'Recht op een zinvol bestaan'

Is kroonprins Willem-Alexander beschadigd door de aanval op zijn persoon? Deskundigen in het staatsrecht menen van niet. Maar hij moet wel goed uitkijken in zijn nieuwe functie bij het IOC.

ROTTERDAM, 14 FEBR. Kroonprins Willem-Alexander is niet beschadigd door de rel rond zijn lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité (IOC); dat blijft een potentieel zinnige functie voor de troonopvolger. Dat zeggen Nederlandse staatsrechtspecialisten naar aanleiding van de recente beschuldigingen aan het adres van de prins door de voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité, W. Huibregtsen.

Huibregtsen, eerder zelf kandidaat voor het IOC, zei deze week dat de prins 'verraad' had gepleegd door het IOC-lidmaatschap te aanvaarden, omdat hij bij zijn benoeming als beschermheer van het NOC, in 1994, had verklaard geen ambitie te hebben voor het IOC. Ook zei Huibregtsen dat het politieke profiel van een IOC-functie niet verenigbaar is met een politiek-neutrale rol als troonopvolger.

“De meeste mensen zullen die aanval beschouwen als de reactie van een gefrustreerde renegaat - de kift”, zegt P.W.C. Akkermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Erasmus-universiteit Rotterdam en een specialist op het gebied van de monarchie. “Daarmee heeft hij Willem-Alexander niet beschadigd.”

Ook D.J. Elzinga, hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen wijt Huibregtsens woede aan de mislukking van zijn eigen kandidatuur. “De NOC-voorzitter heeft geen punt”, zegt Elzinga. “Als er al principiële kwesties aan de orde zijn, dan is hij de laatste om er mee te komen.”

Huibregtsens uitlatingen waren een self-fulfilling prophecy. Juist door een lid van het het Koninklijk Huis op politieke gronden in opspraak te brengen, creëerde hij het soort situatie waartegen hij waarschuwt. Als belanghebbende schoot hij daarmee zichzelf in de voet, zeggen de hoogleraren. Maar hij bracht ook het dilemma onder woorden dat tot dan toe alleen binnenskamers was uitgesproken en dat daarbuiten verdronk in de openbare blijheid voor de sport-prins: kan iemand die 'thuis' geen controverses mag oproepen om de onschendbaarheid van zijn moeder niet op

de proef te stellen zich in het buitenland wel bemoeien met de heikele kwesties die soms in het IOC spelen?

“Dat is op zichzelf een prima onderwerp”, zegt Akkermans. Om de vraag vervolgens met 'ja' te beantwoorden. “Wij willen geen monarchie volgens

het Scandinavische model: alleen linten doorknippen. Ik zou het onjuist vinden als de prins niet af en toe kruitdamp ruikt.''

Maar is het IOC, dat onder de autonoom opererende voorzitter Samaranch beslissingen neemt die kunnen botsen met officiële Nederlandse standpunten over mensenrechten, buitenlandse politiek of economie, daarvoor de beste omgeving? “Het is een weinig democratisch speelveld”, zegt Akkermans. “Maar het staat wel model voor de rest van

de wereld waarin méér speelt dan alleen Nederlandse normen. Het vraagt van de prins wèl een fijne neus voor als het link wordt. Hij zal wat vaker dan andere IOC-leden zijn mobiele telefoon

moeten gebruiken om zijn politieke adviseurs te bellen.''

Troonopvolger zijn is “een moeilijke baan die lang kan duren”, zegt L.

Prakke, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. “Zeker in onze tijd moet zo iemand een zinvol bestaan hebben. Het alternatief is hetzij de monarchie afschaffen, hetzij tegen de troonopvolger zeggen: blijf in je paleis zitten, hou je mond en je mag elke dag een ochtendwandeling maken.”

Volgens Elzinga moet “betrokkenheid niet vereenzelvigd worden met verantwoordelijkheid”. Hij verwijst naar prins Claus die in 1979 als buitengewoon adviseur voor ontwikkelingssamenwerking werd benoemd. “Als

ergens politieke beslissingen werden genoemen was het wel dáár. Maar als we betrokkenheid en verantwoordelijkheid tóen gescheiden konden zien, dan zeker in het IOC.''

De weinig doorzichtige beslissingsmachinerie van het IOC hoeft volgens hem geen nadeel te zijn, omdat die de prins de mogelijkheid geeft zich “terughoudend” op te stellen. “De IOC-vergaderingen zijn niet openbaar”, zegt Elzinga. “Het is een groot forum dat collectieve beslissingen neemt. Die moeten weliswaar worden goedgekeurd door het dagelijks bestuur, maar daar zit Willem-Alexander niet in. Het kabinet heeft daar goed over nagedacht”.

Ook volgens G.J. Schutte, fractieleider van de GPV in de Tweede Kamer en

thuis in het staatsrecht, hoeft het “op zichzelf geen bezwaar te zijn als leden van het Koninklijk Huis zich met politiek-relevante onderwerpen bezighouden”, maar komt het “op de invulling aan”. Daarvoor moet Willem-Alexander de ruimte krijgen, vindt hij, al had hij liever een functie gezien die meer voeling heeft met de Nederlandse samenleving als voorbereiding op het koningsschap.

Th.C. de Graaf, fractieleider van D66 en staatsrechtspecialist, vindt dat de kroonprins slechts drie restricties in het oog hoeft te houden. “Hij mag de regering niet in verlegenheid brengen, zijn handelingen moeten sporen met het Nederlandse belang en hij hoort niet bij een organisatie die in opspraak raakt. Als dat helder is kan een functie bij

het IOC in beginsel wel.''

De Graaf gelooft evenmin dat de positie van de prins is beschadigd. Wel zat er volgens hem “enig licht” tussen de brief uit 1994 waarin de prins zegt geen ambitie te hebben voor het IOC-lidmaatschap en zijn recente besluit om het te accepteren. Premier Kok heeft dat besluit verdedigd door te zeggen dat de prins niet zelf ambitie aan de dag heeft

gelegd voor het IOC, maar is gevraagd.

Dat onderscheid is “een hogere vorm van jezuïtisme”, oordeelt een

oud-hoogleraar staatsrecht, die anoniem wil blijven. Er was bovendien veel kwaad te voorkomen geweest als de regering bij de benoeming minder slordig te werk was gegaan, zegt hij. “Het is de eerste taak van ministers om de prins beschermen. Er is toch niet zoveel fantasie voor nodig om even bij betrokken instanties als het NOC te checken of daar problemen zaten.”

Volgens Elzinga verdient de manier waarop de benoeming in zijn werk is gegaan geen schoonheidsprijs. Niet alle schuld ligt volgens hem overigens bij de regering. “Het had iets van een overval”, zegt hij. “Samaranch had er eerder over kunnen beginnen. Dan had het allemaal niet zo haastig en onder druk gehoeven.”