Milieu-onheil

Wouter van Dieren verpakt zijn boodschap van naderend apocalyptisch

milieu-onheil in een brij van gegevens waaruit zou moeten blijken dat 'overal biologische buffers worden vernietigd', het broeikaseffect destabiliserend werkt op weer en klimaat enz. (NRC Handelsblad, 3 februari).

Voor Van Dieren hangt alles met alles samen: geluidsoverlast (de afgelopen jaren overigens op zijn retour volgens de Milieubalans van 1996), malaria, allergieën in Duitsland en modderlawines in Mexico.

Een indrukwekkende lijst van global catastrophes dient als breekijzer om

de gewenste anti-kapitalistische stemming te genereren.

Maar het is betwistbaar of het geloof dat hij predikt op een hoger niveau ligt dan dat van prof. Bomhoff.

Zo stelt Van Dieren dat de verzuring toeneemt, maar één blik op de Milieubalans van 1996 of 1997 had hem duidelijk kunnen maken dat zowel de uitstoot als de depositie van verzurende stoffen in Nederland (en de hoogontwikkelde industrie-staten in het algemeen) de afgelopen decennia fors is verminderd.

Dat het aantal allergieën toeneemt is waarschijnlijk. De oorzaken daarvan zijn echter bij lange na niet achterhaald. Zij zouden inderdaad een gevolg kunnen zijn van milieuverstoringen, namelijk de toenemende consumptie van rauwkost. Het 'plat koken' van groenten is niet meer van deze tijd.

Het rauw consumeren van allerhande groenten, een zonder meer smakelijke verandering van eetgewoonten, leidt echter wel tot een grotere consumptie van niet-gedenatureerde eiwitten die zeer heftige allergische

reacties kunnen opwekken.

Toepassing van het door de milieubeweging zo gepropageerde 'voorzorgsbeginsel' zou zeker moeten leiden tot een aanbeveling minder rauwkost te eten.

Of ongebreideld kapitalisme het hoogste goed is voor mens en natuur kunnen we niet beoordelen. Maar dat velen zich inmiddels weinig meer gelegen laten liggen aan apocalyptische geseculariseerde donderpreken is

ons inziens een goede ontwikkeling.