aldus Camdessus in Washington. De plannen om de roepia snel te koppelen aan de dollar, druist in tegen de adviezen van het IMF en de belangrijkste lidstaten. “Ik heb niets toe te voegen”, zei de Amerikaanse onderminister van Financiën, Summer, over de waarschuwing van Camdessus. (AFP, Reuters)