Strips

Aan het begin van de Olympische Spelen introduceerde de Nederlandse

schaatsploeg rubberen strips, waarmee rijders per ronde enkele tienden van een seconde winst kunnen boeken. Is er nog sprake van eerlijke concurrentie?

Cor van Meel, oom van 5.000 meterwinnaar Gianni Romme: “Het maakt ook verschil of je dikke of dunne benen hebt. En met een smal hoofd heb je ook minder weerstand dan met een dikke kop. Het is jammer dat de media zoveel aandacht geven aan zoiets kleins. Daardoor heeft Johann Olav Koss ook kritiek. Maar Gianni was op de vijf kilometer gewoon de beste. De protesten van andere landen vind ik logisch, sporters zoeken bij verlies altijd excuses.”

L. Veldhuis van de TU Delft, samen met N. Timmer de bedenker van de strips: “In het begin vond ik het unfair, maar hoe langer ik erover nadenk hoe eerlijker ik het vind. Sport bestaat uit heel veel elementen die samen tot een prestatie leiden. Sommigen hebben een hele goede trainingsmethode, anderen een prima voedingsprogramma. Daar heeft de buitenwacht ook geen weet van, maar niemand vindt dat oneerlijk. De Nederlanders zijn zo verstandig geweest de werking van strips te onderzoeken, dat is een vorm van tactiek. Wie niet sterk is, moet slim zijn. Het is flauw van tegenstanders om te zeggen: 'Wij hebben ze niet bedacht, dus moet je ze afkeuren'.”

Johann Olav Koss, drievoudig Olympisch kampioen in 1994 in het Algemeen Dagblad: “Deze prachtige Spelen kunnen alleen nog worden gered als de ISU (internationale schaatsunie) die strips alsnog verbiedt. Ze werpen een schaduw over het toernooi. Dat is niet fair, ook niet voor Gianni Romme. De Nederlanders gaan nu niet als de beste schaatsers de wereld over, maar als de schaatsers met het beste materiaal. Je mag niets op een pak bevestigen. Wat is dan nog de grens? Uit ervaring weet ik dat je

meer zelfvertrouwen krijgt als je iets nieuws hebt. Hoe klein ook. De plakstrips hadden nooit het item van de Spelen mogen worden. Het is een schandaal.''

Leen Pfrommer, schaatscoach: “Ik kan me herinneren dat Koss in 1994 in Davos met zijn ziel onder de arm liep. Gesprekken met twee psychologen hebben hem er helemaal bovenop geholpen. Hij heeft optimaal gebruik gemaakt van een dergelijke vorm van begeleiding, wij hadden geen psychologen die ons ervan konden overtuigen dat ze ons konden helpen. Koss heeft nu kritiek, maar dan had hij ook geen hulp moeten zoeken voordat hij in Hamar aan de start ging staan. Het heeft hem drie gouden medailles opgeleverd. Wat de strips betreft, de Nederlanders hebben daar

toch kosten voor gemaakt? Voor de landen die het onderzoek niet kunnen betalen, is het jammer. Maar zij kunnen nu wel profiteren, ze hoeven alleen maar af te kijken.''

Falko Zandstra, schaatser: “Is al bewezen hoeveel de strips schelen? Ze

zijn getest in een windtunnel, maar een schaatser staat daar stil. Je moet een soort rollerbank maken waarop je kunt skeeleren en dan opnieuw testen. Maar Nederland heeft sowieso onrust in andere ploegen gebracht, dat is wel een voordeel. Ik begrijp de reacties van de buitenlanders goed. Er is een kans dat de strips inderdaad een halve seconde per ronde

schelen. Zet dan een emmer met strips neer en laat de schaatsers die het

willen ze gebruiken.''

Hilbert van der Duim, oud-schaatser: “Als het inderdaad enkele seconden

scheelt, kun je van oneerlijke concurrentie spreken. Maar het is onzin de strips te verbieden, dit is baanbrekend werk. Het is hetzelfde verhaal als met de klapschaats, die worden nu ook door iedereen gedragen. Het lijkt er alleen op dat de Nederlanders het onderzoek hebben stilgehouden, zodat alleen zij er op de Spelen voordeel van hadden. Dat komt op mij niet al te sympathiek over. Maar ik durf ook niet te zeggen dat ik ze niet zou hebben gebruikt. De verleiding lijkt me toch groot.''