Nagano

Het is feest in de Big Hat van Nagano. Team Canada speelt zijn eerste wedstrijd in het olympisch ijshockeytoernooi tegen Wit-Rusland. Er is sfeer, er is keiharde rock muziek. De Winterspelen zijn eindelijk begonnen. Echte sport, echte sterren, echte sfeer. Het is alsof een wedstrijd in de National Hockey League wordt gespeeld. Honderden Canadezen omringen de ijsvloer.

Mannen zwaaien met Canadese vlaggen en vrouwen krijsen als opgejaagde zeugen. Wayne Gretzky is in town. De grootste ijshockeyer aller tijden doet voor het eerst mee aan de Olympische Spelen. Wayne is een rijke, maar bescheiden jongen die fantastisch kan ijshockeyen. Iedereen wil hem zien schitteren. Elke keer wanneer hij in de buurt van de puck over het ijs snelt, houdt het publiek de adem in. Zou hij iets bijzonders gaan doen? Zou hij weer zijn onnavolgbare stickhandling en inzicht laten zien?

Maar Wayne laat niet genoeg zien voor een man die The Great One wordt genoemd. Zelfs de van opwinding gillende vrouwen op de tribune zijn niet

helemaal tevreden. Wayne is it, roept een jonge vrouw die met tranen in haar ogen de wedstrijd volgt. Het is waar. Wayne is groot. Wanneer hij van de ijsvloer naar de kleedkamer loopt, kijkt hij met een glimlach naar iedereen die hem volgt. Wanneer hij zich cool, calm en collected aan een persconferentie onderwerpt, geeft hij er blijk van over charismatische gaven te beschikken. Wanneer hij de persruimte verlaat voelt hij zich niet te groot om alsnog een antwoord op een vraag te geven. Wayne kan ik je een vraag stellen? Sure, antwoordt hij. Mag ik je

handtekening? Sure, zegt hij. En toen zette hij een zwierige handtekening op mijn eigen bloknoot. Zomaar, ineens, de handtekening van

Wayne Gretzky, na Michael Jordan de beste van allemaal. Wat een feest in

Nagano.