Tweede huis vol met fiscale problemen

Een tweede huis is 's-zomers een bron van genoegen maar bij het invullen van de belastingaangifte een bron van zorgen. Niet alleen de eigenaar van een vakantiebungalow ervaart die problemen; de belastinginspecteur kent ze net zo goed. Voor hem heeft het ministerie van Financiën alle juridische varianten bij een tweede huis op een rijtje gezet met daarbij de standpunten die de inspecteur moet innnemen als hij in een belastingaangifte stuit op een vakantiewoning. Deze handleiding kan via Internet ook door belastingbetalers worden geraadpleegd.

De bezitter wil voor zijn tweede huis liefst niet worden aangeslagen als voor een normaal bewoond eigen huis. Met andere woorden hij wil voorkomen dat de inkomensbijtellen onder de naam huurwaardeforfait van toepassing is. Bij voorkeur ziet hij zijn vakantiewoning als een beleggingsobject. Het forfait geldt dan niet en de kosten voor onderhoud en verbetering zijn aftrekbaar. De hypotheeklasten zijn in beide gevallen aftrekbaar.

Pas als de door het kabinet voorgestelde vermogensrendementsheffing wordt ingevoerd, vervalt de hypotheekrenteaftrek voor beleggingsobjecten. Maar dat gebeurt op zijn vroegst op 1 januari 2001 of 2002. Het dure huurwaardeforait ontloopt men door niet zelf de beschikking over een vakantiewoning te hebben. Dat denken velen te bereiken door een contract te sluiten met een verhuur- of een exploitatiemaatschappij.

Maar zelfs een contract dat eigen gebruik van de vakantiewoning verbiedt, vormt nog geen vrijwaring voor het huurwaardeforfait. Een inspecteur die de nieuwste aanwijzingen van hogerhand opvolgt, kijkt in de administratie van bijvoorbeeld het bungalowpark of men inderdaad zijn

huisje niet af en toe heeft bezocht. Volgens een recente rechterlijke uitspraak mag dat alleen als men slechts voor onderhoudswerkzaamheden of

het gereedmaken voor de verhuur langs is geweest. In elk geval faalt volgens de Belastingdienst de volgende nu veelgebruikte constructie: men

huurt van het bedrijf dat de woning in exploitatie heeft, voor enkele weken zijn eigen vakantieappartement op de voorwaarden die voor een willekeurige derde gelden. De verhuurder betaalt de huurprijs onder inhouding van zijn provisie aan de eigenaar terug. De inspecteur zal in dergelijke situaties de verhuur negeren.

De betrokkene is wat hem betreft iemand die zijn eigen huis gebruikt en dus het huurwaardeforfait aan zijn broek krijgt; hij wordt overigens niet belast voor de aan hemzelf betaalde huurprijs. Als deze fiscale verdedigingslinie ruim bekend wordt, kunnen bezitters van vakantiebngalows in de verleiding komen zo'n huurcontract door of op naam van een ander te laten afsluiten. Maar daarmee betreden ze het frauduleuze terrein, zij het dat de fiscus hier weinig tegen kan ondernemen. De voorgestelde vernieuwingen van het stelsel zullen dit soort constructies alleen maar rendabeler maken.

Het overzicht ten behoeve van de belastinginspecteur is opgenomen op de internetsite van het ministerie van Financiën: www. minfin.nl/nieuws onder nummer DB-5144