Meer vrijheid voor de fysiotherapeut

De Amsterdamse fysiotherapeuten mochten van minister Borst experimenteren met een nieuwe aanpak. Het verrassende resultaat: een betere behandeling en minder kosten.

AMSTERDAM, 14 FEBR. Iemand die in Amsterdam met rugklachten bij een

fysiotherapeut komt, krijgt niet een andere behandeling dan iemand met pijn in de rug in Groningen. Maar waar de Groningse fysiotherapeut gehouden is aan de negen door de wet toegestane behandelingen, pakt zijn

Amsterdamse collega het anders aan.

“Ik voel me echt versleten”, zegt Wiebe Rood (28) bij binnenkomst in de groepspraktijk Weteringstraat in Amsterdam. Hij sukkelt al maanden met z'n rug en wil graag accupunctuur of nog liever meteen naar een chirorpractor, omdat hij daar veel heil van verwacht.

Fysiotherapeut Marjolein Brüning vraagt patiënt Rood naar zijn

klachten. Hij studeert en kan niet lang in dezelfde houding zitten. Ook is hij reisleider, maar op excursie kan hij niet eens zijn eigen veters strikken. Brüning: “Naar de oorzaak van de pijn kan ik slechts gissen. Er kan lang geleden iets gebeurd zijn, waardoor de klachten zijn

ontstaan. Het is nu van belang om de spieren te versterken om die pijn op te vangen. Langzamerhand komt de kracht van vroeger dan terug.''

De patiënt moet zich volgens Brüning tot dan aan zijn situatie

aanpassen. “Dat heeft hij totnutoe niet gedaan met alle gevolgen vandien. In mijn behandeling zal ik er de nadruk op leggen dat hij in zijn dagelijkse leven opnieuw leert bewegen. Daar heb ik echt geen negen

keer voor nodig.''

Minister Borst (Volksgezondheid) wilde twee jaar geleden fors bezuinigen

op fysiotherapie. De bezuiniging moest 200 miljoen opleveren. Verzekeraars mochten nog maar negen behandelingen vergoeden, tenzij er sprake was van chronische aandoeningen.

Het Amsterdamse ziekenfonds ZAO Zorgverzekeringen vroeg dispensatie. Het

fonds ontwikkelde in samenwerking met Amsterdamse fysiotherapeuten een nieuwe aanpak, het zogenoemde dienstenmodel. Daarin zit geen beperking in het aantal behandelingen. Per patiënt wordt bepaald hoeveel sessies nodig zijn. Borst gaf toestemming om twee jaar te experimenteren, mits het niet duurder zou worden.

Yvonne Kappers van ZAO, één van de bedenkers van het dienstenmodel, benadrukt dat bezuinigen nooit voorop heeft gestaan. “Wij wilden inzicht krijgen in de zorg die fysiotherapeuten geven. Volgens ons konden de kosten omlaag, maar het had ook anders kunnen uitpakken. Dan had ZAO moeten bijspringen. Dat is nu gelukkig niet gebeurd.”

Uit voorlopige cijfers van de Ziekenfondsraad en ZAO over 1996 blijkt dat in Amsterdam de kosten voor fysiotherapie in 1996 negen procent lager uitvielen dan het jaar daarvoor. Landelijk werd in dezelfde periode op een bedrag van 1,2 miljard gulden vijf procent bezuinigd.

De rechterknie van meneer Voogd (73) is door artrose versleten. Welke oefeningen zijn fysiotherapeut ook voorschreef, er was geen redden meer aan. Enkele maanden geleden kreeg hij een nieuwe knie. Nu loopt hij al weer bijna zonder kruk.

Na de knieoperatie werd Voogd intensief behandeld. Hij moest de trap in zijn woning weer kunnen beklimmen. De intensieve behandeling is nu omgezet in een begeleiding. Hij heeft al vele behandelingen achter de rug. Een maximum aantal? Daar heeft hij nog nooit van gehoord. “Ik zou wel sneller willen herstellen, maar ik ga volgens de fysiotherapeut al zo hard. Als ik op de tram wacht, ga ik op één been staan draaien. Alle gewicht op de nieuwe knie. Dat is een zware oefening, maar

er rijden gelukkig veel trams in Amsterdam.''

Het dienstenmodel onderwerpt de Amsterdamse therapeuten aan nieuwe spelregels. Zij hebben een soort 'behandelspoorboekje'. Het belangrijkste verschil tussen het dienstenmodel en de traditionele benadering is dat 'Amsterdam' uitgaat van de klachten van de patiënt in het dagelijkse functioneren. Hun collega's elders in het

land gaan uit van een medische aandoening, een niet-chronische ziekte die volgens de minister in negen keer behandeld kan worden. Maar een patiënt met rugklachten hoeft niet altijd intensief behandeld te worden. Soms is een advies alleen voldoende. Soms volstaat een maandelijkse controle op oefeningen die hij thuis kan doen. De huisarts kan met de spelregels van het dienstenmodel in de hand, de fysiotherapeut gericht vragen stellen over een patiënt.

Minister Borst was vooral geïnteresseerd in de doelmatigheid van het Amsterdamse model en gaf twee jaar geleden toestemming voor het experiment. Uitgangspunt voor ZAO was dat de patiënt er niet onder zou lijden en dat de samenwerking tussen fysiotherapeut, huisarts en verzekeraar zou verbeteren. Daar kwam later bij dat de opgelegde bezuinigingen dan wellicht ook zouden worden gehaald.

Van de Amsterdamse therapeuten werd wel het een en ander verwacht. Zij moesten al hun handelingen (in termen van het dienstenmodel) opschrijven, aan een eendaagse cursus meedoen en vijf cent per consult afdragen voor de verdere ontwikkeling van het model.

Hadden zij dat er voor over? Voorzitter Remco Reij van het Regionaal Genootschap Fysiotherapie Amsterdam, dat zo'n zeshonderd therapeuten vertegenwoordigt, noemt het begin moeilijk. “Nu hebben de meeste therapeuten door hoe het werkt. We hebben sinds honderd jaar eindelijk een eigen taal voor fysiotherapeuten ontwikkeld, waarmee we precies laten zien wat we doen en waarom we dat doen.”

Fysiotherapeute Marjolein Brüning spreekt zelfs van een cultuuromslag. Het voordeel van het dienstenmodel is volgens haar de “enorme bewegingsvrijheid” die de therapeut er voor terugkrijgt. “Je bent vrij te kiezen met welk doel je een patiënt gaat behandelen en

hoeveel sessies je daarvoor nodig denkt te hebben.” Tevreden voegt zij daaraan toe: “En dat kan in Groningen niet. Daar moet je steeds briefjes schrijven en aanvragen bij de verzekeraar indienen. Die kijkt over je schouder mee of je je wel houdt aan het maximum van negen behandelingen. Die bemoeienis kennen wij gelukkig niet.”