'Thialf mooier dan het goud op de Spelen'; Eric Heiden heeft medelijden met Rintje Ritsma

Eric Heiden, wereldkampioen allround (1977, '78 en '79) en olympisch kampioen (Lake Placid, 1980) geniet op de Olympische Spelen in

Nagano. “Maar allroundschaatsen blijft toch het mooiste wat er is.”

NAGANO, 14 FEBR. De beste schaatser aller tijden heeft medelijden met Rintje Ritsma. “I feel sorry for him. De grootste kansen op goud liggen achter hem”, zegt Eric Heiden. “Hij zou de geschiedenis kunnen ingaan als een van die schaatsers die erg succesvol zijn geweest zonder een gouden olympische medaille te winnen. Maar als je naar zijn carrière kijkt, zie je dat hij van grote betekenis voor het schaatsen is geweest. Hij domineerde jarenlang op verschillende afstanden. Het zou niet terecht zijn als mensen hem op het ontbreken van

een gouden medaille beoordelen. Eerlijk gezegd vind ik een schaatser die

het WK allround wint de beste schaatser. Een allrounder is als atleet veel completer dan iemand die zich op een enkele afstand toelegt. Allroundschaatsen blijft het mooiste wat er is.''

Tot in het diepst van zijn vezels geniet Heiden (39) van de schaatswedstrijden in de M-Wave in Nagano. Sinds Innsbruck (1976) heeft hij niet één keer de Winterspelen gemist. De eerste twee keren stond hij op het ijs als schaatser, vervolgens was hij tv-commentator. “Een jaar of drie geleden kwam Dan Jansen bij ons in Californië skiën en hij vertelde dat hij net een contract voor

vier jaar bij CBS had gekregen. Ik dacht, 'shit, dan ga ik dus niet naar

de Spelen in Japan'. Ted Turners kabelmaatschappij TNT wilde hem echter graag hebben. Nu zit Heiden op de perstribune in Nagano een metertje vóór Dan Jansen om het schaatsen te verslaan.

Wie denkt dat Heiden de mooiste herinneringen bewaart aan zijn nooit evenaarde prestatie op de Spelen van 1980 in Lake Placid, heeft het mis.

Hij won daar alle vijf afstanden. Daarmee was voor hem de lol er af. Hij

had alles gewonnen wat er te winnen was en besloot als 21-jarige een punt achter zijn carrière. “Ik was nog jong en verbeterde nog steeds mijn persoonlijke records, maar ik was de drive kwijt. Als de Olympische Spelen er niet waren geweest, zou ik al eerder zijn gestopt, na het WK van 1979 in Oslo.” Daar presteerde Heiden hetzelfde als later

in Lake Placid: hij won alle afstanden, van de 500 tot en met de 10.000 meter.

Over de Spelen van '80 haalt hij schouders op, alsof het hem niks meer doet. Lyrisch wordt Heiden pas als hij terugdenkt aan de WK allround van

1977 in Heerenveen, in het toen nog niet overdekte Thialf-stadion. “What a place to win. Tot ik daar reed, dacht ik altijd dat iedereen beter was dan ik. Maar ik versloeg er de vier S'en: Storholt, Stensen, Stenshjemmet en Sjöbrend. Dat deed me veel meer dan het succes van de Spelen in Lake Placid.” Eén olympische medaille bewaart hij thuis in Californië, die van de 5.000 meter. Zijn ouders waken over

de rest van de karrevracht aan medailles die hij in een tijdsbestek van een paar jaar vergaarde.

Het afscheid van de schaatssport deed hem geen pijn. Hij koos bewust voor een medische carrière en is inmiddels orthopedisch chirurg. Aan de Universiteit van Californië in Davis, bij Sacramento, doceert hij sportgeneeskunde. “Met schaatsen was in mijn tijd niks te verdienen. Het is in de VS nog steeds een kleine sport. Ik zou graag de illusie hebben dat het in de toekomst beter wordt, maar de interesse bij

de Amerikanen voor schaatsen wordt maar één keer in de vier jaar gewekt, tijdens de Olympische Spelen. Tussendoor weten ze niet

eens wie er wereldkampioen wordt.''

In Nagano loopt Heiden regelmatig zijn oude vriend Peter Mueller tegen het lijf, de bondscoach van de Nederlandse sprintploeg. Peters vader was

zijn eerste trainer. “Ik was zeven. De vader van Peter heeft ervoor gezorgd dat ik altijd geïnteresseerd bleef in het schaatsen. Peter was in die tijd een goeie sprinter. Voor hem had ik veel respect.”

Op zijn veertiende jaar werd Diane Holum zijn coach. De Amerikaanse die een gouden medaille won op de 1.500 meter in Sapporo ('72) en brons op de 3.000 meter, liet de jonge Heiden zelfgemaakte acht-millimeterfilms van de Spelen in Sapporo zien, waar Ard Schenk driemaal goud won. “We keken toen wel een paar keer in de maand naar die films. Ard en Kees, dat waren mijn idolen. Kees heb ik al heel lang niet meer gezien, Ard kom ik regelmatig op grote toernooien zoals deze tegen. Ja, ik zie nog steeds tegen hem op.”

Dat had Heiden destijds ook met Dianne Holum, die in Nagano haar talentvolle dochter Kirstin begeleidt. “Als kind had ik Dianne goud zien winnen en die staat dan opeens voor je als trainer. Een rare gewaarwording, tamelijk indrukwekkend.” Maar een goeie trainer alleen is niet genoeg, onderstreept Heiden. “Je moet geluk hebben met je ouders, dat ze over de goeie genen beschikken. Goede longen, sterke benen en de drang naar competitie doen de rest.”

Druk kende Heiden niet. “Als Amerikaan, afkomstig uit een land waar schaatsen maar een kleine sport is, voelde ik absoluut geen druk van het

publiek of van de media. Als je in Nederland of Noorwegen schaatst, is dat wel even anders. In de drie maanden van het jaar dat ik in Europa was, was er altijd veel publiciteit en gaf ik veel interviews, maar ik kon niet lezen wat ze schreven. Daar hoefde ik me dus niks van aan te trekken.''

Intussen is in het schaatsen veel veranderd. De klapschaats is een begrip en schaatsers rijden met plakstrips op hun pakken om ze nog aerodynamischer hun rondjes te laten rijden. “Het stemt me wel een beetje verdrietig. Neem de klapschaats. Het schaatsen is niet meer zo puur als voorheen omdat er een mechanisme aan is toegevoegd. Vergelijk het maar met het wielrennen. Steeds belangrijker wordt wie 't beste materiaal heeft. De technologie is van grote invloed. Vroeger moest je het zelf doen.”

Heiden heeft de klapschaats nog niet geprobeerd. “Vraag Havekotte (directeur schaatsenfabriek, red.) of hij een paar opstuurt. Maat 44-45.”