Ravensbrück

Ravensbrück is de naam van een voormalig Duits concentratiekamp in Mecklenburg waar tussen 1933 en 1945 130.000 vrouwen

waren overgeleverd aan de macht van de SS. Tussen 1941 en 1945 hebben de

Niet bekend

Ik vermeld deze feiten, omdat ze opvallend ontbreken in een door VVD-leider Frits Bolkestein aangezwengelde discussie, die deze week werd

voortgezet in de Volkskrant. Bolkestein verweet Ina Brouwer, voormalig fractievoorzitter van de CPN in de Tweede Kamer, dat zij 'in 1983 het bericht heeft verdonkeremaand dat de Russische bevrijders de vrouwen van

Ravensbrück hebben verkracht'. Brouwer antwoordde haar ex-collega maandag op hetzelfde referendarisniveau met een verhandeling over vrouwenoverleggen, afdelingsvergaderingen, ledenkranten en bestuursverklaringen. Waar hebben ze het over?

Noch Bolkestein, noch Brouwer weet zeker of bij de bevrijding van Ravensbrück door het Rode Leger vrouwen zijn verkracht, al ligt dit

natuurlijk voor de hand. Maar het lijkt wel of zij daar geen van beiden echt in zijn geïnteresseerd. Hun gekift gaat helemaal niet over Ravensbrück. Het doet er niet toe waar dat ligt (in Siberië, moet je haast denken). Het maakt niet uit wat daar gebeurd is. Als Bolkestein Brouwer maar kan beschuldigen en als Brouwer maar haar onschuld kan aantonen. De slachtoffers van Ravensbrück worden alleen maar instrumenteel ingezet.

Bolkestein heeft de klok horen luiden en Ina Brouwer weet niet waar de klepel hangt. De klokkenluidster is de sociologe Jolande Withuis, die de

kwestie aanstipt in haar in 1990 verschenen proefschrift over de communistische vrouwenbeweging in Nederland. Of en in hoeverre er bij de

bevrijding van Ravensbrück sprake was van verkrachting 'is nauwelijks na te gaan en dat is ook niet mijn bedoeling', schreef Withuis. De bedoeling was aan te tonen dat de CPN-vrouwen die in Ravensbrück hadden gezeten, over dit soort eventuele trauma's niet konden en niet wilden praten, omdat zoiets 'direct als aanval op het communisme en het anti-fascistische verzet werd opgevat en afgedaan'.

Withuis had daarmee een interessant onderwerp bij de kop. De Duitse schrijfster Monica Maron omschreef het probleem waar het hier om gaat, als een universeel menselijk drama: een poging van communistische verzetsmensen om, toen bleek dat Stalin geen haar beter was dan Hitler, hun ideaal te beschermen tegen de waarheid. 'De verschrikkelijke vergissing, het bekend worden van de wandaad zou schadelijker zijn voor de idee, dan de wandaad zelf', schreef Maron.

De zwakte in het boek van Withuis was echter, dat zij niet de feiten aangaande 'de wandaad zelf' vast kon stellen. In gesprekken met voormalige gevangenen kreeg zij geen uitsluitsel over verkrachtingen door de Russische bevrijders van het concentratiekamp. Daaruit concludeerde zij dat er bij hen ongetwijfeld sprake moest zijn van een 'vervalsing van de eigen perceptie'.

De vraag is natuurlijk hoe je weet of iemands perceptie vals is, als je niet zelf de feiten kent. Dat is dan ook de kern van het bezwaar dat onlangs tegen Jolande Withuis' methode is ingebracht door de historica Marianne Kröger in Dachauer Hefte. Zij noemt het onderzoek van Withuis 'het meest krasse geval van manipulatie van interviews met overlevenden dat ik ooit ben tegengekomen'. Kröger beticht Withuis ervan, dat deze de door haar ondervraagde oud-gevangenen van Ravensbrück afschildert als 'bizarre kuddedieren', vrouwen die 'wegens een interne groepsdwang nog altijd niet in staat zijn vrijmoedig

te vertellen over hun lot als slachtoffer van de Sovjet-soldaten. Zij kent hun geen enkele individualiteit toe, terwijl deze vrouwen grotendeels allang geen overtuigde communisten meer zijn'. De bedoeling van oral history wordt zo omgedraaid: de ondervraagden krijgen geen stem, maar worden monddood gemaakt, aldus de Duitse wetenschapster.

Zo ervaart ook de 86-jarige dichteres Sonja Prins het. Deze oud-gevangene van Ravensbrück stapte in 1957 uit de CPN 'omdat de partij de misdaden van Stalin alleen maar vergissingen wenste te noemen'. Jolande Withuis schreef echter in 1995 over haar dat 'voor Prins en haar lotgenotes Sovjet-wangedrag niet verenigbaar (was) met de world view die haar in het kamp had gebracht en had geholpen te overleven. (...) Want met de Sovjet-overwinning op het fascisme was het marxistisch-historisch gelijk definitief bewezen, zolang het althans gelukte bepaalde signalen buiten de eigen waarneming en de individuele en collectieve herinnering te houden.'

Die redenering kan helemaal niet van toepassing zijn op de herinnering van Sonja Prins. Zij was bij de bevrijding van Ravensbrück door de Russen niet aanwezig, omdat zij daaraan voorafgaand door de SS op dodenmars uit het kamp was gevoerd. Toch noemt Withuis haar 'een van de weinige Nederlandse overlevenden die de komst van de Russen meemaakten'.

Sonja Prins liet mij dan ook weten van mening te zijn dat Jolande Withuis “een jarenlange oorlog voerde tegen de ex-gevangenen van Ravensbrück die weigerden op te biechten dat zij waren verkracht zoals Withuis verlangde, omdat er in haar optiek nu eenmaal sprake van verdringing moest zijn.”

Wat een verschrikkingen allemaal.

Ik vind het van belang dat Bolkestein en Brouwer twisten over de generatie van 1968 en over het afleggen van verantwoording. Rekenschap best, maar ik vind het niet best als de deelnemers aan dat debat instrumenteel gebruikmaken van voormalige kampgevangenen. Dat is al vaak

genoeg gebeurd, overigens niet in de laatste plaats door de CPN. En het lijkt mij evenmin best als 'verantwoording afleggen' erop uitdraait dat 86-jarige dames moeten bekennen dat zij door de Russen verkracht zijn, als voorwaarde om te bewijzen dat zij afstand van het communisme hebben genomen. Doen zij dat niet, dan hebben zij een vals geheugen en een verkeerde world view.

Men kan toch niet van Sonja Prins en haar lotgenoten verlangen hun herinneringen te vervalsen en zichzelf te verloochenen. Was dat niet juist het ijselijkste aspect van de stalinistische showprocessen, zoals beschreven in Koestlers boek Nacht in de Middag?