Schuld voor de verkiezingen ingelost?

Het kabinet meent het 'loonstrookjes-probleem' te kunnen oplossen. Een ingewikkelde aanpak, waar geen enkele regeringspartij verkiezingswinst mee kan boeken.

DEN HAAG, 14 FEBR. Belofte maakt schuld, daar draait het om bij het

'loonstrookjes-probleem'. De belofte komt van het kabinet, dat bij monde

van premier Kok toezegde dat niemand er in koopkracht op achteruit zal gaan dit jaar. De schuld, daarover is hevig gedebatteerd sinds de eerste

loonstrookjes half januari op deurmatten lagen. Woedend waren veel werknemers, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden, want het strookje

gaf een lager bedrag aan dan dat van december vorig jaar. Reden: een groot aantal veranderingen met belastingen en sociale premies waardoor niemand nog weet wat er met zijn nettoloon is gebeurd.

Het moment kon wegens twee elkaar versterkende factoren niet slechter, althans in de ogen van de regeringspartijen. De economie blijft maar groeirecords breken, groei die op het psychologische moment van 1 januari had moeten neerslaan bij iedere burger. Daar komt bij dat de kiezer bij de verkiezingen van 4 maart (gemeenteraad) en 6 mei (Tweede Kamer) meteen zijn ongenoegen kan uiten over de geschonden belofte. Met verkiezingen in het vizier maakt belofte dan ook onevenredig meer schuld. Oud-Tweede-Kamerlid S. Weijers van het CDA zei het al: “Stemmen

doet men met de rechterbil'', doelend op de plek waar menig Nederlander zijn portemonnee draagt.

PvdA-minister Melkert (Sociale Zaken) koos vorige week voor de simpelste

oplossing (kosten: 2,5 miljard) voor het 'loonstrookjes-probleem': geef elke burger tweehonderdvijftig gulden. De kiezers zouden de hint wel begrijpen, moet Melkert hebben gedacht; op een biljet van 250 gulden staat een paars-rode vuurtoren.

VVD-minister Zalm van Financiën heeft, samen met onder andere minister Wijers (Economische Zaken), Melkert niet alleen om zijn vuurtoren-voorstel hartelijk uitgelachen. Hij kon ook voor diens volgende voorstel weinig waardering opbrengen, een 'generieke' koopkrachttoeslag van honderd gulden. De door de veranderingen in de belastingen zwaarst getroffen 'inkomenscategorieën' zouden bovenop die honderd gulden een variabel bedrag krijgen.

Zo vlak voor de verkiezingen lijkt dit meer op het omkopen van kiezers, heeft het kabinet uiteindelijk geconcludeerd. Het kiest voor een moeilijker oplossing: het zo nauwkeurig mogelijk verlenen van inkomenssteun aan de groepen die het meest getroffen zijn door de fouten

die door datzelfde kabinet zijn gemaakt. Wat Zalm betreft konden die maatregelen niet ingewikkeld genoeg zijn, des te kleiner is de kans dat Melkert en zijn PvdA electoraal goede sier kunnen maken met de koopkrachtreparatie.

De Tweede Kamer had in een debat over de tegenvallende loonstrookjes ook

niet om een extraatje van honderd gulden gevraagd - een 'verkiezingssnip' noemden Kamerleden het. Ze had koopkrachtreparatie geëist voor zo secuur mogelijk afgebakende groepen. Het gaat daarbij met name om AOW'ers met een aanvullend pensioen, mensen in de WAO, WW of VUT en kleine zelfstandigen.

De minister van Sociale Zaken heeft tot verbazing van de Kamer steeds bij hoog en laag volgehouden dat ook deze mensen er uiteindelijk in koopkracht over geheel 1998 op vooruit zouden gaan, hoewel hun inkomens in januari tegenvielen. Melkert maakte zijn betoog vervolgens krachteloos door in te stemmen met maatregelen om de koopkracht op het met Prinsjesdag beloofde peil te brengen. Of, in de woorden van de minister: “Om de beleefde feiten in overeenstemming te brengen met de berekende feiten.”

Zonder de verkiezingen zou Melkert hebben gewacht tot 1 juli, omdat dan de pensioenen en de uitkeringen worden verhoogd. Maar voor 1 juli komt 6

mei en dus gaven de beleefde feiten de doorslag. Melkert deed er nog een

schepje bovenop: “De gestegen welvaart is van iedereen.” Wat hij daarmee bedoelde bleek later uit zijn twee 'generieke' voorstellen.

Het bedrag dat Melkerts laatste voorstel zou gaan kosten, anderhalf miljard gulden, was voor VVD'er Zalm onverteerbaar. Weliswaar vindt ook diens partij dat de koopkrachtbelofte moet worden nagekomen, zo liet VVD-leider Bolkestein vorige week weten. Maar om vervolgens flink op de belastingmeevaller van vier miljard in te teren is voor de liberalen alweer een forse stap verder. Belofte maakt zo min mogelijk schuld, is de opstelling van Zalm en zijn partijgenoten. Vijfhonderd miljoen gulden

is voor hen meer dan genoeg om het Melkert-probleem op te lossen. De afgelopen weken is dan ook vooral tussen de grenzen van een half miljard

(Zalm en VVD) en anderhalf miljard (Melkert, PvdA en D66) onderhandeld.

Ondanks de twee nederlagen die hij leed, lijkt het erop dat Melkerts strategie van hoog inzetten en dan maar zien waar het schip strandt, vruchten heeft afgeworpen. Om de fout te herstellen die hijzelf deels heeft veroorzaakt door flink door het loonstrookje te rausen, heeft hij een bedrag van 850 miljoen van Zalm weten los te peuteren. Mensen met een AOW, WAO, WW of VUT-uitkering en zelfstandigen krijgen er via een verhoogde aftrekpost geld bij.

Waar de coalitiefracties ervoor waken dat één partij er met een electorale koopkrachtbonus vandoor gaat, ligt die voor oppositiepartijen voor het oprapen. Zij hebben er een verkiezingsitem bij: dit kabinet doet niet wat het belooft.

De coalitiefracties zullen wel met het kabinetsvoorstel instemmen. Het is immers in nauw overleg met die fracties tot stand gekomen. Het Kamerlid Van Zijl (PvdA) voerde de afgelopen weken de druk nog wat op, door het kabinet en partijgenoot Melkert op te roepen niet uitsluitend met tijdelijke reparatiemaatregelen te komen. Sommige veranderingen in de belastingen en premies zijn blijvend nadelig en dienen wat de PvdA betreft ook weer blijvend terug te worden gedraaid.

Of de PvdA haar zin heeft gekregen weet de fractie volgende week. Dan maakt Melkert precies bekend hoe tijdelijk en hoe blijvend de koopkrachtreparatie is. Maar wat is blijvend als eerst verkiezingen volgen en alle belasting- en premietarieven daarna opnieuw worden vastgesteld? Belofte maakt weliswaar schuld, maar de houdbaarheidsdatum van een belofte van dit kabinet loopt 6 mei af.