Privacy

DE GROEI van het aantal lokale partijen bij de komende gemeenteraadsverkiezingen bevestigt weer eens de juistheid van de stelling van McLuhan dat 'the medium the message' is. Het nieuwe medium lokale televisie heeft de aandacht gevestigd op onze local village. Bestuurders en politieke partijen hebben een gezicht gekregen en dat kan

wel eens behoorlijk afwijken van dat van de grote broers en zusters in Den Haag.

Zo weet inmiddels heel Amsterdam en omgeving dankzij AT5 dat de plaatselijke Socialistische Partij wordt aangevoerd niet door een kloon van Marijnissen, maar door een sympathiek ogend jongetje dat zich aan zijn partij-identiteit verplicht voelt te grossieren in populistische of

anderszins simplistische uitspraken om vervolgens, als hem gevraagd wordt die nader toe te lichten, steevast de weg kwijt te raken. Iedereen

heeft dat al tijden door, behalve AT5-anchorman Ton van Rooijen, die op zijn speurtocht naar politieke herrie weinig andere bronnen kan aanboren.

Zo gaat het in de gemeenteraad, zo ging het ook toe tijdens een debat op

AT5 over de veiligheid in de hoofdstad. Als je ziet hoe krakkemikkig tegenspel wordt geboden tegen de bonzen van de grote partijen, en als je

bedenkt dat straks ook nog de zwatelaars van Groen Links het Amsterdamse

college komen verzwakken, dan is het natuurlijk niet onbegrijpelijk dat hele horden mensen denken: nou dat kan ik beter, en dus een eigen clubje

beginnen.

In dat veiligheidsdebat nam het onderwijs een belangrijke plaats in. Volkomen terecht natuurlijk, want het onderwijs is inderdaad de wonderolie waar ze in Haarlem het geheim van kennen. De les die we kunnen trekken uit de 20 jaar lange schromelijke verwaarlozing van het onderwijs is dat dit op heel veel terreinen rampzalige gevolgen heeft. Veiligheid en onderwijs dus. De discussie kwam op de vraag of er detectiepoortjes nodig zijn om te voorkomen dat leerlingen wapens de school binnensmokkelen. De lijstaanvoerder van de Partij van de Arbeid, Jaap van der As, nu wethouder en in een vorig leven directeur van een middelbare school, wist een betere oplossing. De meeste scholen, vertelde hij, beschikken over kluisjes waar de leerlingen hun bezittingen in kunnen opbergen. Als school heb je daar de reservesleuteltjes van. Als je nu bepaalde leerlingen verdenkt, kun je in hun kluisje kijken of daar iets in zit wat er niet in thuishoort.

Daarna ging de discussie verder, maar mij liet dit niet los: de schoolleiding die snuffelt in de privé-spullen van de leerlingen en geen hond die daarop reageert. Hier, zo besefte ik, was sprake van een historisch moment. Ik zal u zeggen waarom. Dankzij de toevallige aanwezigheid van camera's weten we welke voetbalenthousiastelingen elkaar bestreden tot de dood erop volgde en weten we ook dat het met de brandstichting in de Haagse Schilderswijk niet ging om racistische moorden. Toch roept het plaatsen van camera's weerstand op. Ik heb nooit

die bezwaren begrepen van mensen, die zeggen zich zorgen te maken om mijn privacy en niet beseffen dat mijn veiligheid mij liever is. Nog minder heb ik begrepen de bijval waarop deze privacybewakers alom konden

rekenen. De publieke opinie is op dit punt dus blijkbaar veranderd. De verzamelde Amsterdammers schreven dan ook geschiedenis toen ze deze omslag markeerden door niet te reageren op Van der Aa's aanpak die, in mijn ogen, heel wat verder gaat dan meer elektronisch blauw op straat.